Nadere regelgeving:
- Besluit registratie vissersvaartuigen 1998
- Regeling
eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij'
WET van 7 september 1973, houdende
uitvoering van het op 1 juni 1967 te Londen tot stand gekomen Verdrag
inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan, met
Bijlagen en Aanhangsel (Trb. 1968, 54) (Verbeterblad)
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels
te stellen tot uitvoering van het op 1 juni 1967 te Londen tot stand
gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de
Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Deze wet verstaat onder:
a. "het Verdrag": het op 1 juni 1967 te Londen tot
stand gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de
Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel (Trb. 1968,
54);
b. "vissersvaartuig": elk vaartuig dat bedrijfsmatig
wordt gebruikt voor de visserij op die delen van de Atlantische
Oceaan en de Noordelijke IJszee, en de daarmede in verbinding
staande zeeën, waarop het Verdrag van toepassing is;
c. "vaartuig": elk vissersvaartuig en elk vaartuig
dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de verwerking van vis, het
bevoorraden van, of het verlenen van diensten aan
vissersvaartuigen;
d. "schipper": elke gezagvoerder van een vaartuig of
degene die deze vervangt.
2. Een vaartuig geldt als Nederlands indien het in overwegende mate
vanuit Nederland wordt geëxploiteerd, in de regel in Nederland havent
en voor ten minste twee derde gedeelte toebehoort aan:
a. één of meer natuurlijke personen die de nationaliteit van
een der lid-staten van de Europese Gemeenschappen dan wel van een
andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte bezitten of
b. één of meer rechtspersonen die in overeenstemming met de
wetgeving van een lid-staat van de Europese Gemeenschappen dan wel
van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende
de Europese Economische Ruimte zijn opgericht en die hun
statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de
Europese Gemeenschappen dan wel binnen een andere staat die partij
is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
hebben.
3.Het exploiteren van een vaartuig bedoeld in het tweede lid, kan
mede plaatsvinden door middel van een nevenvestiging als bedoeld in
artikel 1, onderdeel l, van de Handelsregisterwet 2007.
Artikel 2
1. De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht te
zorgen dat aan boord een document aanwezig is waaruit de nationaliteit
van het vaartuig blijkt.
2. Het in het vorige lid bedoelde document wordt afgegeven door de
houder van het centraal visserijregister. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de vorm van het
document en de stukken die bij de aanvrage daarvan moeten worden
overgelegd.
Artikel 3
De schipper van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat aan boord
een zich in goede staat bevindende Nederlandse vlag aanwezig is, en dat
deze op vordering van de daartoe bevoegde autoriteiten wordt gehesen.
Hij onthoudt zich van alle handelingen waardoor twijfel zou kunnen
ontstaan over de nationaliteit van zijn vaartuig.
Artikel 4
De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de
voorschriften in acht te nemen die in Bijlage III van het Verdrag zijn
gesteld met betrekking tot de aan boord te gebruiken lichten, seinen en
signalen.
Artikel 5
De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de
voorschriften in acht te nemen, die in Bijlage IV van het Verdrag zijn
gesteld met betrekking tot het merken van vistuig.
Artikel 6
De eigenaar of, in geval van rompbevrachting, de rompbevrachter van
een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat het dusdanig is uitgerust, dat
de schipper aan de in de artikelen 2, eerste lid, 3, 4 en 5 omschreven
verplichtingen kan voldoen. Hij zorgt tevens dat het duidelijk zichtbaar
de naam vermeldt van de gemeente waar het in het plaatselijk
visserij-register is ingeschreven, alsmede de naam waaronder het is
geregistreerd.
Artikel 7
De schipper van een Nederlands vaartuig is verplicht de voorschriften
in acht te nemen die in Bijlage V van het Verdrag zijn gesteld met
betrekking tot het manoeuvreren van vaartuigen en het achterwege laten
van handelingen waardoor schade aan andere vaartuigen of vistuig zou
kunnen ontstaan.
Artikel 8
De artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5 en 7 van deze wet zijn van
overeenkomstige toepassing op de schippers van vaartuigen die de
nationaliteit bezitten van een andere staat die partij is bij dit
Verdrag, indien het vaartuig zich bevindt in de visserijzone, ingesteld
krachtens de Machtigingswet instelling visserijzone.
Artikel 9
Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van het Verdrag
zijn belast de ambtenaren, die overeenkomstig het bepaalde bij en
krachtens artikel 9 van het Verdrag hiertoe zijn aangewezen. De
toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur,
een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. De
toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel
5:18 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 10
1. Handelen of nalaten in strijd met de voorschriften gesteld bij
of krachtens de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, 6 en 7 van deze wet
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete
van de derde categorie.
2. De feiten, strafbaar gesteld in het eerste lid, zijn
overtredingen.
Artikel 11 [Vervallen per 01-09-1976]
Artikel 12
Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn
belast:
1°. de bij of krachtens de artikelen 141 en 539d van het Wetboek
van Strafvordering aangewezen ambtenaren;
2°. de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu
aangewezen ambtenaren.
Artikel 13
1. De Wet van 7 december 1883, Stb. 202, ter uitvoering van de op 6
mei 1882 te 's-Gravenhage gesloten overeenkomst tot regeling van de
politie der visserij in de Noordzee, buiten de territoriale wateren,
wordt ingetrokken.
2. Indien voor het vaartuig een verklaring is afgegeven
overeenkomstig artikel 4 van genoemde wet, vervangt die verklaring het
in artikel 2, eerste lid, van deze wet bedoelde document, zolang nog
geen vijf jaar verstreken zijn na het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet.
Artikel 14
Deze wet kan worden aangehaald als: Uitvoeringswet Visserijverdrag
1967.
Artikel 15
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop het Verdrag
van Londen van 1 juni 1967 inzake de uitoefening van de visserij op de
Noordatlantische Oceaan voor Nederland in werking treedt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 september 1973
JULIANA
De Minister van Landbouw en Visserij,
T. Brouwer
De Minister van Justitie,
Van Agt
De Minister van Buitenlandse Zaken,
M. van der Stoel
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Westerterp
De Minister van Defensie,
H. Vredeling
Uitgegeven de elfde oktober 1973
De Minister van Justitie,
Van Agt
|