Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  BESTRIJDING  ONGEVALLEN  NOORDZEE

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 12 maart 1992, houdende aanvullende regels met betrekking tot het voorkomen, beperken of ongedaan maken van schadelijke gevolgen van ongevallen op de Noordzee

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bescherming van de belangen van Nederland als kuststaat, alsook met het oog op de toepassing van het op 29 november 1969 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken (met Bijlage) (Trb. 1970, 197) en van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Protocol inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door andere stoffen dan olie kunnen veroorzaken (Trb. 1977, 162), wenselijk is aanvullende regelen te stellen met betrekking tot het voorkomen, beperken of ongedaan maken van schadelijke gevolgen van ongevallen op de Noordzee;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;

c. kapitein: degene die het gezag heeft over het schip;

d. ongeval: een aanvaring, een stranding of een ander incident met een schip bij de navigatie, dan wel een ander voorval aan boord van het schip of daarbuiten, dat materiėle schade aan het schip of aan zaken aan boord daarvan veroorzaakt of dreigt te veroorzaken.

2.Indien het schip toebehoort aan een rederij die een boekhouder heeft aangesteld, of indien er sprake is van rompbevrachting, treedt de boekhouder, onderscheidenlijk de rompbevrachter voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen in de plaats van de scheepseigenaar.

3.Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder het verlenen van hulp aan een schip mede verstaan het verlenen van hulp aan zaken die zich aan boord daarvan bevinden of aan van dat schip afkomstige driftige, of gezonken zaken.

4.Onverminderd het bepaalde in het zesde lid, is het bij of krachtens deze wet ten aanzien van een schip bepaalde van overeenkomstige toepassing op:

a. elke installatie;

b. elke andere zaak in drijvende of gezonken staat.

5.Het bij of krachtens deze wet ten aanzien van de kapitein bepaalde is van overeenkomstige toepassing op degene die ter plaatse de leiding of het opzicht heeft over een installatie of een andere zaak, bedoeld in het vierde lid.

6.Van de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn uitgezonderd:

a. mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet;

b. installaties of schepen, die tot opsporing of winning van delfstoffen in gebruik zijn op een ander dan het Nederlandse deel van het continentaal plat.

 

Artikel 2

1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de Noordzee verstaan de Nederlandse territoriale zee, alsmede het gedeelte van de volle zee dat daarop aansluit en zich uitstrekt in het noorden tot de breedtegraad van 56° noorderbreedte, en in het zuiden tot de breedtegraad van 51°10' noorderbreedte.

2.Voor de toepassingen van het bepaalde in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de Nederlandse territoriale zee mede verstaan het gedeelte van de Westerschelde, dat is gelegen tussen de territoriale zee en de lengtegraad van 3°35' oosterlengte.

 

Artikel 3

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder schadelijke gevolgen van een ongeval begrepen:

a. een ernstig en dreigend gevaar vanuit de Noordzee voor de Nederlandse kust of voor daarmee samenhangende belangen van Nederland door verontreiniging of dreigende verontreiniging, welk gevaar ontstaat als gevolg van een ongeval of van daarmee verband houdende handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zeer ernstige schade tot gevolg zullen hebben;

b. een ernstige belemmering van de scheepvaart in de Nederlandse territoriale zee, die ontstaat of dreigt te ontstaan als gevolg van een ongeval of van daarmee verband houdende handelingen;

c. een ernstige schade vanuit de Noordzee aan:

1°. zeeweringen aan de Nederlandse kust, of

2°. andere waterstaatswerken die in de Nederlandse territoriale zee zijn gelegen of installaties die zijn opgericht op de bodem van de Nederlandse territoriale zee,

die ontstaat of dreigt te ontstaan als gevolg van een ongeval of

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x