Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  ACHTERWEGE  LATEN  HERZIENING  WETTELIJK  MINIMUMLOON  PER  1  JANUARI  1987  EN  PER  1  JULI  1987

Tekst zoals deze geldt op 20 januari 2006

Vervallen m.i.v. 10 mei 2006

 

 

 

 
WET van 24 december 1986, houdende het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1987 en per 1 juli 1987

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, in verband met de uit de sociaal-economische situatie voortvloeiende noodzaak tot beperking van de uitgaven in de collectieve sector, om de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1987 en per 1 juli 1987 achterwege te laten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. Per 1 januari 1987 en per 1 juli 1987 blijft de toepassing van:

a. artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657);

b. artikel 15, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492);

c. artikel 5a, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485);

d. artikel 9a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64);

e. artikel 18, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1986, 386);

f. artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94);

g. artikel 31a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1977, 493);

h. artikel 28a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495);

i. artikel 35, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360);

alsmede van het daaromtrent in de Wet van 19 december 1985 (Stb. 704) bepaalde, achterwege.

2. In afwijking van de in het eerste lid genoemde artikelen wordt bij de herziening per 1 januari 1988 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1987 en 30 april 1987.

Artikel 2

Indien het bij koninklijke boodschap van 23 januari 1986 ingediende voorstel van wet onder de titel "Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid" (kamerstukken II 1985/1986, 19 383) tot wet wordt verheven en artikel 23 van die wet in werking treedt, vindt, in afwijking van dat artikel, per 1 januari 1987 en per 1 juli 1987 geen herziening van het aldaar bedoelde dagloon plaats en wordt, in afwijking van artikel 23 van die wet, bij de herziening per 1 januari 1988 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1987 en 30 april 1987.

Artikel 3

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet onder de titel "Werkloosheidswet" (kamerstukken II 1985/1986, 19 261) tot wet wordt verheven en artikel 46 van die wet in werking treedt, blijft per 1 juli 1987 de toepassing van artikel 46, eerste lid, van die wet achterwege en wordt, in afwijking van genoemd artikellid, bij de herziening per 1 januari 1988 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1987 en 30 april 1987.

Artikel 4

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 24 december 1986

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. de Koning

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
L.C. Brinkman

 

Uitgegeven de dertigste december 1986
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x