Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  BUITENGEWOON  PENSIOEN  ZEELIEDEN-OORLOGSSLACHTOFFERS

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
-
Besluit ex artikel 11 Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers
- Besluit vervallen causaliteit en voortzetting voorzieningen wetten voor oorlogsgetroffenen
- Inkomensbesluit wetten buitengewoon pensioen

 

 

WET van 11 december 1947 tot invoering van een buitengewoon pensioen voor zeelieden-oorlogsslachtoffers, alsmede voor hun nagelaten betrekkingen

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling te treffen met betrekking tot het recht op buitengewoon pensioen ten behoeve van zeelieden, die door de oorlog zijn getroffen, alsmede van hun nagelaten betrekkingen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

"de Raad": de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

"zeeman": de kapitein of schepeling, een vrouwelijke schepeling inbegrepen, die, Nederlander zijnde, deel uitmaakte van de bemanning van een zeevaartuig op enig tijdstip gedurende het tijdvak van 1 september 1939 tot en met 2 maart 1946 of van een zeevissersvaartuig op enig tijdstip gedurende het tijdvak van 1 september 1939 tot en met 15 december 1945;

"gewezen echtgenote": de vrouw, bedoeld in artikel 14, tweede lid;

"peiljaar": het jaar vastgesteld ingevolge artikel 7, tweede lid, en artikel 35d, eerste lid;

"minimum-pensioengrondslag": de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef.

2. Voor de toepassing van deze wet hebben de woorden "zeevaartuig", "zeevissersvaartuig", en "lid van de bemanning" dezelfde betekenis als die, welke daaraan was toegekend in de Zeeongevallenwet 1919, zoals deze was gewijzigd bij de Wet van 18 september 1946, G 255, terwijl mede als zeevaartuig worden beschouwd de vaartuigen, waarop de Zeeongevallenwet 1919 van toepassing zou zijn geweest, indien zij ten tijde van de bovengenoemde wijziging nog in de vaart waren geweest.

3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op het zeevaartuig, zeevissersvaartuig of lid van de bemanning, hetwelk zich bevond in de feitelijke macht van een vijandelijke mogendheid of van een mogendheid, welker gebied, ingevolge het Koninklijk besluit van 27 maart 1941, Stb. B 30, met vijandelijk gebied was gelijkgesteld.

Artikel 1a

Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:

a. huwelijk: het geregistreerd partnerschap;

b. gehuwd: als partner geregistreerd;

c. echtgenoot of echtgenote: de geregistreerde partner;

d. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partij bij het geregistreerd partnerschap;

Artikel 1b

Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van «de Raad of de Sociale verzekeringsbank» is de taakverdeling in overeenstemming met de artikelen 4 en 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

Artikel 2

1. Onder de voorwaarden en naar de regelen, bij of krachtens deze wet gesteld, wordt buitengewoon pensioen verleend aan zeelieden, alsmede aan hun nagelaten betrekkingen.

2. De zeeman, die van ontrouw aan de zaak van Ons Koninkrijk, aan Ons of aan Onze Regering heeft blijk gegeven, dan wel zijn diensten niet bij voortduring en naar behoren heeft vervuld, kan geen rechten ontlenen aan het bepaalde in deze wet, tenzij de Raad termen aanwezig acht anders te beslissen.

3. De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekend gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Tweede hoofdstuk. Van het buitengewoon pensioen van de zeeman

§ 1. Van het recht op buitengewoon pensioen

Artikel 3

1. De zeeman heeft recht op buitengewoon pensioen in geval van:

a. verwonding of verminking, ontstaan in dienst van het zeevaartuig of zeevissersvaartuig, bekomen in verband met de vaarplicht of de oorlog;

b. ziekten of gebreken, welke geheel of gedeeltelijk het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen, aan zijn dienstbetrekking als zeeman gedurende het in het eerste lid van artikel 1 genoemde tijdvak verbonden, of van de behandeling ondervonden tijdens gevangenhouding door de vijand, of van bijzondere omstandigheden of toestanden, welke zich in verband met zijn dienstbetrekking als zeeman gedurende genoemd tijdvak hebben voorgedaan, dan wel die tot uiting zijn gekomen of verergerd onder overwegende invloed van die verrichtingen, vermoeienissen, behandeling, bijzondere omstandigheden of toestanden; een en ander onder voorbehoud, dat die verwondingen, verminkingen, ziekten of gebreken niet door eigen opzettelijk toedoen zijn ontstaan, tot uiting gekomen of verergerd.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde verwonding, verminking, ziekten of gebreken een arbeidsongeschiktheid van ten minste veertig procent veroorzaken, doch het totaal der arbeidsongeschiktheid een hoger percentage bedraagt, geldt voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, dit hoger percentage, voorzoveel de meerdere arbeidsongeschiktheid niet duidelijk uit andere oorzaken dan de vaarplicht of de oorlog is ontstaan.

3. Het verband of gevolg, bedoeld in het eerste lid, wordt geacht aanwezig te zijn, indien de zeeman:

a. naar het oordeel van de Raad in verband met de aard van zijn verrichtingen als zeeman aan buitengewoon zware en langdurige spanningen heeft blootgestaan dan wel in het in artikel 1, eerste lid, genoemde tijdvak in verband met de vaarplicht of de oorlog drie maanden of langer in gevangenschap heeft doorgebracht en

b. voor ten minste zestig procent arbeidsongeschikt is en deze arbeidsongeschiktheid niet duidelijk uit andere oorzaken dan de vaarplicht of de oorlog is ontstaan.

4. Bij de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen de vaarplicht of de oorlog en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.

5. In bijzondere gevallen is de Raad bevoegd, het recht op buitengewoon pensioen toe te kennen aan een zeeman, op wie de voorafgaande bepalingen dezer wet niet of niet geheel van toepassing zijn. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

6. Wanneer op grond van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in het eerste lid een buitengewoon pensioen wordt toegekend en uit hoofde van die verwonding, verminking, ziekten of gebreken behandeling of verpleging is vereist, wordt aan de gepensioneerde ter zake daarvan vergoeding verleend volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

7. In afwijking van het zesde lid kan aan categorieën gepensioneerden vergoeding ter zake van bepaalde de behandeling of verpleging omvattende voorzieningen worden verleend zonder dat deze voorzieningen uit hoofde van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in het eerste lid, zijn vereist. Bij algemene maatregel van bestuur worden ter zake regels gesteld.

8. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de mogelijkheid om de vergoeding ter zake van bepaalde de behandeling of verpleging omvattende voorzieningen na het overlijden van de gepensioneerde gedurende een bepaalde tijd ten gunste van de weduwe of weduwnaar voort te zetten.

§ 2. Van de voet waarop buitengewoon pensioen wordt verleend

Artikel 4

Een buitengewoon pensioen kan blijvend of voorlopig worden toegekend.

Artikel 5

Het buitengewoon pensioen wordt blijvend toegekend, indien hetzij bij de eerste toekenning, hetzij bij vernieuwing van pensioen, verandering van het percentage van arbeidsongeschiktheid voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht.

Artikel 6

1. Het buitengewoon pensioen wordt voorlopig toegekend, indien

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x