Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  EDUCATIE  EN  BEROEPSONDERWIJS  (WEB)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
- Besluit maatschappelijke ondersteuning
- Besluit participatiebudget
- Doorstroomregeling VMBO-beroepsonderwijs
- Staatsexamenbesluit VO
- Uitvoeringsbesluit WEB
- Uitvoeringsregeling WEB 2007

 

 

WET van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de gewenste verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gewenste verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie, en voor een samenhangende besluitvorming op het gebied van de educatie, wenselijk is de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid, aan de gemeenten, aan de landelijke organen en aan de instellingen te herzien;
     dat het daarvoor wenselijk is de regelingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, alsmede de regelingen met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs, in een samenhangend wettelijk kader neer te leggen met ingang van de expiratiedatum van deze regelingen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemeen

Titel 1. Definities, reikwijdte, aard bepalingen

Artikel 1.1.1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken;

b. instelling:

1. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1,

2. een vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a, of

3. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3;

tenzij anders blijkt;

b1. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1;

c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;

d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek;

e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.6.1;

f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;

g. educatie: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;

g1. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 7.3.3;

h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid;

i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid;

i1. voltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid;

i2. deeltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vijfde lid;

j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid;

k. leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid;

l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a;

m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b;

n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;

n1. opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a;

o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie;

p. [vervallen;]

q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;

r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;

s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

t. kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in artikel 7.1.3;

t1. kwalificatiedossier: een document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven;

t2. opleidingsdomein: een samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken;

u. Centraal register: het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid;

v. paritaire commissie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in artikel 9.2.1, derde lid;

v1. college van bestuur van een bijzondere instelling: het orgaan van de instelling dat als zodanig in de statuten is aangewezen;

w. bevoegd gezag:

1. wat een openbare instelling betreft: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;

2. wat een bijzondere instelling betreft: het college van bestuur, of indien artikel 9.1.8 is toegepast, het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;

3. wat een instelling als bedoeld in de artikelen 1.4.1 dan wel 1.4a.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;

4. wat een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;

x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.8.1;

y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;

z. personeel:

1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven;

2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;

aa. uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget;

bb. [vervallen;]

cc. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;

dd. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;

ee. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 1.1.2 [Vervallen per 01-07-2004]

Artikel 1.1.3. Aard bepalingen

1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.7, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1 tot en met 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, tweede lid, 8.1.3, eerste tot en met derde lid, 8.1.4 tot en met 8.2.1, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2 en 9.1.2, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.

2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.1.9, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.1.5, eerste lid, 4.1.6 tot en met 4.2.5, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, eerste lid, 8.1.3 tot en met 8.2.1, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2, 9.1.1, 9.1.3, eerste lid, 9.1.4, 9.1.7 en 9.1.8, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.

Titel 2. Doelstellingen onderwijs

Artikel 1.2.1. Doelstellingen onderwijs

1. Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zijn gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

2. Beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding voor de uitoefening van beroepen, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn. Het beroepsonderwijs bevordert tevens de algemene vorming en de persoonlijke ontplooiing van de deelnemers en draagt bij tot het maatschappelijk functioneren. Beroepsonderwijs sluit aan op het voorbereidend beroepsonderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs. Beroepsonderwijs omvat niet het hoger onderwijs.

Titel 3. Bekostigde instellingen voor educatie en beroepsonderwijs

1. Instellingen

Artikel 1.3.1. Regionale opleidingencentra

1. Aan regionale opleidingencentra worden verzorgd:

a. opleidingen beroepsonderwijs,

b. indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde: een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, en

c. tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip: opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f.

2. Aan regionale opleidingencentra kunnen worden verzorgd:

a. indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 geen opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde: een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en

b. vanaf het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c: opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f.

3. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit s Rijks kas voor

a. het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van artikel 2.1.1 voor bekostiging in aanmerking komen en

b. het verzorgen van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die op de voet van artikel 2.1.2 voor bekostiging in aanmerking komen.

4. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van artikel 2.3.3 in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, een bedrag van het college van burgemeester en wethouders.

5. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het derde en vierde lid is een bewijsstuk als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, 7.4.11, vijfde lid, verbonden.

Artikel 1.3.2 [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1.3.2a. Vakinstellingen

1. Aan vakinstellingen worden beroepsopleidingen verzorgd die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x