Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  FINANCIňLE  BETREKKINGEN  BUITENLAND  1994  (Wfbb)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit bestuurlijke boetes financiŽle sector

 

 

WET van 25 maart 1994, houdende nieuwe regels inzake de financiŽle betrekkingen met het buitenland

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is in verband met de totstandkoming van de Europese Unie, nieuwe regels inzake de financiŽle betrekkingen met het buitenland vast te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. ingezetenen:

1. natuurlijke personen, die hun woonplaats in Nederland hebben en in de bevolkingsregisters zijn opgenomen;

2. rechtspersonen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen die in Nederland zijn gevestigd of kantoor houden, alsmede rechtspersonen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen die niet in Nederland zijn gevestigd doch wel vanuit Nederland worden bestuurd, voor zover de Bank zulks bepaalt;

3. in Nederland gevestigde filialen, bijkantoren en agentschappen, voor zover niet reeds vallende onder 2;

4. natuurlijke personen van Nederlandse nationaliteit, voor zover niet vallende onder 1, die op hun verzoek door Onze Minister als ingezetene zijn aangewezen;

b. niet-ingezetenen: natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen, filialen, bijkantoren, agentschappen en bedrijven, niet vallende onder de omschrijving "ingezetenen";

c. Gemeenschap: de Europese Gemeenschap;

d. lid-staat: een staat die lid is van de Gemeenschap;

e. derde land: een staat die geen lid is van de Gemeenschap;

f. Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

g. de ECB: de Europese Centrale Bank bedoeld in artikel 4a van het Verdrag;

h. Onze Minister: Onze Minister van FinanciŽn;

i. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V..

 

Artikel 2

1.Onze Minister kan aan de Bank algemene richtlijnen geven, die deze in acht neemt bij de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden; voor zover het Verdrag zich daartegen niet verzet.

2.De Bank verschaft aan Onze Minister de inlichtingen die deze nodig acht voor de bepaling van het algemeen beleid betrefende de financiŽle betrekkingen met de andere lidstaten en met derde landen; voor zover het Verdrag zich daartegen niet verzet.

 

Artikel 3

Onze Minister kan ter uitvoering van een besluit dat is genomen op grond van artikel 73 C, tweede lid, van het Verdrag voorschriften geven betreffende het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met directe investeringen - met inbegrip van investeringen in onroerende goederen -, vestiging, het verrichten van financiŽle diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten.

 

Artikel 4

Onze Minister kan ter uitvoering van een besluit dat is genomen op grond van artikel 73 F van het Verdrag voorschriften geven betreffende het kapitaalverkeer naar of uit derde landen. Deze voorschriften gelden voor een duur van ten hoogste zes maanden.

 

Artikel 5

1.Indien ten aanzien van goederen regels gelden die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x