Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  GIRAAL  EFFECTENVERKEER  (Wge)

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 8 juni 1977, houdende bepalingen betreffende het giraal effectenverkeer

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is wettelijke bepalingen vast te stellen betreffende het giraal effectenverkeer;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aangesloten instelling: rechtspersoon die als zodanig door het centraal instituut is toegelaten;

centraal instituut: als zodanig door Onze Minister aangewezen rechtspersoon;

effect: financieel instrument als bedoeld in onderdeel a, b of c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en een ander financieel instrument waarvan het centraal instituut heeft bepaald dat het tot een girodepot kan behoren;

intermediair: aangesloten instelling, beleggingsonderneming of bank in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waaraan het op grond van die wet is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen respectievelijk het bedrijf van bank uit te oefenen en die in Nederland ten name van cliŽnten rekeningen in effecten administreert;

Onze Minister: Onze Minister van FinanciŽn;

verzamelbewijs: document waarin effecten aan toonder van ťťn soort zijn belichaamd die tot een verzameldepot of een girodepot behoren.

Artikel 2

1. Vanwege Onze Minister wordt toezicht uitgeoefend op het centraal instituut. De toezichthouder wordt door Onze Minister benoemd en ontslagen.

2. De toezichthouder heeft het recht de vergaderingen van de organen van het centraal instituut bij te wonen en aldaar een raadgevende stem uit te brengen.

3. Het bestuur van het centraal instituut is gehouden aan de toezichthouder al die inlichtingen te verstrekken welke deze tot een behoorlijke uitoefening van het toezicht nodig acht.

4. Onze Minister kan nadere regels vaststellen betreffende dit toezicht. Deze regels worden bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.

5. [vervallen.]

6. Wijziging van de statuten van het centraal instituut behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister.

Artikel 3

1. Onze Minister kan op voordracht van de toezichthouder besluiten van organen van het centraal instituut vernietigen wegens strijd met de statuten, met de in artikel 4 bedoelde regels of met de eisen van een behoorlijk giraal effectenverkeer.

2. Een voordracht tot vernietiging moet worden gedaan binnen tien dagen na die waarop de toezichthouder van het besluit heeft kennis gekregen. Hangende de beslissing op de voordracht is het besluit geschorst.

3. Onze Minister geeft zijn beschikking binnen zestig dagen na die waarop de voordracht tot vernietiging is gedaan. Is binnen die termijn geen beschikking gegeven, dan neemt de schorsing van het besluit een einde en kan het besluit niet meer door Onze Minister worden vernietigd. Onze Minister kan zijn beslissing ten hoogste tweemaal voor zestig dagen verdagen. Van iedere verdaging wordt vůůr de afloop van de termijn schriftelijk aan het centraal instituut en de toezichthouder kennis gegeven.

4. De toezichthouder geeft van een voordracht tot vernietiging onverwijld kennis aan het centraal instituut. Onze Minister geeft van zijn beschikking onverwijld kennis aan de toezichthouder en aan het centraal instituut.

Artikel 4

Het centraal instituut stelt regels vast betreffende de toelating als aangesloten instelling en betreffende de intrekking van zodanige toelating. Deze regels behoeven de instemming van Onze Minister waarna het centraal instituut van deze regels mededeling doet in de Staatscourant.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 7

Indien een vergunning van een beleggingsonderneming als bedoeld in de definitie van intermediair is ingetrokken geldt deze wet alsof de beleggingsonderneming nog intermediair in de zin van deze wet is voor zover dit nodig is voor de afwikkeling van de verzameldepots die op het tijdstip van de intrekking reeds bestonden.

Artikel 8

1. Effecten aan toonder behoren per soort slechts tot een verzameldepot of een girodepot indien zij:

a. door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven bij een intermediair onderscheidenlijk het centraal instituut; of

b. ten name van een intermediair worden bewaard door een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliŽnten rekeningen in effecten te administreren onderscheidenlijk ten name van het centraal instituut worden bewaard door een zodanige instelling in het buitenland.

2. In afwijking van het eerste lid behoren effecten aan toonder die anders dan door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven bij een intermediair eveneens tot een verzameldepot uiterlijk tot 1 januari 2013.

3. In afwijking van de voorgaande leden zullen indien een buitenlands recht van toepassing is op effecten die behoren tot een verzameldepot niet voorziet in de mogelijkheid van omzetting, de effecten blijven behoren tot het desbetreffende verzameldepot.

Artikel 8a

Tot een verzameldepot en een girodepot kunnen niet behoren effecten op naam voor de levering waarvan een notariŽle akte is voorgeschreven en waarvan tevens de overdraagbaarheid bij de statuten respectievelijk de voorwaarden van uitgifte is beperkt of uitgesloten, tenzij deze zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 8b

Indien effecten op naam zijn geleverd aan een intermediair of aan het centraal instituut, kan in het desbetreffende register van de uitgevende instelling, de naam en het adres van de intermediair onderscheidenlijk het centraal instituut worden opgenomen, met vermelding van de datum waarop die aandelen zijn gaan behoren tot het verzameldepot onderscheidenlijk girodepot, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.

Hoofdstuk 2. Verzameldepot

Titel 1. Algemeen

Artikel 9

1. Alleen een intermediair kan een verzameldepot in de zin van deze wet houden.

2. Ten aanzien van iedere soort effecten bestaat een afzonderlijk verzameldepot.

Artikel 10

Tot een verzameldepot behoren:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x