Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

VAARPLICHTWET

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 23 juni 1972, houdende regelen omtrent de vaarplicht in buitengewone omstandigheden

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen betreffende de vaarplicht in geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verbandhoudende buitengewone omstandigheden alsmede enkele met dat onderwerp samenhangende bijzondere straf- en tuchtbepalingen vast te stellen, een en ander mede met het oog op bij Rijkswet gestelde algemene regelen betreffende de vaarplicht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

Deze wet verstaat onder:

a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. "schip":

1. een geen oorlogsschip zijnd zeeschip in de zin van artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek alsmede een zodanig zeeschip in aanbouw, dan wel

2. een vissersvaartuig als omschreven onder c, sub 2, van dit artikel;

c. "Nederlands schip":

1. een Nederlands schip in de zin van de artikelen 311 en 312 van het Wetboek van Koophandel of in de zin van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting (Stb. 1992, 541), hetzij

2. een Nederlands vissersvaartuig, dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de zeevisserij, de kustvisserij of de visserij op het IJsselmeer, een en ander in de zin van de Visserijwet 1963;

d. "zeeman": de kapitein van een schip en ieder die krachtens overeenkomst gehouden is tot werk als schepeling aan boord van een schip;

e. "vaarplicht": de verplichting tot het verrichten van werkzaamheden aan boord of ten behoeve van Nederlandse schepen, schepen die op grond van rechtsregels van Aruba, Curaçao of Sint Maarten gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten thuisbehorende zee- of kustvissersvaartuigen;

f. "vaarplichtige": hij, aan wie ingevolge artikel 2a de vaarplicht is opgelegd, en die noch overeenkomstig het derde lid van artikel 3 van de vaarplicht is vrijgesteld noch daarvan ontslagen overeenkomstig het vierde lid van dat artikel.

 

Artikel 2

1.Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 2a, 10, 11, 16, 17, 18 en 20 in werking worden gesteld.

2.Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.

3.Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.

4.Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.

5.Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.

6.Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

 

Artikel 2a

Onze Minister is bevoegd met inachtneming van artikel 3, eerste lid, aan zeelieden en gewezen zeelieden de vaarplicht op te leggen.

 

Artikel 3

1. De vaarplicht kan worden opgelegd aan alle Nederlanders, uitgezonderd Nederlanders, woonachtig in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, en aan alle inwoners van Nederland, die:

1°. zeeman zijn of

2°. in een door Onze Minister vast te stellen tijdvak van ten hoogste tien jaren, voorafgaande aan de dag, dat de vaarplicht wordt opgelegd, ten minste zes maanden zeeman geweest zijn.

2. Vaststelling van het in het eerste lid bedoelde tijdvak op langer dan drie jaren geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken.

3. Van de vaarplicht zijn vrijgesteld:

a. personen ouder dan zestig jaar, zeelieden jonger dan zestien jaar en gewezen zeelieden jonger dan achttien jaar;

b. zij die in werkelijke dienst zijn of zijn opgeroepen bij de krijgsmacht, zolang die werkelijke dienst duurt;

c. zij die ingevolge een overeenkomst met een andere mogendheid of met een volkenrechtelijke organisatie niet tot vaarplicht of andere verplichtingen van overeenkomstige aard gehouden zijn;

d. zij die een geestelijk ambt bekleden of tot zodanig ambt worden opgeleid;

e. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nader aan te wijzen groepen van personen.

4. De vaarplichtige kan door Onze Minister al dan niet voor een bepaalde termijn van de vaarplicht worden ontslagen; het ontslag van de vaarplicht kan te allen tijde worden ingetrokken of ongedaan gemaakt.

5. De gevolgen, voortvloeiende uit het ontslag van de vaarplicht, worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur.

 

Artikel 4

1.Onze Minister kan verbieden, dat vaarplichtigen het grondgebied van Nederland verlaten zonder zijnentwege verleende vergunning.

2.De vergunning kan onder beperkingen worden verleend; aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

 

Artikel 5

1.De vaarplichtige is gehouden iedere hem

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x