Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  HOUDENDE  VERLAGING  VERSCHULDIGDE  PENSIOENBIJDRAGE  ALGEMENE  BURGERLIJKE  PENSIOENWET  1991  EN  1992

Tekst zoals deze geldt op 17 juli 2007

Vervallen m.i.v. 14 november 2007

 

 

 

 
WET van 23 februari 1995, houdende verlaging van de verschuldigde pensioenbijdrage als bedoeld in de Algemene burgerlijke pensioenwet over de jaren 1991 en 1992, alsmede verlaging van de verschuldigde wachtgeldtijdbijdrage over de jaren 1991 en 1992

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat, in het kader van een integrale aanpak van een aantal knelpunten met betrekking tot het Algemeen burgerlijk pensioenfonds ("ABP-complex"), over de jaren 1991 en 1992 nog geen hogere pensioenbijdrage dient te worden gerealiseerd;
     Zo is het, dat Wij de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. De pensioenbijdrage, bedoeld in artikel C 3, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540) over het jaar 1991 wordt, behoudens vermindering uit andere hoofde, verminderd met 8,85% van de som der bijdragegrondslagen.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel C 6, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet beloopt de wachtgeldtijdbijdrage over het jaar 1991, de helft of een vierde van het ingevolge het eerste lid voor 1991 geldende percentage van de pensioenbijdrage, al naar gelang de met recht op wachtgeld doorgebrachte tijd voor de helft dan wel voor een vierde gedeelte als diensttijd meetelt.

Artikel 2

1. De pensioenbijdrage, bedoeld in artikel C 3, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540) over het jaar 1992 wordt, behoudens vermindering uit anderen hoofde, verminderd met 8,85% van de som der bijdragegrondslagen.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel C 6, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet beloopt de wachtgeldtijdbijdrage over het jaar 1992, de helft of een vierde van het ingevolge het eerste lid voor 1992 geldende percentage van de pensioenbijdrage, al naar gelang de met recht op wachtgeld doorgebrachte tijd voor de helft dan wel voor een vierde gedeelte als diensttijd meetelt.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de twintigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug voor wat betreft artikel 1 tot en met 1 januari 1991 en voor wat betreft artikel 2 tot en met 1 januari 1992.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 23 februari 1995

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal

De Minister van FinanciŽn,
G. Zalm

 

Uitgegeven de veertiende maart 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x