Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  GEVOLGEN  BRUTERING  UITKERINGSREGELINGEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 24 mei 1996, houdende bijzondere bepalingen voor de toepassing van de sociale zekerheidswetten in verband met de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen (Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op de uit de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen voortvloeiende brutering van lonen en uitkeringen per 1 januari 1998, wenselijk is om de gevolgen van de brutering voor de uitkeringen op grond van een aantal sociale zekerheidswetten nader te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK 1. DEFINITIES

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b. de WOTOP: de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies zoals die luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet;

c. de Wet BOL: de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen;

d. de WML: de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

e. de WW: de Werkloosheidswet;

f. de ZW: de Ziektewet;

g. de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

h. de AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;

i. de IWS: de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;

j. de TW: de Toeslagenwet;

k. de WAMil: de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Militairen;

l. dienstbetrekking: de dienstbetrekking en de arbeidsverhouding die als zodanig wordt beschouwd ingevolge het bepaalde bij of krachtens de WW, de ZW en de WAO;

m. vervaljaar: het krachtens artikel 9 van de Wet BOL vastgestelde jaar met ingang waarvan de verplichting tot betaling van een overhevelingstoeslag komt te vervallen.

 

HOOFDSTUK 2. VERHOGING LOON REFERTEPERIODE

 

§ 1. Verhoging loon referteperiode voor berekening dagloon

 

Artikel 2

1.Het loon dat betrekking heeft op een periode gelegen vóór het vervaljaar en dat wordt gehanteerd bij de berekening van:

a. het dagloon dat op grond van artikel 34 IWS ten grondslag ligt aan uitkeringen op grond van de WW,

b. het dagloon dat op grond van artikel 15 ZW ten grondslag ligt aan uitkeringen op grond van de ZW,

c. het dagloon dat op grond van artikel 14 WAO ten grondslag ligt aan uitkeringen op grond van de WAO,

wordt verhoogd met het percentage, vastgesteld op grond van artikel 3 van de Wet BOL dan wel, indien dit loon is vastgesteld met inachtneming van het minimumloon, bedoeld in de WML, met het percentage, vastgesteld op grond van artikel 5 van de Wet BOL.

2.Bij de in het eerste lid bedoelde verhoging wordt rekening gehouden met het op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet BOL vastgestelde maximum.

3.Ter voorkoming van dubbele brutering kan bij ministeriële regeling van het eerste lid worden afgeweken.

 

§ 2. Verhoging loon referteperiode voor berekening individuele grondslag AAW

 

Artikel 3

1.Het inkomen dat betrekking heeft op een periode gelegen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x