Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  ENERGIEDISTRIBUTIE

Tekst zoals deze geldt op 7 juli 2006

Vervallen m.i.v. 13 december 2006

 

 

 

 
WET van 14 december 1996, houdende regels op het gebied van de distributie van elektriciteit, gas en warmte (Wet energiedistributie)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige regels te stellen op het gebied van de distributie van elektriciteit, gas en warmte, alsmede met betrekking tot de taak en het functioneren van distributiebedrijven;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. distributie van elektriciteit: het leveren van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;

b. distributie van gas: het leveren van gas aan afnemers als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet, met uitzondering van de leveringen van gas als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel b, van die wet;

c. distributie van warmte: het leveren van warmte aan verbruikers, behoudens voor zover dit leveren geschiedt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die:

1ļ. hetzij warmte levert aan niet meer dan tien verbruikers tegelijk,

2ļ. hetzij per jaar niet meer warmte aan verbruikers levert dan 10 000 gigajoules,

3ļ. hetzij eigenaar is van de gebouwen ten behoeve waarvan de warmte wordt geleverd;

d. verbruiker van elektriciteit: een afnemer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998;

e. distributiebedrijf: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het geheel of ten dele in het kader van de distributie leveren van elektriciteit of gas of met de distributie van warmte;

f. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.

Hoofdstuk 2. Taken van distributiebedrijven

Artikel 2

Een distributiebedrijf heeft de volgende taken:

a. het op een betrouwbare wijze zorg dragen voor de distributie van elektriciteit, gas of warmte tegen zo laag mogelijke kosten en op maatschappelijk verantwoorde wijze;

b. het bevorderen van de veiligheid bij het gebruik van toestellen en installaties die warmte, geleverd door het distributiebedrijf, verbruiken;

c. het bevorderen van een doelmatig en milieuhygiŽnisch verantwoord gebruik van energie door zowel het distributiebedrijf zelf als door verbruikers ten behoeve van wie het distributiebedrijf de distributie van elektriciteit, gas of warmte verzorgt.

Hoofdstuk 3. Samenwerking

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-1998]

Hoofdstuk 4. Verbruikersraden

Artikel 4

1. De rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, draagt er, met inachtneming van het in dit hoofdstuk bepaalde, zorg voor dat aan zijn distributiebedrijf een verbruikersraad is verbonden.

2. Een verbruikersraad heeft tot taak de rechtspersoon desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over onderdelen van het beleid van de rechtspersoon die gevolgen hebben voor de verbruikers van elektriciteit, gas of warmte ten behoeve van wie de rechtspersoon de distributie verzorgt.

3. De rechtspersoon heeft de plicht om het advies van de verbruikersraad te betrekken bij de vaststelling van zijn beleid en de verbruikersraad schriftelijk te informeren over de wijze waarop dit heeft plaatsgevonden.

Artikel 5

1. Een verbruikersraad bestaat uit ten minste vijf leden die een representatieve vertegenwoordiging vormen van de verschillende categorieŽn van verbruikers ten behoeve waarvan de rechtspersoon de distributie van elektriciteit, gas en warmte verzorgt. Grootverbruikers behoeven echter niet in de verbruikersraad vertegenwoordigd te zijn.

2. De leden van een verbruikersraad dienen afnemer te zijn van het aan de rechtspersoon toebehorende distributiebedrijf of in dienst te zijn van een afnemer van dat distributiebedrijf.

Artikel 6

1. De rechtspersoon stelt een reglement vast waarin ten minste de taak en de samenstelling van de verbruikersraad, de wijze van benoeming en de zittingsduur van de leden alsmede de vergoeding van de kosten van de raad en van zijn leden worden geregeld.

2. Wijzigingen in het reglement kunnen worden voorgesteld door de rechtspersoon en door de verbruikersraad.

3. Wijzigingen in het reglement behoeven de goedkeuring van zowel de rechtspersoon als de verbruikersraad.

Artikel 7

1. De rechtspersoon stelt de verbruikersraad in staat zijn taak naar behoren te verrichten en verstrekt daartoe alle benodigde informatie aan de raad.

