Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  BEKRACHTIGING  VAN  DE  OPRICHTING  VAN  DE  STICHTING  NEDERLANDS  INSTITUUT  VOOR  VLIEGTUIGONTWIKKELING

Tekst zoals deze geldt op 19 januari 2008

Vervallen m.i.v. 1 april 2008

 

 

 

 
WET van 24 februari 1955, houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 1927, 259) ten aanzien van deze Stichting

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor de geldelijke aansprakelijkheid van het Rijk voor het beheer van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling bij de wet een regeling te treffen, als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 1927, 259) en de oprichting van de Stichting bij akte van 19 Juni 1947 te bekrachtigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

Wordt bekrachtigd de oprichting door Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van FinanciŽn, van Oorlog, van Marine, van Economische Zaken en van Overzeese Gebiedsdelen van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, gevestigd te 's-Gravenhage, welke Stichting wordt geregeerd volgens de in afschrift bij deze wet gevoegde statuten.

Artikel 2

1. Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van FinanciŽn en van Economische Zaken worden gemachtigd voor en namens het Rijk met het Bestuur der Stichting een overeenkomst aan te gaan volgens het bij deze wet gevoegde ontwerp, in welke overeenkomst de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

2. Onze in het vorige lid genoemde Ministers worden gemachtigd overeenkomsten tot wijziging van de in dat lid bedoelde overeenkomst met de Stichting aan te gaan. Wijzigingen van deze overeenkomst zullen onverwijld door de zorg van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Staten-Generaal worden medegedeeld.

Artikel 3

1. Gerekend met ingang van 4 Juli 1946 komt ten laste van het Rijk een jaarlijkse bijdrage aan de Stichting, tot een zodanig bedrag als nodig is om, rekening gehouden met bijdragen van derden, een sluitende exploitatie te verkrijgen.

2. Uitgaven ten behoeve van de Stichting in oprichting gedaan, worden beschouwd als bijdrage aan de Stichting.

Artikel 4

Aan de door Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van FinanciŽn aan te wijzen ambtenaren zal, telkens wanneer zulks wordt verlangd, inzage in de boekhouding der Stichting worden gegeven en zullen alle daaromtrent gevraagde inlichtingen worden verstrekt.

Artikel 5

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle MinisteriŽle Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 24 Februari 1955

 

JULIANA

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J. Algera

De Minister van FinanciŽn,
Van de Kieft

De Minister van Oorlog en van Marine,
C. Staf

De Minister van Economische Zaken,
J. Zijlstra

 

Uitgegeven de negen en twintigste Maart 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker

 

 

Bijlage I van de wet

Ontwerp-overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling

 

De Ministers van Verkeer en Waterstaat, van FinanciŽn en van Economische Zaken, hieronder verder aangeduid als "de Ministers" vertegenwoordigende het Rijk, partij ter ene zijde

en

de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling gevestigd te 's-Gravenhage, hieronder verder aangeduid als "de Stichting", in deze krachtens Bestuursbesluit van vertegenwoordigd door het Dagelijks Bestuur, partij ter andere zijde,

zijn overeengekomen als volgt:

 

Artikel 1

Het Bestuur der Stichting is voor de uitvoering van zijn taak, als omschreven in de Stichtingsacte, verantwoordelijk tegenover de Ministers.

Het beheer der Stichting wordt gevoerd overeenkomstig een door het Bestuur vast te stellen reglement, dat de voorafgaande goedkeuring der Ministers behoeft.

Artikel 2

1. Het Bestuur der Stichting dient jaarlijks uiterlijk de 1ste Maart bij de Minister van Verkeer en Waterstaat een ontwerpbegroting van baten en lasten voor het daarop volgende jaar in en een ontwerp-werkplan voor dat jaar.

