Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WETBOEK  VAN  MILITAIR  STRAFRECHT  (WvMS)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit Buitengewoon Strafrecht (BBS)
- Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht

 

 

WET van 27 april 1903 tot vaststelling van een Wetboek van Militair Strafrecht

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
     Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een nieuw Wetboek van Militair Strafrecht vast te stellen;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, vast te stellen de volgende bepalingen, welke zullen uitmaken het WETBOEK VAN MILITAIR STRAFRECHT.

 

 

Eerste Boek. Algemene bepalingen

 

Inleiding Toepasselijkheid van het gemene strafrecht

 

Artikel 1

1. Bij de toepassing van dit wetboek gelden de bepalingen van het gemene strafrecht, daaronder begrepen de negende titel van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht, behoudens de afwijkingen bij de wet vastgesteld.

2. In dit wetboek wordt verstaan onder:

a. Wetboek van Strafrecht: het Wetboek van Strafrecht van het Europese deel van Nederland.

b. Wetboek van Strafvordering: het Wetboek van Strafvordering van het Europese deel van Nederland.

 

Artikel 2

Op de niet in dit wetboek omschreven strafbare feiten, begaan door in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen, is het gemene strafrecht toepasselijk, behoudens de afwijkingen bij de wet vastgesteld.

 

Artikel 3

De in het Wetboek van Strafrecht voorkomende bepalingen betreffende feiten, begaan aan boord van of met betrekking tot een Nederlands schip, zijn ook toepasselijk op die feiten, begaan aan boord van of met betrekking tot een vaartuig der krijgsmacht, tenzij de inhoud dier bepalingen deze toepasselijkheid uitsluit of het feit valt onder een zwaardere strafbepaling.

 

Titel I. Omvang van de werking der strafwet

 

Artikel 4

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de militair, die zich buiten Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt.

 

Artikel 5

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich, in tijd van oorlog, buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit, waarvan onder die omstandigheden de kennisneming behoort aan de gerechten bedoeld in de Wet militaire strafrechtspraak.

 

Titel IA. Bepalingen omtrent feiten begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

 

Artikel 5a

1. Op feiten door in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in of met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is het aldaar geldende strafrecht toepasselijk, indien de Nederlandse strafwet tegen zodanige feiten geen straf bedreigt.

2. Indien het strafrecht van een der in het vorige lid genoemde Rijksdelen wordt toegepast, kunnen tevens worden toegepast de bepalingen van de Nederlandse strafwet, die betrekking hebben op de voorwaardelijke veroordeling en op de terbeschikkingstelling wegens gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

 

Artikel 5b

Indien de Nederlandse strafwet op feiten door in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in of met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een lagere vrijheidsstraf of geldboete stelt dan de strafwet van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan een vrijheidsstraf of geldboete worden opgelegd van ten hoogste de tijd dan wel het bedrag, gesteld bij laatstbedoelde strafwet.

 

Titel II. Straffen

 

Artikel 6

Onverminderd het bepaalde met betrekking tot de straffen in het gemene strafrecht kan de militair worden opgelegd:

a. als hoofdstraf: militaire detentie;

b. als bijkomende straf: ontzegging van bepaalde bevoegdheden.

 

Artikel 6a [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 10

Voor de gevangenisstraf en de hechtenis gelden de in het gemene recht daarvoor gegeven regelen met dien verstande dat bij algemene maatregel van rijksbestuur voor militairen bijzondere voorschriften met betrekking tot de arbeid, de bestemming van de opbrengst van de verplichte arbeid en de geestelijke, culturele en sociale verzorging kunnen worden vastgesteld.

 

Artikel 11

1.Ingeval gevangenisstraf of hechtenis kan worden uitgesproken is de rechter bevoegd in plaats daarvan tot militaire detentie te veroordelen.

2.De duur van de militaire detentie zal de duur van de tegen het feit bedreigde vrijheidsstraf en die van zes maanden niet mogen overschrijden.

