Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  BEPERKING  SCHADELOOSSTELLING  EN  TOELAGEN  VOORZITTER  EN  OVERIGE  LEDEN  TWEEDE  KAMER  EN  VOORZITTER  EERSTE  KAMER  DER  STATEN-GENERAAL

Tekst zoals deze geldt op 16 juli 2007

Vervallen m.i.v. 14 november 2007

 

 

 

 
WET van 23 februari 1987, houdende beperking schadeloosstelling en toelagen voorzitter en overige leden Tweede Kamer en voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de schadeloosstelling en toelagen van de voorzitter en de overige leden van de Tweede Kamer en de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal met ingang van 1 juni 1986 wederom aan te passen aan de beperking van de vakantie-uitkering voor het burgerlijk rijkspersoneel en voor eenzelfde aanpassing voor de periode van 1 januari 1981 tot 1 juni 1984 een wettelijke grondslag te bieden voor de nadere vaststelling van de bedragen van de toelage en van de schadeloosstelling bij algemene maatregel van bestuur;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder de toelagen en de schadeloosstelling: de toelage dan wel de schadeloosstelling bedoeld in artikel 1, onder b, artikel 2, artikel 3, derde en zesde lid, artikel 4, eerste lid, artikel 8 en artikel 9 van de wet van 30 oktober 1968, Stb. 584, en de toelage bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 november 1975, Stb. 657.

Artikel 2

In de bedragen van de toelagen en van de schadeloosstelling wordt voor de toepassing van deze wet geacht een vakantie-uitkering te zijn begrepen van 8%.

Artikel 3

Indien de vakantie-uitkering voor het burgerlijk rijkspersoneel wordt beperkt, wordt een overeenkomstige beperking toegepast op de toelagen en op de schadeloosstelling.

Artikel 4

De beperking van de vakantie-uitkering voor het burgerlijk rijkspersoneel over de periode van 1 januari 1981 tot 1 juni 1984 is van overeenkomstige toepassing op de toelagen en op de schadeloosstelling.

Artikel 5

De bedragen van de toelagen en van de schadeloosstelling worden bij algemene maatregel van bestuur aan de hand van het bepaalde in de artikelen 3 en 4 nader vastgesteld.

Artikel 6

1. De artikelen 1, 2, 4 en 5 van deze wet treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 januari 1981.

2. Artikel 3 van deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni 1986. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 mei 1986, treedt artikel 3 in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en werkt dat artikel terug tot en met 1 juni 1986.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 23 februari 1987

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. de Koning

 

Uitgegeven de zeventiende maart 1987
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x