Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  BEZOLDIGING  NATIONALE  OMBUDSMAN

Tekst zoals deze geldt op 23 januari 2009

Vervallen m.i.v. 13 februari 2009

(Zie Wet rechtspositie RvS, ARK en No)

 

 

 

 
WET van 26 augustus 1981, houdende regeling van de bezoldiging van de Nationale ombudsman en van de substituut-ombudsmannen, en wijziging van een aantal wetten

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er behoefte bestaat aan een bijzondere voorziening tot onderzoek van de wijze waarop de overheid zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de burger heeft gedragen en dat het in verband hiermede wenselijk is over te gaan tot de instelling van het ambt van Nationale ombudsman en tot wijziging van een aantal wetten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. De bezoldiging van de Nationale ombudsman wordt bepaald op € 10.123,39 per maand en de bezoldiging van de substituut-ombudsman op € 8919,86 per maand.

2. Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag waarop de benoeming ingaat. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.

3. Indien Wij in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging aanbrengen en bepalen dat deze wijziging een algemeen karakter draagt, brengen Wij bij algemene maatregel van bestuur met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aan in de bezoldiging van de ingevolge deze wet bezoldigde functionarissen, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van de in het eerste lid genoemde bedragen.

Artikel 2

De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen ontvangen een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren, werkzaam bij de departementen van algemeen bestuur, zijn of zullen worden vastgesteld.

Artikel 2a

1. De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, derde lid, van de Wet Nationale ombudsman is belast met de waarneming van het ambt van de ombudsman, geniet voor de duur van de waarneming een waarnemingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging van de ombudsman.

2. De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman gedurende meer dan 30 dagen onafgebroken is belast met de vervanging van de ombudsman, geniet voor de duur van de vervanging een vervangingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging van de ombudsman.

Artikel 2b

1. Degene die op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 10, tweede of vierde lid, van de Wet Nationale ombudsman, de ombudsman vervangt respectievelijk het ambt van ombudsman waarneemt, geniet voor de duur van de vervanging respectievelijk de waarneming, de bezoldiging en de vakantie-uitkering die voor dit ambt zijn vastgesteld.

2. Van degene die krachtens artikel 2, vijfde lid, of artikel 10, zevende lid, van de Wet Nationale ombudsman in een betrekking of lidmaatschap op non-activiteit is gesteld, wordt de bezoldiging met inbegrip eventueel van toelagen gedurende de periode van non-activiteit ingehouden.

Artikel 3

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet bezoldiging Nationale ombudsman.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 26 augustus 1981

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel

De Minister van Justitie,
J. de Ruiter

 

Uitgegeven de negenentwintigste september 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x