Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

UITKERINGSWET  TEGEMOETKOMING  TWEE-  TOT  VIJFJARIGE  DIENSTTIJD  VETERANEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 17 december 1997, houdende eenmalige uitkering aan gewezen militairen die meer dan twee jaar doch minder dan vijf jaar hebben gediend (Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het veteranenbeleid wenselijk is regels te stellen inzake een tegemoetkoming in de vorm van een eenmalige uitkering door het Rijk aan militairen die meer dan twee doch minder dan vijf jaar als dienst- of reserveplichtige, als oorlogsvrijwilliger dan wel als schutterplichtige bij de krijgsmacht van het Koninkrijk hetzij tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan wel in het voormalig Nederlands-Indië, in Korea of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea in werkelijke dienst zijn geweest en daarvoor in de overheidspensioenwetgeving, dan wel krachtens een pensioenvervangende of in een pensioengerelateerde uitkeringsregeling, geen financiële compensatie hebben ontvangen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goed gevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. militair:

1°. degene die krachtens de Dienstplichtwet werkelijke dienst heeft verricht;

2°. degene die krachtens het Oorlogsvrijwilligersbesluit werkelijke dienst heeft verricht;

3°. degene die krachtens de Surinaamse Schutterijverordening 1941, dan wel krachtens de Antilliaanse Schutterij-landsverordening 1940 werkelijke dienst heeft verricht; of

4°. degene die onder de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden als dienst- of reserveplichtige bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger/Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (KNIL), dan wel krachtens het Dienstplichtbesluit voor Nederlands-Indië werkelijke dienst heeft verricht, tijdens die vervulling Nederlander was of in die periode geen Nederlander was maar thans op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers bij de toepassing van de Nederlandse wetgeving als Nederlander wordt behandeld, en die na afloop van zijn werkelijke dienst naar Nederland is vertrokken of teruggekeerd dan wel door de zorg van de Nederlandse regering is overgebracht naar Nederland.

b. werkelijke dienst:

1°. de door de militair bij de Nederlandse krijgsmacht in de periode van 1 januari 1938 tot en met 31 december 1962 verrichte militaire dienst krachtens de Dienstplichtwet;

2°. de door de militair bij de Nederlandse krijgsmacht in de periode van 1 januari 1938 tot en met 31 december 1962 verrichte militaire dienst krachtens het Oorlogsvrijwilligersbesluit;

3°. de door de militair in de periode van 1 januari 1938 tot en met 31 december 1962 krachtens de Surinaamse Schutterijverordening 1941 dan wel krachtens de Antilliaanse Schutterij-landsverordening 1940 verrichte militaire dienst; of

4°. de door de militair vóór 26 juli 1950 bij het KNIL verrichte militaire dienst krachtens het Dienstplichtbesluit voor Nederlandsch-Indië en de daarop berustende uitvoeringsregelingen;

5°. de tijd doorgebracht in hechtenis en tijd van ongeoorloofde afwezigheid wordt niet meegeteld bij de berekening van de werkelijke dienst;

c. weduwe: degene die

1°. met de militair was gehuwd en die in Nederland, Suriname of de Nederlandse Antillen woonde, dan wel naar Nederland is vertrokken of teruggekeerd dan wel door de zorg van de Nederlandse regering is overgebracht naar Nederland, dan wel

2°. gehuwd was met een militair die is overleden in het tijdvak ingaande 1 januari 1996 en eindigend op de dag na plaatsing van deze wet in het Staatsblad.

Onder weduwe wordt mede verstaan de weduwnaar van de vrouwelijke militair.

Artikel 2

1. De militair, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, die een werkelijke dienst

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x