Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  FINANCIĖLE  VOORZIENINGEN  PRIVATISERING  ABP  (Wet FVP/ABP)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 27 april 1994, houdende maatregelen gericht op een goede financiėle basis voor de privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en reparatie van de invaliditeitspensioenen
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorwaarden te scheppen voor de privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en dat daartoe maatregelen dienen te worden getroffen die leiden tot een gezonde financiėle basis voor die privatisering, onder gelijktijdige invoering van een aantal inhoudingen in verband met de sociale zekerheid van het overheidspersoneel, en dat voorts de sociale partners in de overheidssector reparatie van de invaliditeitspensioenen gewenst achten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ 1. Algemeen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;

b. ABP: het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, bedoeld in artikel L 1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;

c. Abp-wet: de Algemene burgerlijke pensioenwet;

d. ambtelijk inkomen: het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C 1 van de Abp-wet;

e. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in de artikelen B 1, B 2 en B 3 van de Abp-wet, alsmede degene die ambtenaar is ingevolge de krachtens artikel B 7, onderdeel b, van de Abp-wet gestelde regels;

f. Amp-wet: de Algemene militaire pensioenwet;

g. Centrale Commissie: de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

h. deelnemer: de ambtenaar, de wachtgelder en degene die een herplaatsingstoelage ontvangt;

i. deeltijdfactor: de deeltijdfactor, bedoeld in artikel A 1a, tweede en derde lid, van de Abp-wet;

j. [vervallen;]

k. herplaatsingstoelage: de herplaatsingstoelage, bedoeld in artikel K 5 van de Abp-wet;

l. loon:

1°. voor zover het betreft paragraaf 4, het loon zoals bepaald in artikel 22;

2°. voor zover het betreft paragraaf 5, het loon zoals bepaald in artikel 28;

m. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

n. uitbetalingstermijn: een periode van een maand of vier weken, waarin het ambtelijk inkomen dan wel het loon is ontvangen dan wel verondersteld wordt te zijn ontvangen;

o. [vervallen;]

p. Vut-wet: de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden;

q. wachtgelder: de ontslagen ambtenaar aan wie een wachtgeld, bedoeld in artikel A 1, onderdeel i, van de Abp-wet, is toegekend of een ingevolge artikel A 4 van die wet met wachtgeld gelijkgestelde uitkering, en die op grond daarvan ambtenaar is in de zin van die wet;

r. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

s. [vervallen;]

t. werkgever: ieder gezag of bestuur dat bevoegd is tot aanstelling of indienstneming en ontslag van een overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP dan wel, indien het een gewezen overheidswerknemer betreft die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, de instantie die het loon of het ambtelijk inkomen van de gewezen overheidswerknemer betaalt en voor de toepassing van de paragrafen 4 en 5 de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau voor zover het personeel betreft van de Koninklijke Hofhouding, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de Koninklijke Hofhouding;

u. werknemer:

1°. voor zover het betreft de paragrafen 4 en 8, de werknemer zoals bepaald in artikel 22;

2°. voor zover het betreft paragraaf 5, de werknemer zoals bepaald in artikel 28;

3°. voor zover het betreft paragraaf 6, de werknemer zoals bepaald in artikel 33.

 

§ 2. De financiering van het ABP

 

Artikel 2 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 3 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 4 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 5 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 6 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 7 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 8 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 9 [Vervallen per 25-04-1997]

 

Artikel 10 [Vervallen per 25-04-1997]

 

§ 3. Het Vut-fonds en de financiering daarvan

 

Artikel 11 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 12 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 13 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 14 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 15 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 16 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 17 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 18 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 19 [Vervallen per 08-07-1994]

 

Artikel 20 [Vervallen per 08-07-1994]

 

§ 4 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 21 [Vervallen per 16-01-1998]

 

Artikel 21a [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 21b [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 21c [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 21d [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 26a [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 26a* [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 26b [Vervallen per 01-01-1998]

 

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1998]

 

§ 5

 

Artikel 28

1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. loon: het loon, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 1, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

b. werknemer: voor zover geen werknemer in de zin van de Ziektewet en de Werkloosheidswet:

1°. de overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP;

2°. de militair ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, tenzij hij aanspraak heeft op zakgeld of voor eerste oefening onder de wapenen is;

3°. degene die voorzitter of lid van een waterschap is, of van een ander publiekrechtelijk lichaam;

4°. degene die behoort tot het personeel van de Koninklijke Hofhouding, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de Koninklijke Hofhouding.

2. In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:

a. loon:

1°. een uitkering, militair pensioen, of doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het vierde lid;

2°. een aan de militair ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, na diens ontslag toe te kennen herplaatsingstoelage;

3°. en de inhouding, bedoeld in artikel 31;

3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde ten aanzien van de werknemer die een deeltijdbetrekking vervult dan wel uit een deeltijdbetrekking een WAO-uitkering of uitkering, als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder 3°, ontvangt, onder loon verstaan: het in het eerste lid bedoelde loon, gedeeld door de deeltijdfactor, onderscheidenlijk de deeltijdfactor die gold voor de oorspronkelijke betrekking.

4. Onder werknemer wordt in deze paragraaf mede verstaan:

a. de in het eerste lid bedoelde werknemer wiens dienstverhouding of functievervulling als zodanig is geėindigd en die daaraan recht ontleent op:

1°. een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ter zake van wettelijke en bovenwettelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede arbeidsongeschiktheid met dienstverband, met uitzondering van dat gedeelte van het pensioen waarvan de hoogte wordt bepaald door invaliditeit met dienstverband;

2°. een uitkering op grond van een ontslaguitkeringsregeling anders dan in verband met vrijwillig vervroegd uittreden, functioneel leeftijdsontslag, of de toepassing van de Uitkeringswet gewezen militairen;

b. de gewezen overheidswerknemer die na beėindiging van zijn dienstverband, in verband met ziekte recht heeft op doorbetaling van zijn bezoldiging.

5. Degene die politiek ambtsdrager is als bedoeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede degene die een functie vervult ter zake waarvan die wet bij of krachtens wet van overeenkomstige toepassing is verklaard, is als zodanig, respectievelijk in die functie, geen werknemer in de zin van deze paragraaf.

6. Voor degene, bedoeld in het eerste lid en in het vierde lid, onderdeel a, onder 3°, eindigt het werknemerschap met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 heeft bereikt.

7. Voor degene, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, eindigt het werknemerschap met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

 

Artikel 29

De heffingsgrondslag waarnaar de inhouding ingevolge de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x