Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 28 juni 1989, houdende uitvoering van de Verordening nr.
2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot
instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG L
199/1)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
wettelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van de Verordening
Nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985
tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG
L 199/1);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van de artikelen 1 tot en met 8 van deze wet wordt
onder "Verordening" verstaan de Verordening nr. 2137/85 van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van
de Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG L 199/1).
Artikel 2
Ter uitvoering van artikel 39 van de Verordening wordt als register
voor de inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband
met zetel in Nederland of van een Nederlandse vestiging van een ander
Europees economisch samenwerkingsverband aangewezen: het handelsregister
bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.
Artikel 3
1. Een Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in
Nederland bezit rechtspersoonlijkheid met ingang van de dag van zijn
inschrijving in het handelsregister. De vereffening van het
samenwerkingsverband eindigt op het tijdstip waarop geen aan de
vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn en het
samenwerkingsverband behoudt tot dat tijdstip zijn
rechtspersoonlijkheid.
2. Titel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is op de in het
eerste lid bedoelde rechtspersoon van toepassing met uitzondering van de
artikelen 11, 18, 19 vierde lid, eerste zin, en 21 eerste lid onder b
en c. De artikelen 138 en 149 van dat boek zijn op die
rechtspersoon van overeenkomstige toepassing.
3. De bepalingen van Titel 8, Afdeling 2, van boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing, dan wel van overeenkomstige
toepassing op een Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in
Nederland. Tot het indienen van een verzoekschrift als bedoeld in
artikel 345 betreffende een zodanig samenwerkingsverband zijn bevoegd de
leden van het samenwerkingsverband, een vereniging van werknemers als
bedoeld in artikel 347, alsmede degenen aan wie daartoe bij de
oprichtingsovereenkomst of bij overeenkomst met het samenwerkingsverband
de bevoegdheid is toegekend. De verplichting van artikel 351, eerste
lid, derde zin, geldt ook voor de leden van het samenwerkingsverband.
4. De in artikel 10, tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek bedoelde bescheiden van een Europees economisch
samenwerkingsverband moeten zijn voorzien van een toelichting en vormen
daarmee te zamen de jaarrekening. Deze moet zodanig zijn ingericht, dat
zij volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht geeft, dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het
resultaat, alsmede voorzover mogelijk, omtrent de solvabiliteit en de
liquiditeit van het samenwerkingsverband. De jaarrekening dient voorts
een getrouw, duidelijk en stelselmatig beeld te verschaffen van de
financiële toestand van het samenwerkingsverband. Het
samenwerkingsverband laat de jaarrekening onderzoeken door een
deskundige als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. De opdracht tot het onderzoek wordt verleend door en het
verslag omtrent het onderzoek wordt uitgebracht aan de gezamenlijk
handelende leden van het samenwerkingsverband.
Artikel 4
Een rechtspersoon kan bestuurder zijn van een Europees economisch
samenwerkingsverband. Deze rechtspersoon wijst een of meer
vertegenwoordigers aan in de zin van artikel 19, tweede lid, van de
verordening. Zij zijn aansprakelijk als waren zij zelf bestuurders van
het samenwerkingsverband.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 6
Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 32, eerste lid, van de
Verordening wordt aangewezen: het openbaar ministerie.
Artikel 7
Het is aan een persoon die geen Europees economisch
samenwerkingsverband is, verboden zaken te doen met gebruik van die
aanduiding of de afkorting EESV. In geval van overtreding van dit verbod
kan ieder Europees economisch samenwerkingsverband vorderen dat de
overtreder zich daarvan onthoudt, op straffe van een door de rechter te
bepalen dwangsom.
Artikel 8
1. Een coöperatie kan, mits voldaan wordt aan de bepalingen
van de Verordening, worden omgezet in een Europees economisch
samenwerkingsverband, zonder dat daardoor het bestaan van de
rechtspersoon wordt beëindigd.
2. Een Europees economisch samenwerkingsverband kan worden
omgezet in een coöperatie met wettelijke aansprakelijkheid, zonder dat
daardoor het bestaan van de rechtspersoon wordt beëindigd. Het besluit
daartoe moet eenstemmig worden genomen, tenzij de overeenkomst tot
oprichting of de statuten anders bepalen of een zodanige omzetting niet
toelaten. De omzetting geschiedt bij een voor een Nederlandse notaris te
verlijden akte.
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 10
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 11
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1989. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 1989,
treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 28 juni 1989
BEATRIX
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
A.J. Evenhuis
Uitgegeven de negenentwintigste juni 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|