Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  BESCHERMING  ANTARCTICA

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit bescherming Antarctica

 

 

WET van 5 maart 1998, houdende regels ter bescherming van het Antarctisch milieu ter uitvoering van het Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica (Wet bescherming Antarctica)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter bescherming van het Antarctisch milieu ter uitvoering van het Protocol betreffende milieubescherming bij het verdrag inzake Antarctica;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Antarctisch gebied: gebied gelegen ten zuiden van de 60ste zuidelijke breedtegraad;

b. Verdrag: het Antarctica Verdrag (Trb. 1965, 148; laatstelijk 1987, 68);

c. Protocol: Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag (Trb. 1992, 110);

d. activiteit: een activiteit in de zin van artikel 3 van het Protocol, zijnde een geheel van onderling samenhangende handelingen in het Antarctisch gebied;

e. organisator: de natuurlijke of rechtspersoon die vanuit Nederland, daaronder begrepen de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba; een activiteit organiseert;

f. speciaal beschermd Antarctisch gebied: delen van het Antarctisch gebied, die ingevolge artikel 3, eerste of derde lid, van bijlage V bij het Protocol als zodanig zijn aangewezen;

g. speciaal beheerd Antarctisch gebied: delen van het Antarctisch gebied, die ingevolge artikel 4, eerste lid, van bijlage V bij het Protocol als zodanig zijn aangewezen;

h. historische plaats of historisch monument: plaats die onderscheidenlijk monument dat ingevolge artikel 8, tweede of derde lid, van bijlage V bij het Protocol als zodanig is aangewezen;

i. minerale rijkdommen: niet-levende, niet-vernieuwbare natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van fossiele brandstoffen en ertshoudende en niet-ertshoudende mineralen;

j. inheems: in het Antarctisch gebied voorkomend;

k. levende rijkdommen: zoogdieren, vogels en eieren van vogels, op land of in zoet water levende ongewervelde dieren en planten, in elke fase van hun levenscyclus;

l. onttrekken aan de populatie: doden, verwonden, gevangen nemen, vastpakken, verwijderen of beschadigen;

m. schadelijk optreden: schadelijk optreden, als bedoeld in artikel 1, onder h, van Bijlage II bij het Protocol;

n. afvalstoffen: afvalstoffen in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

o. gevaarlijke afvalstoffen: gevaarlijke afvalstoffen als aangewezen krachtens artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

p. afvalwater: afvalwater in de zin van de Wet milieubeheer;

q. Onze Ministers: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

r. openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder het Antarctisch milieu mede verstaan:

a. de van het Antarctisch milieu afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen;

b. de intrinsieke waarde van Antarctica, met inbegrip van de wildernis van Antarctica, de esthetische waarden en de waarde van Antarctica als gebied voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, in het bijzonder onderzoek dat essentieel is voor inzicht in het milieu van de gehele aarde;

c. de waarde van het Antarctisch gebied voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek;

d. het klimaat en de samenstelling van de atmosfeer.

 

Artikel 2

1.Deze wet is niet van toepassing op:

a. het aan boord houden van afvalstoffen of het lozen vanaf schepen in het mariene milieu of uit luchtvaartuigen tijdens de vlucht;

b. voor zover dit verband houdt met het verzekeren van de veiligheid op zee: in elk geval het ontwerp, de bouw, de uitrusting en zeewaardigheid van schepen, het bemannen van schepen, de arbeidsvoorwaarden voor en de bekwaamheid van de bemanning, het gebruik van signalen, het onderhouden van verbindingen of het voorkomen van aanvaringen;

c. voor zover dit verband houdt met het verzekeren van de veiligheid in het luchtruim: in elk geval het ontwerp, de bouw, de uitrusting en luchtwaardigheid van luchtvaartuigen, de arbeidsvoorwaarden voor en de bekwaamheid van de bemanning van luchtvaartuigen of het voorkomen van botsingen van luchtvaartuigen.

2.Deze wet is, met uitzondering van artikel 3, niet van toepassing op scheep- en luchtvaart die geen verband houdt met een activiteit.

 

Artikel 3

1. Een ieder neemt in het Antarctisch gebied zo veel mogelijk zorg voor het Antarctisch milieu in acht.

2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid laat onverlet de uit het burgerlijk recht voortvloeiende aansprakelijkheid en de mogelijkheid van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en artikel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, om uit dien hoofde in rechte op te treden.

 

Artikel 4

Onze Ministers houden er bij de uitoefening van hun bevoegdheden

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x