2. Afschrift van deze stukken zendt het Bestuur aan de Ministers van FinanciŽn en van Economische Zaken.

3. Uit de begroting moet blijken of en tot welk bedrag voor het desbetreffende jaar een tekort wordt verwacht.

4. Het Bestuur verstrekt de inlichtingen, welke met betrekking tot deze stukken door of vanwege de Ministers van Verkeer en Waterstaat, van FinanciŽn en van Economische Zaken worden gevraagd.

5. Na ontvangst van bericht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, op welk bedrag aan subsidie ten hoogste kan worden gerekend, stelt het Bestuur de begroting van baten en lasten vast, waarbij de aanwijzingen in acht worden genomen, welke door die Minister met betrekking tot de begroting en het werkplan worden gegeven.

6. Afschrift van de vastgestelde begroting zendt het Bestuur toe aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Algemene Rekenkamer en aan de Ministers van Verkeer en Waterstaat, van FinanciŽn en van Economische Zaken.

7. Zo nodig wordt een gedeelte van het subsidie aan de Stichting bij wijze van voorschot uitgekeerd.

Artikel 3

Het Bestuur verstrekt jaarlijks uiterlijk de 1ste Juli aan de Ministers en aan de Algemene Rekenkamer een ontwerp-balans per 31 December van het afgelopen jaar en een ontwerp-verlies- en winstrekening, benevens een verslag omtrent de verrichte werkzaamheden en de bereikte resultaten over dat jaar.

Afschrift van deze stukken zendt het Bestuur aan de Ministers, die in het Bestuur vertegenwoordigd zijn.

Nadat deze stukken zijn onderzocht, ontvangt het Bestuur van de Minister van Verkeer en Waterstaat mededeling betreffende de goedkeuring van deze stukken door de Ministers en omtrent de uiteindelijke vaststelling van het subsidie over het betreffende jaar.

Goedkeuring van de balans, de verlies- en winstrekening en het jaarverslag door de Minister van Verkeer en Waterstaat strekt het Bestuur tot dťcharge.

Het Bestuur stelt na de goedkeuring, bedoeld in het vorige lid, de balans en de verlies- en winstrekening vast.

Afschrift van deze stukken zendt het Bestuur aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Algemene Rekenkamer en aan de Ministers van FinanciŽn en van Economische Zaken.

Artikel 4

Het Bestuur brengt ten minste eenmaal per kwartaal verslag uit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de verrichte werkzaamheden, de aangegane verplichtingen, de inkomsten en de uitgaven van de Stichting.

Artikel 5

Het Bestuur zal zonder de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Verkeer en Waterstaat niet overgaan tot de stichting van gebouwen en vaste installaties of tot het aangaan van andere belangrijke verplichtingen, welke niet in het werkplan zijn voorzien.

Artikel 6

Het Bestuur stelt een instructie vast voor alle personen, die bij de Stichting al of niet in dienstverband, werkzaamheden verrichten. In deze instructie zullen niet ontbreken bepalingen, welke voor zover nodig, geheimhouding waarborgen met betrekking tot hetgeen bij de Stichting ter kennis gekomen is van de bij de Stichting werkzame personen.

Artikel 7

Deze overeenkomst werkt terug tot en met 4 Juli 1946 en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

De Ministers hebben evenwel het recht de overeenkomst te allen tijde te doen eindigen na overleg met de overige in het Bestuur vertegenwoordigde Ministers en instellingen; zulks echter onverminderd de verplichting van het Rijk om de Stichting in staat te stellen de verbintenissen, die zij met inachtneming van het in deze overeenkomst bepaalde heeft aangegaan, na te komen.

Het Bestuur kan de overeenkomst doen eindigen met een opzegtermijn van zes maanden.

De kosten op deze overeenkomst vallende komen ten laste van de Stichting.

Aldus in tweevoud opgemaakt en getekend te 's-Gravenhage,

de 195

 

Partij ter ener zijde

Partij ter andere zijde

 

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Het Dagelijks Bestuur van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling,

 

 

De Minister van FinanciŽn,

 

De Minister van Economische Zaken,

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x