Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  GOEDERENVERVOER  OVER  DE  WEG  (Wgw)

Tekst zoals deze geldt op 16 juli 2009

Vervallen m.i.v. 1 mei 2009

(Zie Wet wegvervoer goederen)

 

 

 

 
WET van 12 maart 1992, houdende regeling van het beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto's

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van de kwaliteit in het goederenvervoer met vrachtauto’s wenselijk is een nieuwe regeling te geven voor het beroepsvervoer en het eigen vervoer, die mede kan dienen ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. NIWO: Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie, bedoeld in artikel 55;

c. SIEV: Stichting Inschrijving Eigen Vervoer opgericht op 13 februari 1954 te 's-Gravenhage;

d. motorrijtuig: voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994;

e. vrachtauto: een voor het vervoer van goederen ingericht motorrijtuig of geleed motorrijtuig alsmede een voor het vervoer van goederen ingerichte, met een motorrijtuig of geleed motorrijtuig samengevoegde, aanhangwagen;

f. geleed motorrijtuig: samenstel van trekker en oplegger;

g. eigen vervoer: vervoer met vrachtauto’s van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van eigen onderneming of bedrijf;

h. beroepsvervoer: vervoer van goederen met vrachtauto’s tegen vergoeding, niet zijnde eigen vervoer;

i. grensoverschrijdend vervoer: eigen vervoer of beroepsvervoer waarbij tussen de plaats waar goederen worden geladen en de plaats waar goederen worden gelost tenminste één grens tussen twee landen wordt overschreden, met dien verstande dat grensoverschrijdend vervoer tussen twee in Nederland gelegen plaatsen gelijk gesteld wordt met binnenlands vervoer;

j. ondernemer: de natuurlijke persoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of het eigen vervoer wordt verricht;

k. communautaire vergunning: communautaire vergunning als bedoeld in verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lid-Staat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PbEG L 095);

l. verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens.

2. Onder beroepsvervoer en eigen vervoer wordt mede verstaan het door de ondernemer in een vrachtauto laden of daaruit lossen van goederen.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het in lege toestand verplaatsen van een vrachtauto wordt gelijkgesteld met beroepsvervoer.

Artikel 2

1. Deze wet is van toepassing op beroepsvervoer en eigen vervoer over voor het openbaar verkeer openstaande wegen.

2. Deze wet is mede van toepassing op beroepsvervoer en eigen vervoer, dat geheel of ten dele buiten Nederland wordt verricht door een in Nederland gevestigde ondernemer.

Artikel 3

Deze wet is niet van toepassing op beroepsvervoer en eigen vervoer verricht met een vrachtauto waarvan het toegestane laadvermogen niet meer bedraagt dan 500 kg.

Artikel 4

1. De hoofden of bestuurders van een onderneming zijn verplicht te zorgen, dat in de onderneming niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in de artikelen 5, eerste en derde lid, 14, eerste lid 15, eerste lid, en 21, en met de voorschriften, krachtens deze wet gegeven, voor zover overtreding daarvan een strafbaar feit is.

2. Gelijke verplichting rust op het toezichthoudend personeel, voor zover het door het hoofd of de bestuurder schriftelijk met de zorg voor de naleving van die bepalingen is belast.

3. Aan de verplichting van het hoofd of de bestuurder en van het toezichthoudend personeel is voldaan, wanneer zij aantonen, dat door hen de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijze te vorderen toezicht is gehouden om de naleving te verzekeren van de bepalingen, voor welke naleving zij verplicht waren te zorgen.

Hoofdstuk II. Beroepsvervoer

Artikel 5

1. Het is verboden binnenlands beroepsvervoer te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.

2. In afwijking van het verbod in het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven omtrent de voorwaarden waaronder niet in Nederland gevestigde ondernemers beroepsvervoer op Nederlands grondgebied kunnen verrichten.

3. Het is verboden grensoverschrijdend beroepsvervoer te verrichten zonder een communautaire vergunning.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van beroepsvervoer worden aangewezen, waarop de in het eerste en derde lid bedoelde verboden niet van toepassing zijn.

Artikel 6

Indien niet binnen acht weken na het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor binnenlands beroepsvervoer en een aanvraag om een communautaire vergunning is beslist, is de aanvraag toegewezen.

Artikel 7

1. Een aanvraag om een vergunning voor binnenlandse beroepsvervoer en een aanvraag om een communautaire vergunning worden afgewezen indien de aanvrager of, indien de aanvraag door de vennoten van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maten van een maatschap dan wel een rechtspersoon wordt ingediend, één der vennoten, maten of bestuurders van die rechtspersoon:

a. houder is geweest van een zodanige vergunning, welke in de periode van twee jaren voorafgaande aan de aanvraag is ingetrokken op grond van het feit dat niet meer wordt voldaan aan de eis van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a , of op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel d , dan wel op grond van deze artikelen intrekking wordt overwogen;

b. ingeschreven is geweest als eigen vervoerder en zijn inschrijving in de periode van twee jaren voorafgaande aan de aanvraag is doorgehaald op grond van artikel 23, eerste lid, onderdeel c , dan wel een doorhaling op de gronden van artikel 23, eerste lid, onderdeel c , wordt overwogen.

2. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgewezen in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is eveneens van toepassing indien de aanvrager bestuurder van een rechtspersoon, vennoot van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, dan wel maat van een maatschap is of is geweest en tevens permanent en daadwerkelijk leiding geeft of heeft gegeven aan het vervoer en op de vergunning dan wel de inschrijving van die rechtspersoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid dan wel maatschap de procedure tot intrekking dan wel doorhaling als bedoeld in het eerste en tweede lid, is of wordt toegepast.

Artikel 8

1. Een vergunning voor binnenlands beroepsvervoer wordt verleend indien wordt voldaan aan de eisen van:

a. betrouwbaarheid, door degene die permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan het beroepsvervoer of indien deze leiding bij meer personen berust, door ieder van hen;

b. kredietwaardigheid, door de ondernemer of indien meer natuurlijke personen gezamenlijk als ondernemer optreden, door hen gezamenlijk; en

c. vakbekwaamheid, door degene die permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan het beroepsvervoer of indien deze leiding bij meer personen berust, door ten minste een van hen.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde eisen.

Artikel 9

1. Een communautaire vergunning wordt slechts verleend

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x