Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  EXPLOSIEVEN  VOOR  CIVIEL  GEBRUIK

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 7 juli 1994, houdende vaststelling van de Wet explosieven voor civiel gebruik

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is uitvoering te geven aan richtlijn nr. 93/15/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PbEG L 121);
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemeen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

b. korpschef: korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

c. richtlijn nr. 93/15/EEG: richtlijn nr. 93/15/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PbEG L 121);

d. explosieven: alle stoffen en voorwerpen die in de "United Nations Recommendations on the transport of dangerous goods" - dat wil zeggen de door de Commissie van Deskundigen inzake het Vervoer van Gevaarlijke Stoffen van de Verenigde Naties vastgestelde aanbevelingen, zoals die door die organisatie zijn gepubliceerd en zoals die op de datum van aanneming van richtlijn nr. 93/15/EEG zijn gewijzigd (ST/SG/AC.10/1/REV.7; United Nations, New York, 1991) - als dusdanig worden omschreven en aldaar zijn ingedeeld in klasse 1;

e. in de handel brengen: voor de eerste keer, al dan niet tegen betaling, beschikbaar stellen van explosieven met het oogmerk om deze in een lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op de markt te distribueren of te gebruiken;

f. veiligheid: voorkoming van ongevallen of, indien zulks onmogelijk is, beperken van de gevolgen daarvan;

g. beveiliging: voorkoming van het illegale gebruik van explosieven;

h. overbrenging: materiėle verplaatsing van explosieven binnen de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is of andere gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, met uitzondering van verplaatsingen die binnen dezelfde inrichting worden uitgevoerd;

i. onderneming uit de sector explosieven: elke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een erkenning als bedoeld in artikel 17;

j. ontstekingsmiddelen: middelen, bedoeld om explosieven tot ontsteking te brengen;

k. CE-markering: aanduiding, weergegeven in bijlage IV bij richtlijn nr. 93/15/EEG.

 

Artikel 2

1. Deze wet is niet van toepassing op:

a. explosieven die bestemd zijn om te worden gebruikt door de krijgsmacht of de politie;

b. pyrotechnische artikelen, die zijn aangewezen:

1°. in bijlage I bij richtlijn nr. 2004/57/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 april 2004 betreffende het identificeren van pyrotechnische voorwerpen en bepaalde munitie voor de doeleinden van richtlijn nr. 93/15/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PbEU L 127);

2°. bij regeling van Onze Minister ingevolge bijlage II bij richtlijn nr. 2004/57/EG;

3°. bij regeling van Onze Minister voor zover die artikelen zonder die aanwijzing als binnen het werkingsgebied van deze wet vallend zouden kunnen worden beschouwd, en.

c. munitie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 4°, van de Wet wapens en munitie;

2. De artikelen 3, eerste lid, onder d, en derde lid, en 21, tweede lid, onder a tot en met e, derde en vijfde lid, zijn niet van toepassing op:

a. explosieven die onverpakt of in pompwagens worden vervoerd en geleverd om rechtstreeks in het schietgat te worden gelost, en

b. explosieven die worden vervaardigd op de plaats waar zij tot ontploffing worden gebracht en die nadat zij geproduceerd zijn, onmiddellijk worden geladen.

3. Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn met gevolgen voor de daarbij als zodanig aangewezen pyrotechnische artikelen gaat voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

 

Hoofdstuk II. In de handel brengen van explosieven

 

§ 1. Algemeen

 

Artikel 3

1. Het is verboden explosieven in de handel te brengen en, voor de onder d bedoelde markering, in strijd te handelen met het derde lid, een en ander voor wat betreft explosieven:

a. die niet voldoen aan de in bijlage I bij richtlijn nr. 93/15/EEG gestelde fundamentele veiligheidseisen;

b. die niet zijn voorzien van de CE-markering;

c. die niet overeenkomstig de procedures, bedoeld in artikel 7, eerste lid, op hun conformiteit zijn beoordeeld,en

d. die niet zijn gemarkeerd met een unieke identificatie als bedoeld in de bijlage van richtlijn 2008/43/EG van de Commissie van 4 april 2008 tot instelling van een systeem voor de identificatie en de traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik overeenkomstig richtlijn 93/15/EEG van de Raad (PbEG L 94).

2. Het is verboden op explosieven een andere aanduiding dan de CE-markering aan te brengen, die verwarring zou kunnen stichten met betrekking tot de betekenis en de grafische vormgeving van de CE-markering.

3. Ondernemingen uit de sector explosieven die explosieven produceren, invoeren of ontstekers monteren, bevestigen of brengen de unieke identificatie op duurzame wijze en duidelijk leesbaar aan op de explosieven, onderdelen en elke kleinste verpakkingseenheid daarvan, en ontstekingsmiddelen.

4. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, nadere regels over de wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd.

5. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, regels over het toewijzen van een productlocatiecode als element van de unieke identificatie en bepaalt in welke gevallen van het eerste lid, onder d, en derde lid kan worden afgeweken, mits de explosieven traceerbaar blijven.

 

Artikel 4

Explosieven worden in elk geval vermoed aan de in artikel 3, eerste lid, onder a, bedoelde fundamentele

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x