Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  BESCHIKBAARHEID  GOEDEREN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit ex artikel 5 Wet beschikbaarheid goederen
- Besluit ex artikel 6 Wet beschikbaarheid goederen

 

 

WET van 10 juli 1952 ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, maatregelen te kunnen treffen ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verbandhoudende buitengewone omstandigheden;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

Deze wet verstaat onder:

a. goederen: hetgeen artikel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek daar onder verstaat;

b. rechthebbenden: personen en lichamen die een recht hebben ten aanzien van een goed dan wel de bezitter of houder van een goed zijn;

c. bevel: een last, gegeven krachtens artikel 2 of artikel 2a.

Artikel 2

1. Ieder van Onze Ministers is, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen ter voorbereiding op noodsituaties, bevoegd aan de rechthebbende bij algemeen of bijzonder bevel te gelasten:

a. in of aan een goed, dan wel in de toestand waarin of de plaats waar het zich bevindt, of in de wijze waarop het wordt gebruikt, zonder door of vanwege die Minister verleende vergunning geen veranderingen of geen, bij het bevel omschreven veranderingen aan te brengen noch toe te laten, dat dit door anderen geschiedt;

b. in of aan een goed, dan wel in de toestand waarin of de plaats waar het zich bevindt, of in de wijze waarop het wordt gebruikt, de bij het bevel omschreven veranderingen aan te brengen of toe te laten, dat zulks door of vanwege die Minister geschiedt;

c. een goed niet te verbruiken of te verwerken zonder een door of vanwege die Minister verleende vergunning;

d. zorg te dragen voor een doeltreffend onderhoud van een goed.

2. Het bevel kan bepalingen inhouden omtrent de plaats en de tijd waarop aan het bevel moet worden voldaan. De plaats waarop aan het bevel moet worden voldaan, kan ook buiten het Rijk zijn gelegen.

3. Een bevel wordt niet gegeven dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze voornoemde Minister bij voorraad zijn instemming verlenen voor groepen van gevallen.

4. De rechthebbende op een goed, ten aanzien waarvan een bevel is gegeven, is verplicht van dit bevel kennis te geven aan zijn rechtsopvolger.

5. Een bevel is mede van kracht voor de volgende rechthebbenden op de in het bevel begrepen goederen.

6. Voor zover het registergoederen betreft, doet Onze Minister die het bevel heeft gegeven, de beschikking waarbij het bevel wordt gegeven, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Indien artikel 4, eerste lid, toepassing heeft gevonden en het bevel namens een Onzer Ministers is gegeven, doet de gemachtigde persoon de beschikking zo spoedig mogelijk tezamen met de machtiging inschrijven. Het bepaalde in de tweede zin is van overeenkomstige toepassing in gevallen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, met dien verstande dat de ter inschrijving aangeboden beschikking vermeldt de dagtekening van de beschikking waarbij de betrokken persoon als gemachtigde is aangewezen alsmede de datum en het nummer van de Nederlandse Staatscourant waarin die beschikking is bekend gemaakt dan wel het tijdstip waarop door middel van de radio-omroep de machtiging van de betrokken persoon is bekend gemaakt. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.

Artikel 2a

1. Ieder van Onze Ministers is, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in het belang van de voorbereiding of de nakoming van bevelen als in artikel 2, eerste lid, bedoeld, bevoegd aan de rechthebbende bij algemeen of bijzonder bevel te gelasten om een goed tot het ondergaan van een onderzoek naar zijn toestand of geschiktheid tijdelijk ter beschikking te stellen van degene die het bevel geeft.

2. Artikel 2, tweede lid, eerste volzin, vierde, vijfde en zesde lid, is van toepassing.

3. Van ieder krachtens het eerste lid gegeven bevel wordt een afschrift gezonden aan Onze Minister van Economische Zaken.

Artikel 2b

Een door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de uitvoering van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x