2. Het bestuur van de rechtspersoon voert ten minste tweemaal per jaar overleg met de verbruikersraad.

Artikel 8

De verbruikersraad regelt zijn werkwijze.

Artikel 9

1. De leden van de verbruikersraad zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen die zij in hun hoedanigheid vernemen, alsmede van alle aangelegenheden waarvan de rechtspersoon hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.

2. De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beŽindiging van het lidmaatschap van de verbruikersraad.

Artikel 9a

De rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, zendt jaarlijks voor 1 april een verslag aan Onze Minister waarin inzicht wordt gegeven in de omvang en aard van de adviezen die de verbruikersraad in het daaraan voorafgaande jaar heeft uitgebracht en in de wijze waarop de rechtspersoon die adviezen heeft betrokken bij de vaststelling van zijn beleid.

Hoofdstuk 5. Kosten voor het bevorderen van een doelmatig gebruik van energie

Artikel 10

[Vervallen]

Artikel 11

[Vervallen]

Hoofdstuk 6. Mededinging

Artikel 12 [Vervallen per 14-07-2004]

Hoofdstuk 7. Aansluit- en leveringsvoorwaarden

Artikel 13 [Vervallen per 10-08-2000]

Hoofdstuk 8. Beroep

Artikel 14

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen

Artikel 15

De artikelen 4, 10 en 11 gelden niet met betrekking tot distributie, voor zover het betreft:

a. het leveren van elektriciteit, gas of warmte door een buiten Nederland gevestigde rechtspersoon aan ten hoogste 500 verbruikers van elektriciteit, gas of warmte in Nederland;

b. het leveren van gas door een rechtspersoon, die in het kader van de openbare voorziening in geheel Nederland gas levert aan distributiebedrijven.

Artikel 16

Voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht worden werken, die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de distributie van warmte, aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.

Artikel 17

1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de distributie van elektriciteit, gas of warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.

2. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot regels, die uitsluitend gelden voor een distributiebedrijf, dat toebehoort aan de provincie onderscheidenlijk de gemeente welke die regels stelt.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 18

[Wijzigt de Wet op de economische delicten]

Artikel 19

[Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969]

Artikel 20

In verband met het onderbrengen of vervreemden van activiteiten die een rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, ingevolge artikel 12, eerste lid, niet zelf mag verrichten, in onderscheidenlijk aan een lichaam waarin deze rechtspersoon voor ten minste een derde gedeelte een belang heeft of dat met deze rechtspersoon in een groep is verbonden in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

a. wordt voor de heffing van de vennootschapsbelasting op de balans van dat lichaam geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de van deze rechtspersoon verkregen vermogensbestanddelen;

b. vinden, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969,de artikelen 3.31 tot en met 3.46 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing met betrekking tot de overdracht van vermogensbestanddelen van deze rechtspersoon aan dat lichaam.

Artikel 20a

In verband met het onderbrengen of vervreemden van activiteiten die een rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, ingevolge artikel 12, eerste lid, niet zelf mag verrichten, in onderscheidenlijk aan een lichaam waarin deze rechtspersoon voor ten minste een derde gedeelte een belang heeft of dat met deze rechtspersoon in een groep is verbonden in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege ter zake van de verkrijging van vermogensbestanddelen van deze rechtspersoon door dat lichaam.

Artikel 21

1. Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van de hoofdstukken 5 en 6, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor die hoofdstukken verschillend kan zijn.

2. Artikel 19 vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de heffing over het jaar dat aanvangt op of na het tijdstip waarop hoofdstuk 6 in werking treedt. De artikelen 20 en 20a zijn mede van toepassing in gevallen van het onderbrengen of vervreemden van de in die artikelen bedoelde activiteiten in het zicht van de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 22

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet energiedistributie.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te Het Oude Loo, 14 december 1996

 

BEATRIX

 

De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers

 

Uitgegeven de twintigste december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x