Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  COMMISSIES  STANDAARDREGELINGEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 13 december 1989, houdende regelen omtrent de wijze van samenstelling en de werkwijze van de commissies, bedoeld in artikel 214 van Boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het oog op de invoering van de Boeken 3, 5 en 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek regelen vast te stellen omtrent de wijze van samenstelling en de werkwijze van de commissies, bedoeld in artikel 6.5.1.2 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. Een commissie tot vaststelling, wijziging of intrekking van een standaardregeling, als bedoeld in artikel 214 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, wordt voor ten minste twee derde gedeelte samengesteld uit leden die daartoe zijn voorgedragen door overeenkomstig het volgende lid aangewezen representatieve organisaties

a. van hen die een bedrijf of beroep uitoefenen waarop de standaardregeling betrekking heeft;

b. van hen die bij de overeenkomsten waarop de standaardregeling betrekking heeft, als hun wederpartij plegen op te treden.

2. Onze Minister van Justitie bepaalt, alvorens tot benoeming van een commissie over te gaan, na overleg met Onze Ministers wie het onderwerp van de standaardregeling aangaat, bij ministeriŽle regeling:

a. welke representatieve organisaties leden van de commissie kunnen voordragen, en

b. het aantal leden dat ieder van deze organisaties kan voordragen.

3. Het aantal leden van de commissie, dat kan worden voorgedragen door organisaties van hen die een bedrijf of beroep uitoefenen waarop de standaardregeling betrekking heeft, moet gelijk zijn aan het aantal leden dat kan worden voorgedragen door de organisaties van hen die als hun wederpartij plegen op te treden.

4. Een aan te wijzen organisatie dient een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid te zijn.

Artikel 2

1. Onze Minister van Justitie benoemt de leden die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x