Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  HYGIňNE  EN  VEILIGHEID  BADINRICHTINGEN  EN  ZWEMGELEGENHEDEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit hygiŽne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
- Drinkwaterbesluit
- Drinkwaterregeling

 

 

WET van 2 juli 1969, houdende regelen nopens de hygiŽne en de veiligheid in zweminrichtingen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de wet regelen te stellen met betrekking tot de hygiŽne en de veiligheid in zweminrichtingen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

badinrichting: een voor het publiek of voor personen, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieŽn, toegankelijke plaats, welke is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen of baden, tezamen met de daarbij behorende terreinen, gebouwen, getimmerten en uitrustingen;

badseizoen: tijdvak als bedoeld in artikel 2 van de zwemwaterrichtlijn;

bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens de artikelen 6.2 en 6.3 van de Waterwet te verlenen;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

locatie: plaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn;

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

zwemwaterprofiel: zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 6 van de zwemwaterrichtlijn;

zwemwaterrichtlijn: richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG (PbEU L 64).

2. Bij ministeriŽle regeling worden de aanvang en het einde van het badseizoen vastgesteld en kunnen andere tijdstippen en termijnen die bij de toepassing van deze wet regeling behoeven worden vastgesteld.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de indeling van het zwemwater in de klassen slecht, aanvaardbaar, goed of uitstekend zoals bedoeld in artikel 5 van de zwemwaterrichtlijn.

4. De bevoegdheid tot het stellen van regels op grond van de artikelen 1, tweede en derde lid, 10b, vierde lid, 10ca, 10e, 10f en 11, vierde lid, kan slechts worden aangewend voor zover zulks noodzakelijk is ter implementatie van EG-richtlijnen.

 

Artikel 2

Het is de houder van een badinrichting verboden gelegenheid tot zwemmen of baden in die inrichting te geven, indien niet is voldaan aan de met betrekking tot die inrichting krachtens de artikelen 3, 4 en 7 geldende voorschriften.

 

Artikel 3

1. In het belang van de hygiŽne kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot badinrichtingen voorschriften worden gegeven betreffende:

a. de hoedanigheid en de behandeling van het zwem- en badwater;

b. het aantal en de inrichting van douches en toiletten;

c. de voorziening met drink- en waswater en de afvoer van afvalwater;

d. de te bezigen materialen;

e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid;

f. de gelegenheid tot het bergen van kleding;

g. het aantal gelijktijdig toe te laten bezoekers;

h. het toezicht,

i. preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid.

2. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van hygiŽne strikt noodzakelijk is.

3. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen behorend tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties.

 

Artikel 4

1. In het belang van de veiligheid van de bezoekers kunnen bij

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x