Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  BUITENGEWOON  PENSIOEN  INDISCH  VERZET  (WIV)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit ex artikel 2, tweede lid, Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
- Besluit vervallen causaliteit en voortzetting voorzieningen wetten voor oorlogsgetroffenen
- Inkomensbesluit wetten buitengewoon pensioen
- Kortingsbesluit WIV

 

 

WET van 16 mei 1986, houdende regelen inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan de deelnemers aan het verzet in het voormalige Nederlands-IndiŽ en aan hun nagelaten betrekkingen
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende het toekennen van buitengewoon pensioen aan hen, die tijdens de vijandelijke bezetting van het voormalige Nederlands-IndiŽ hebben deelgenomen aan het verzet, alsmede aan hun nagelaten betrekkingen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

c. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

d. de pensioengrondslag: de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 10;

e. nagelaten betrekkingen: de personen, bedoeld in de artikelen 19, 20 en 34;

f. "minimum-pensioengrondslag": de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a.

Artikel 1a

Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:

a. huwelijk: het geregistreerd partnerschap;

b. gehuwd: als partner geregistreerd;

c. echtgenoot of echtgenote: de geregistreerde partner;

d. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partij bij een geregistreerd partnerschap;

Artikel 1b

Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van ęde Raad of de Sociale verzekeringsbankĽ is de taakverdeling in overeenstemming met de artikelen 4 en 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

Artikel 2

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. verzet: activiteiten welke na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, anders dan in militair verband, werden verricht met het oogmerk door daad of houding afbreuk te doen aan de militaire of ideologische doeleinden van de bezetter zonder dat daarbij persoonlijk gewin of andere persoonlijke motieven een rol speelden en welke een zekere mate van duurzaamheid of intensiteit inhielden en waaraan voor betrokkene een duidelijk risico verbonden was;

b. deelnemers aan het verzet: zij die verzet hebben gepleegd tegen de vijandelijke bezettende macht van het Rijk in AziŽ.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieŽn van personen worden aangewezen op wie deze wet van overeenkomstige toepassing zal zijn.

Artikel 3

1. Deze wet is van toepassing op de deelnemers aan het verzet en hun nagelaten betrekkingen, die de Nederlandse nationaliteit bezitten.

2. De Raad kan deze wet van toepassing verklaren op de verzetsdeelnemer of zijn nagelaten betrekkingen indien ten aanzien van hen sprake is van zodanige bij hen gelegen omstandigheden dat als gevolg daarvan het een klaarblijkelijke hardheid zou zijn hen van de toepassing van deze wet uit te sluiten. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

3. Voor toekenning van buitengewoon pensioen dan wel erkenning als deelnemer aan het verzet komen niet in aanmerking zij, die zich tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in AziŽ uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd, onwaardig hebben gedragen. Evenmin komen in aanmerking de nagelaten betrekkingen van de deelnemers aan het verzet, op wie vorenbedoelde omschrijving van toepassing is.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-1990]

Artikel 5

De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Tweede hoofdstuk. Het buitengewoon pensioen van de deelnemers aan het verzet

ß 1. Het recht op buitengewoon pensioen

Artikel 6

1. De deelnemer aan het verzet heeft recht op buitengewoon pensioen ingeval van verwonding, verminking, ziekten of gebreken welke door of in verband met het verzet zijn ontstaan of verergerd dan wel het gevolg zijn van de behandeling ondervonden tijdens gevangenschap ter zake van het verzet, mits de toestand van de belanghebbende ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit blijkt te veroorzaken van tenminste 10%.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit veroorzaken van tenminste 40%, doch het totaal der invaliditeit een hoger percentage bedraagt, geldt voor de vaststelling van de mate van invaliditeit waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, dit hogere percentage voorzover de meerdere invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken dan het verzet is ontstaan.

3. Het verband of gevolg, bedoeld in het eerste lid, wordt geacht aanwezig te zijn, indien de deelnemer aan het verzet:

a. tijdens de bezetting of in aansluiting daarop in verband met het verzet drie maanden of langer in gevangenschap heeft doorgebracht dan wel naar het oordeel van de Raad, de Stichting Pelita gehoord, in verband met de aard van zijn verzetsactiviteiten aan buitengewoon zware en langdurige spanningen heeft blootgestaan en

b. voor tenminste 60% invalide is en deze invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken dan het verzet is ontstaan.

4. Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het verzet en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.

ß 2. De voet waarop het buitengewoon pensioen wordt verleend

Artikel 7

Het buitengewoon pensioen kan als blijvend of voorlopig pensioen worden toegekend.

Artikel 8

Het blijvend buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien, hetzij bij eerste toekenning, hetzij bij vernieuwing van pensioen, verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht.

Artikel 9

1. Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst aannemelijk wordt geacht.

2. Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt voor tenminste ťťn jaar en voor ten hoogste vijf jaren toegekend; een zodanig pensioen wordt opnieuw toegekend, zo dikwijls daartoe aanleiding bestaat. De termijn van tenminste ťťn jaar is niet van toepassing bij de tweede of verdere toekenning van voorlopig buitengewoon pensioen.

ß 3. De pensioengrondslag

Artikel 10

1. Ingeval krachtens deze wet aanspraak op buitengewoon pensioen bestaat, stelt de Raad de pensioengrondslag vast, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend.

2.

a. Indien de deelnemer aan het verzet voor het bereiken van de leeftijd, waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beŽindigen, ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 6, gedwongen werd of wordt zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf te beŽindigen of blijvend te verminderen, wordt de pensioengrondslag vastgesteld naar het inkomen uit arbeid, dat de deelnemer aan het verzet ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, in Nederland, ware hij niet invalide geweest, zou hebben genoten uit het door hem uitgeoefende beroep of bedrijf, waarin hij voor het eerst ten gevolge van zijn invaliditeit zijn werkzaamheden moest beŽindigen of blijvend verminderen;

b. indien de deelnemer aan het verzet, bedoeld onder a, na het tot uiting komen van de invaliditeit ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beŽindigen of blijvend verminderen, arbeid heeft aanvaard in een ander beroep of bedrijf, wordt, indien dat voor hem gunstiger is, de pensioengrondslag vastgesteld naar het inkomen dat de deelnemer aan het verzet ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, in Nederland uit arbeid in laatstbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij deze werkzaamheden door of in verband met zijn invaliditeit niet had moeten beŽindigen of blijvend verminderen;

c. onder arbeid in een ander beroep of bedrijf, bedoeld onder b, wordt verstaan: arbeid, welke gedurende een aaneengesloten periode van tenminste drie jaar in de voor dat beroep of bedrijf gebruikelijke arbeidstijd is verricht;

d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken, indien naar zijn oordeel de onverkorte toepassing daarvan, gelet op alle omstandigheden, in een individueel geval onredelijk zou zijn.

3. Indien het in het tweede lid bedoelde beroep

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x