Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  INKOMENSMAATREGELEN  1998

Tekst zoals deze geldt op 21 januari 2006

Vervallen m.i.v. 10 mei 2006

 

 

 

 
WET van 26 maart 1998 tot vaststelling van regels met betrekking tot het inkomen van enkele groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen (Wet inkomensmaatregelen 1998)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal maatregelen te nemen met betrekking tot het inkomen van een aantal groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de Wet financiering volksverzekeringen en de daarop gebaseerde regelingen wordt:

a. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering voor de maand april 1998 vastgesteld op 23,5 procent;

b. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering van 1 mei 1998 tot en met 31 december 1998 vastgesteld op 18,25 procent; en

c. het gemiddeld premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering voor het jaar 1998 vastgesteld op 18,25.

Artikel 2

[Wijzigt de wet tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen houdende regels omtrent de maximering van het premiepercentage en de mogelijkheid van verstrekking van rijksbijdragen voor de algemene ouderdomsverzekering, alsmede omtrent de vorming van een Spaarfonds AOW (kamerstukken I 1997/98, nr. 25 699).]

Artikel 3

1. De overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies, over een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bedraagt voor het jaar 1998 5%.

2. Indien de overhevelingstoeslag door de werkgever uitsluitend wordt verstrekt over de in het eerste lid bedoelde aanvulling, bedraagt deze maximaal f 4030,. Indien de overhevelingstoeslag door de werkgever wordt verstrekt over de wettelijke socialezekerheidsuitkering en de aanvulling tezamen, is de overhevelingstoeslag niet verschuldigd over dat deel van de in het eerste lid bedoelde aanvulling waarmee de som van de wettelijke uitkering en de aanvulling een bedrag van f 80 600, te boven gaat.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien in het jaar 1997 op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering premie is geheven, dan wel zou zijn geheven, over de door de werkgever verstrekte aanvulling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

[Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964]

Artikel 5

[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964]

Artikel 6

1. In afwijking van artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt voor de maanden april tot en met december 1998 het aldaar genoemde bedrag gesteld op 1172.

2. In afwijking van artikel 20, zevende lid, tweede volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt voor de maand april 1998 het aldaar laatstgenoemde bedrag gesteld op 2775.

3. In afwijking van artikel 20, achtste lid, tweede volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt voor de maand april 1998 het aldaar laatstgenoemde bedrag gesteld op 3481.

4. In afwijking in zoverre van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt in de aldaar opgenomen tabel het in kolom IV eerstvermelde percentage voor de maand april 1998 gesteld op 1,85. Voorts worden de in kolom III vermelde bedragen voor die maand vervangen door 872, onderscheidenlijk 29 167.

Artikel 7

1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 april 1998 en werkt, wat de artikelen 3 en 4 betreft, terug tot en met 1 januari 1998.

2. Artikel 4 vindt eerst toepassing nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 1998 is toegepast.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 26 maart 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert

De Staatssecretaris van Financin,
W.A.F.G. Vermeend

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave

 

Uitgegeven de dertigste maart 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x