Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

STATUUT  VOOR  HET  KONINKRIJK  DER  NEDERLANDEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Aruba
- Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Curaçao
- Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

 

 

WET van 28 October 1954, houdende aanvaarding van een statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

 

Preambule

     Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba;
     constaterende dat Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen in 1954 uit vrije wil hebben verklaard in het Koninkrijk der Nederlanden een nieuwe rechtsorde te aanvaarden, waarin zij de eigen belangen zelfstandig behartigen en op voet van gelijkwaardigheid de gemeenschappelijke belangen verzorgen en wederkerig bijstand verlenen, en hebben besloten in gemeen overleg het Statuut voor het Koninkrijk vast te stellen;
     constaterende dat de statutaire band met Suriname is beëindigd met ingang van 25 november 1975 door wijziging van het Statuut bij rijkswet van 22 november 1975, Stb. 617, PbNA 233;
     overwegende dat Aruba uit vrije wil heeft verklaard deze rechtsorde als land te aanvaarden;
     hebben besloten in gemeen overleg het Statuut voor het Koninkrijk als volgt nader vast te stellen.

 

 

§ 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. Het Koninkrijk omvat de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

2. Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken elk deel uit van het staatsbestel van Nederland. Voor deze eilanden kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op de economische en sociale omstandigheden, de grote afstand tot het Europese deel van Nederland, hun insulaire karakter, kleine oppervlakte en bevolkingsomvang, geografische omstandigheden, het klimaat en andere factoren waardoor deze eilanden zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.

 

Artikel 1a

De Kroon van het Koninkrijk wordt erfelijk gedragen door Hare Majesteit Juliana, Prinses van Oranje-Nassau en bij opvolging door Hare wettige opvolgers.

 

Artikel 2

1. De Koning voert de regering van het Koninkrijk en van elk der landen. Hij is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.

2. De Koning wordt in Aruba, Curaçao en Sint Maarten vertegenwoordigd door de Gouverneur. De bevoegdheden, verplichtingen en verantwoordelijkheid van de Gouverneur als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk worden geregeld bij rijkswet of in de daarvoor in aanmerking komende gevallen bij algemene maatregel van rijksbestuur.

3. De rijkswet regelt hetgeen verband houdt met de benoeming en het ontslag van de Gouverneur. De benoeming en het ontslag geschieden door de Koning als hoofd van het Koninkrijk.

 

Artikel 3

1.Onverminderd hetgeen elders in het Statuut is bepaald, zijn aangelegenheden van het Koninkrijk:

a. de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk;

b. de buitenlandse betrekkingen;

c. het Nederlanderschap;

d. de regeling van de ridderorden, alsmede van de vlag en het wapen van het Koninkrijk;

e. de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot de veiligheid en de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, met uitzondering van zeilschepen;

f. het toezicht op de algemene regelen betreffende de toelating en uitzetting van Nederlanders;

g. het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen;

h. de uitlevering.

2.Andere onderwerpen kunnen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk worden verklaard.

Artikel 55 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 4

1.De koninklijke macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de Koning als hoofd van het Koninkrijk.

2.De wetgevende macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de wetgever van het Koninkrijk. Bij voorstellen van rijkswet vindt de behandeling plaats met inachtneming van de artikelen 15 t/m 21.

 

Artikel 5

1.Het koningschap met de troonopvolging, de in het Statuut genoemde organen van het Koninkrijk, de uitoefening van de koninklijke en de wetgevende macht in aangelegenheden van het Koninkrijk worden voor zover het Statuut hierin niet voorziet geregeld in de Grondwet voor het Koninkrijk.

2.De Grondwet neemt de bepalingen van het Statuut in acht.

3.Op een voorstel tot verandering in de Grondwet, houdende bepalingen betreffende aangelegenheden van het Koninkrijk, alsmede op het ontwerp van wet, dat er grond bestaat een zodanig voorstel in overweging te nemen, zijn de artikelen 15 t/m 20 van toepassing.

 

§ 2. De behartiging van de aangelegenheden van het Koninkrijk

 

Artikel 6

1. De aangelegenheden van het Koninkrijk worden in samenwerking van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten behartigd overeenkomstig de navolgende bepalingen.

2. Bij de behartiging van deze aangelegenheden worden waar mogelijk de landsorganen ingeschakeld.

 

Artikel 7

De raad van ministers van het Koninkrijk is samengesteld uit de door de Koning benoemde ministers en de door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde Gevolmachtigde Minister.

 

Artikel 8

1.De Gevolmachtigde Ministers handelen namens de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x