Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  HOUDENDE  VASTSTELLING  REGELING  TEN  AANZIEN  VAN  DE  STICHTING  TOT  VERZORGING  EN  AFWIKKELING  VAN  PENSIOENAANGELEGENHEDEN  GEWEZEN  OVERHEIDSPERSONEEL  VAN  INDONESIň

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 21 April 1955, houdende vaststelling van een regeling, als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, 259), ten aanzien van de "Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioensaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van IndonesiŽ en hun nagelaten betrekkingen"

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede gelet op artikel 9 van het Besluit MC II/C II/26 van de Tweede Ministersconferentie, nodig is een regeling te treffen, als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, 259), zoals deze wet sindsdien is gewijzigd, ten aanzien van de "Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioensaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van IndonesiŽ en hun nagelaten betrekkingen";
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. De overeenkomst, waarvan de inhoud overeenstemt met de in afdruk bij deze wet gevoegde tekst, voor en namens het Rijk gesloten door Onze Ministers voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, van FinanciŽn en van Binnenlandse Zaken met de Raad van Beheer der "Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioensaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van IndonesiŽ en hun nagelaten betrekkingen", wordt goedgekeurd.

2. Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van FinanciŽn worden gemachtigd met de Stichting overeenkomsten tot uitvoering van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst, alsmede tot wijziging daarvan, aan te gaan.

3. Ministers, Hoofden van Departementen van Algemeen Bestuur, kunnen in samenwerking met Onze in het vorige lid genoemde Ministers overeenkomsten met de Stichting aangaan.

4. Door de zorg van Onze Minister van Binnenlandse Zaken zullen wijzigingen in de statuten van de Stichting zomede nieuwe overeenkomsten en wijzigingen in overeenkomsten onverwijld ter kennis worden gebracht van de Staten-Generaal.

Artikel 2

1. Over het tijdvak 1 December 1950 tot en met 31 December 1951 en jaarlijks over de jaren 1952 tot en met 1955 wordt, behoudens instemming van de desbetreffende posten van de Rijksbegroting, ten laste van het Rijk aan de Stichting uitgekeerd het bedrag, waarmede over het betrokken tijdvak de lasten van de Stichting de baten overschrijden, voor zover mogelijk verminderd met een bedrag van f 1.6 millioen 's jaars.

2. Te rekenen van 1956 af wordt jaarlijks ten laste van het Rijk aan de Stichting subsidie verleend tot het bedrag, waarmede over het betrokken dienstjaar de lasten van de Stichting de baten overschrijden, voor zover dit bedrag de som van de aflossingen en uitlotingen van het belegd vermogen in dat jaar overtreft.

3. De uitgaven voortvloeiende uit het bepaalde in het eerste en het tweede lid, komen tot en met die over het jaar 1952 ten laste van Hoofdstuk XIII B en vervolgens ten laste van Hoofdstuk V der Rijksbegroting.

Artikel 3

1. De Raad van Beheer der Stichting dient jaarlijks uiterlijk op

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x