Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

TOESLAGWET  INDONESISCHE  PENSIOENEN  1956

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 23 juli 1957, houdende egalisatie en aanpassing van Indonesische pensioenen en daarmede in aard overeenkomende uitkeringen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door het toekennen van toeslagen de Indonesische pensioenen en daarmede in aard overeenkomende uitkeringen ten laste van Nederland te egaliseren en, mede door het treffen van een nadere regeling met betrekking tot het verlenen van kindertoelage, aan te passen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden buiten werking gesteld:

a. de wet van 21 december 1951 (Stb. 590), houdende toekenning ten laste van het Rijk van een tijdelijke bijslag op bepaalde Indonesische pensioenen, zoals deze is gewijzigd bij de wet van 15 augustus 1955 (Stb. 400);

b. de wet van 23 april 1952 (Stb. 218), houdende toekenning ten laste van het Rijk van een tijdelijke bijslag op bepaalde Indonesische weduwenpensioenen en wezenonderstanden, zoals deze is gewijzigd bij de wet van 15 augustus 1955 (Stb. 400);

c. de Toeslagwet-1954 Indonesische uitkeringen (Stb. 1955, 401), ten aanzien van uitkeringen, welke voor een aanpassingstoeslag krachtens deze wet in aanmerking komen.

Artikel 2

1.In deze wet wordt verstaan onder:

a. "Garantiewetten":

de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel IndonesiŽ en de Garantiewet Militairen K.N.I.L.;

b. "overheidsdienaren":

1. vůůr de soevereiniteitsoverdracht in dienst getreden:

burgerlijke of militaire landsdienaren van Nederlandsch-IndiŽ (IndonesiŽ), ambtenaren van de zelfstandige gemeenschappen, ingesteld op de voet van de artikelen 119, 121 of 123 der Indische Staatsregeling, van de waterschappen, bedoeld in artikel 186 van die staatsregeling, en van de zelfbesturende landschappen in IndonesiŽ, pensioengerechtigde leerkrachten bij het gesubsidieerd onderwijs in IndonesiŽ, ambtenaren van het Beheerskantoor in IndonesiŽ van de voormalige Indische Pensioenfondsen en personeel bij de Lands Landbouwbedrijven in IndonesiŽ, allen met uitzondering van hen, die de Indonesische nationaliteit bezitten;

2. dienst- en reserveplichtigen van het voormalige Koninklijk Nederlands Indisch Leger, aan wie of aan wier nagelaten betrekkingen op grond van de vůůr 8 december 1941 gegolden hebbende voorschriften een pensioen is toegekend tengevolge van in en door de dienst bekomen letsel, met uitzondering van hen, die de Indonesische nationaliteit bezitten;

3. personen, aan wie krachtens de Garantiewetten garanties zijn of zullen zijn verleend;

c. "pensioenen", "weduwenpensioenen" onderscheidenlijk "wezenonderstanden":

door gewezen overheidsdienaren, hun weduwen onderscheidenlijk hun wezen genoten pensioenen, onderstanden en daarmede in aard overeenkomende, onder welke benaming ook verleende periodieke uitkeringen - met uitzondering van die, toegekend krachtens of op de voet van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (Ind. Stb. 1946, 48), zoals deze sedert is gewijzigd, dan wel van de Pensioenwet 1922, de Algemene burgerlijke pensioenwet of

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x