3.Artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht is bij het opleggen van militaire detentie van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 12

1. Militaire detentie wordt als regel in algehele of beperkte gemeenschap ondergaan. De straf wordt ten uitvoer gelegd in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet.

2. Voor militairen die in een penitentiaire inrichting een vrijheidsstraf ondergaan, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en in afwijking van de bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet gestelde regels bijzondere voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot:

a. de indeling en het beheer van en het regime in de desbetreffende inrichtingen;

b. de arbeid en de bestemming van de opbrengst van de verplichte arbeid;

c. de geestelijke, culturele en sociale verzorging; en

d. de tucht.

 

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 14

Voor de toepassing van de bepalingen, die betrekking hebben op de voorwaardelijke veroordeling, wordt de militaire detentie als gevangenisstraf beschouwd.

 

Artikel 15

Een opdracht tot het verlenen van bijstand aan een voorwaardelijk veroordeelde kan aan elke instelling, houder van een inrichting of bijzondere ambtenaar, die daarmede in een der rijksdelen belast is, worden gegeven.

 

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 21

1. Veroordelingen tot vrijheidsstraffen, vervangende hechtenis daaronder begrepen, kunnen, in de gevallen en op de wijze bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen, geheel of gedeeltelijk ten uitvoer worden gelegd in inrichtingen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Veroordelingen tot gevangenisstraf, militaire detentie of hechtenis, vervangende hechtenis daaronder begrepen, kunnen, indien de gelegenheid ontbreekt om gebruik te maken van een daartoe bestemde inrichting of een daartoe bestemd gebouw, in de gevallen en op de wijze bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen, geheel of gedeeltelijk ten uitvoer worden gelegd hetzij in een inrichting buiten het Koninkrijk, hetzij op een andere plaats geschikt tot het ondergaan van straf.

 

Artikel 22 [Vervallen per 01-07-1965]

 

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 24 [Vervallen per 01-07-1965]

 

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 25a [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 33 [Vervallen per 01-07-1965]

 

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-1991]

 

Artikel 35

1. Ontzetting van de rechten, vermeld in artikel 28, eerste lid, onder 1° en 2°, van het Wetboek van Strafrecht, kan worden uitgesproken bij veroordeling wegens enig opzettelijk gepleegd misdrijf, in dit wetboek omschreven.

2. Ontzetting van het recht, vermeld in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht, kan worden uitgesproken bij veroordeling tot gevangenisstraf van tenminste een jaar wegens het plegen van een misdrijf als omschreven in het Tweede Boek, Titel I, van dit wetboek.

 

Artikel 35a

Indien een persoon genoemd in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak naar aanleiding van een strafbaar feit begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ontzet uit een van de rechten vermeld in artikel 28, eerste lid, onderdelen 1° tot en met 5°, van het Wetboek van Strafrecht, heeft deze ontzetting ook betrekking op de uitoefening van die rechten in de betrokken rijksdelen en openbare lichamen.

 

Artikel 35b

1. Ingeval tegen de bestuurder van een motorrijtuig proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 163 of artikel 164 van dit wetboek, is artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in laatstgenoemd artikel omschreven verplichting tot overgifte betrekking heeft op elk aan de bestuurder ingevolge enige binnen het Koninkrijk geldende regeling afgegeven rijbewijs alsmede op het hem in het buitenland uitgereikt internationaal rijbewijs.

2. Indien artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt toegepast in een geval dat zich voordoet in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, worden onder opsporingsambtenaren als bedoeld in dat artikel mede begrepen de militairen die aldaar zijn aangesteld als opsporingsambtenaar.

 

Artikel 36

1. Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van artikel 163, 164, 167 of 169 kan hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een strafbeschikking als bedoeld in Titel IVA van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafvordering met een veroordeling gelijkgesteld.

3. Artikel 179, vierde en zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 36a

Bij veroordeling van een lid van de bemanning van een luchtvaartuig wegens overtreding van artikel 168 en artikel 169 kan aan hem de bevoegdheid de luchtvaart uit te oefenen voor ten hoogste

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x