Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

UITVOERINGSWET  BETEKENINGSVERDRAG  1965

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 8 januari 1975 tot uitvoering van het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er aanleiding is om voorzieningen te treffen tot uitvoering van het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken, waarvan de Franse en Engelse tekst in Tractatenblad 1966, 91 en de vertaling in het Nederlands in Tractatenblad 1969, 55 is geplaatst.

 

Artikel 2

1. Als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 2 van het verdrag, wordt voor Nederland aangewezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket ís-Gravenhage.

2. Tot het ontvangen en afdoen van aanvragen om betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 3-6 van het verdrag buiten het arrondissement Den Haag is tevens bevoegd de officier van justitie bij het desbetreffende arrondissementsparket.

 

Artikel 3

Oordeelt de officier van justitie tot wie de aanvrage is gericht, dat artikel 13 van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de stukken onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.

 

Artikel 4

Behoudens het bepaalde in artikel 3 zendt de in het eerste lid van artikel 2 bedoelde officier van justitie de aanvrage, indien deze een betekening of kennisgeving binnen het rechtsgebied van een andere rechtbank betreft, onverwijld door naar de officier van justitie bij die andere rechtbank.

 

Artikel 5

Tot het opmaken van de verklaring, bedoeld in artikel 6 van het verdrag, is bevoegd de officier van justitie bij het arrondissementsparket binnen het rechtsgebied waarvan de betekening of kennisgeving werd verlangd.

 

Artikel 6

1. Als de autoriteit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het verdrag, wordt

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x