Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

UITVOERINGSWET  VERDRAG  CHEMISCHE  WAPENS

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens

 

 

WET van 8 juni 1995, houdende regels betreffende de uitvoering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede gelet op artikel 12 van de Grondwet, noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens;
    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. verdrag: het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162);

b. stoffen: chemische elementen en hun verbindingen, zoals zij voorkomen in hun natuurlijke toestand of bij de produktie ontstaan, met inbegrip van de additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit van het produkt en de onzuiverheden ten gevolge van het produktieprocédé;

c. giftige stoffen: stoffen die door hun fysische of chemische inwerking op levensprocessen van mensen en dieren de dood, tijdelijke functie-aantasting of blijvende schade kunnen veroorzaken;

d. voorlopers: chemische reagentia die zijn betrokken bij enigerlei stap in de produktie van een giftige stof, ongeacht de wijze van produktie, waartoe mede behoren hoofdbestanddelen van binaire of verscheidene bestanddelen bevattende chemische systemen;

e. chemische wapens:

1. giftige stoffen en hun voorlopers, die niet zijn bestemd voor doeleinden die ingevolge het verdrag zijn toegestaan, tenzij het betreft hoeveelheden die met die doeleinden niet in overeenstemming zijn;

2. munitie en andere inzetmiddelen, ontworpen om de dood of andere schade te veroorzaken door de toxische eigenschappen van giftige stoffen, die kunnen vrijkomen als gevolg van het gebruik van zodanige munitie en andere inzetmiddelen;

3. uitrusting ontworpen voor gebruik dat rechtstreeks verband houdt met het gebruik van munitie en andere inzetmiddelen;

f. inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer;

g. fabriekscomplex, fabriek en eenheid: hetgeen daaronder wordt verstaan in afdeling I, onderdeel 6, van de Verificatiebijlage bij het verdrag;

h. produceren van stoffen: vormen van stoffen door middel van een chemische reactie;

i. verwerken van stoffen: toepassen van een fysisch proces, zoals de formulering, extractie en zuivering, waarbij de stoffen niet worden omgezet in andere stoffen;

j. verbruiken van stoffen: omzetten in andere stoffen door middel van een chemische reactie;

k. Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);

l. invoer: het binnenbrengen van goederen in Nederland, anders dan voor doorvoer;

m. uitvoer: het doen verlaten van goederen van Nederland, anders dan voor doorvoer;

n. internationale routine-inspectie: een inspectie als bedoeld in artikel VI, paragrafen 3, 4 en 5, van het verdrag ter verificatie van de naleving daarvan;

o. internationale uitdagingsinspectie: een inspectie als bedoeld in artikel IX, paragraaf 8, van het verdrag ter verificatie van de naleving daarvan;

p. internationaal inspectieteam: inspecteurs en inspectie-assistenten, door de Directeur-Generaal van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens belast met het verrichten van een internationale routine- of uitdagingsinspectie;

q. begeleidingsteam: de door Onze Minister tot begeleiding van het internationaal inspectieteam aangewezen ambtenaren;

r. Onze Minister: Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

s. doorvoer: het vervoer van goederen die uitsluitend Nederland worden binnengebracht om via Nederland te worden vervoerd naar een bestemming buiten Nederland.

2. Voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet ter zake van invoer gestelde regelen worden goederen als bedoeld in de artikelen 202, eerste lid, en 203, eerste lid, alsmede goederen met betrekking tot welke niet is voldaan aan enige verplichting of voorwaarde als bedoeld in artikel 204, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, geacht te zijn geplaatst onder de douaneregeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van dat wetboek.

Hoofdstuk 2. Chemische stoffen en inrichtingen voor het produceren daarvan

§ 1. Verboden

Artikel 2

1.Het is verboden chemische wapens te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, op te slaan, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken.

2.Het is verboden met het oog op de ontwikkeling, produktie, verwerving, opslag, overdracht of het gebruik van chemische wapens giftige stoffen, daarbij inbegrepen hun voorlopers, te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken.

3.Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de Wet Oorlogsstrafrecht van toepassing is.

Artikel 3

1.Het is verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, op te slaan, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken. Tot de aan te wijzen stoffen behoren de stoffen, bedoeld in artikel VI, paragraaf 3, van het verdrag.

2.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het produceren van de stoffen in laboratoria in hoeveelheden van minder dan 100 gram per jaar per inrichting, indien de stoffen zijn bestemd voor onderzoeksdoeleinden of voor medische dan wel farmaceutische doeleinden.

3.Het eerste lid is voorts niet van toepassing ten aanzien van het ontwikkelen, het produceren, het verwerven, het opslaan, het voorhanden hebben en het gebruiken van de stoffen voor onderzoek, medische, farmaceutische of beschermingsdoeleinden in een door Onze Minister aangewezen inrichting.

4.Onze Minister kan een ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid voor:

a. het produceren, het verwerven, het opslaan, het voorhanden hebben en het gebruiken van de stoffen voor onderzoek dan wel medische of farmaceutische doeleinden in een andere dan in het derde lid bedoelde inrichting, indien de hoeveelheid van die stoffen minder dan 10 kg per jaar is;

b. het overdragen van de stoffen ten behoeve van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x