Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

VISSERIJWET  1963

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling aquacultuur
- Reglement voor de binnenvisserij 1985
- Reglement zee- en kustvisserij 1977
- Uitvoeringsregeling visserij
- Uitvoeringsregeling zeevisserij

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

1. Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

a. "Onze Minister": Onze Minister van Economische Zaken;

b. "De Kamer": de Kamer voor de Binnenvisserij bedoeld in artikel 45;

c. "de rechthebbende op het visrecht": de gerechtigde tot vissen uit welken hoofde ook, behalve de houder van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 21, tweede lid;

d. "bedrijfslichamen": lichamen als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

2. Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder "vis":

a. vissen van de door Onze Minister aangewezen soorten en delen van deze vissen;

b. schaal- en schelpdieren van de door Onze Minister aangewezen soorten, delen van deze dieren, alsmede zeesterren en zee- of koraalmos;

c. kuit en broed van de onder a bedoelde vissen;

d. broed en zaad van de onder b bedoelde schaal- en schelpdieren.

3. Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder "vissen":

a. het te water brengen, te water hebben, lichten of ophalen van vistuigen alsmede het op enigerlei andere wijze pogen om vis uit het water te bemachtigen;

b. het uitzetten en uitzaaien van vis als bedoeld in het tweede lid.

4. Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

a. "visserijzone": de zone ingesteld krachtens de Machtigingswet instelling visserijzone;

b. "zeevisserij": het vissen in zee, met inbegrip van het vissen in de visserijzone en in daaraangrenzende, bij algemene maatregel van bestuur als zeegebied aangewezen wateren;

c. "kustvisserij": het vissen in de bij algemene maatregel van bestuur als kustwater aangewezen wateren;

d. "binnenvisserij": het vissen in de overige wateren van Nederland.

5. Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

"hengel": het vistuig bestaande uit een roede - al dan niet voorzien van een opwindmechanisme - een lijn of snoer - al dan niet voorzien van één of meer dobbers - en ten hoogste drie een-, twee- of drietandige haken;

"peur": het vistuig, bestaande uit een al dan niet aan een roede verbonden lijn of snoer zonder haak of haken waaraan een hoeveelheid wormen is bevestigd.

6. De in het tweede lid bedoelde aanwijzing geschiedt bij ministeriële regeling.

§ 2. De medewerking van bedrijfslichamen

Artikel 2

1.Tot uitvoering van het bepaalde krachtens de artikelen 3a , 4, 5, 9 en 16, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de medewerking worden gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam.

2.Indien de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking bestaat in het stellen van nadere regelen bij verordening, behoeft zodanige verordening de goedkeuring van Onze Minister.

3.Krachtens een verordening van een bedrijfslichaam genomen besluiten behoeven, voorzover dit bij of krachtens de maatregel als bedoeld in het eerste lid is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit.

4.Een verordening, als bedoeld in het tweede lid, is verbindend voor een ieder voor zover daaruit niet het tegendeel blijkt.

5.Indien de gevorderde medewerking bestaat in het nemen van besluiten zonder algemene gelding, kunnen deze besluiten ten aanzien van een ieder worden genomen.

§ 3. Minimummaten, gesloten tijden, welzijnsregels en andere maatregelen in het belang van de visserij

Artikel 2a

1.Het is verboden vis van een kleinere afmeting dan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor die vissoort bepaald, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken.

2.Het is verboden vis gedurende een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdvak, dat voor verschillende vissoorten verschillend kan worden vastgesteld, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken.

3.[Vervallen.]

4.Het bepaalde bij het eerste en het tweede lid vindt geen toepassing in de bij of krachtens de aldaar bedoelde algemene maatregelen van bestuur te bepalen gevallen.

Artikel 2b

1. Onze Minister is bevoegd ter voorkoming of bestrijding van ziekte onder de vis, regelen te stellen ten aanzien van het uitoefenen van de visserij.

2. [Vervallen.]

3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vis mede begrepen de vissen, schaal- en schelpdieren van andere dan de overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid, aangewezen soorten.

Artikel 2c

1. Het is verboden vis te bedwelmen, te verwonden of te doden met bij ministeriële regeling aan te wijzen middelen.

2. [Vervallen.]

3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Deze ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Hij kan aan zodanige ontheffing voorschriften verbinden.

Hoofdstuk II. De registratie van vissersvaartuigen

Artikel 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende het registreren van en het voeren van lettertekens en nummers door vissersvaartuigen, welke bedrijfsmatig worden gebruikt voor de zeevisserij, de kustvisserij, de visserij op het IJsselmeer en andere bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren.

Hoofdstuk IIA. Naleving internationale verplichtingen

Artikel 3a

1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde verplichtingen of verleende bevoegdheden regelen worden gesteld in het belang van de visserij.

2.Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, kunnen mede voorschriften worden gegeven in het belang van de naleving van de aldaar bedoelde regelen.

3.De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen mede inhouden het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x