Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  INSTELLING  PROVINCIE  FLEVOLAND

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 27 juni 1985 tot instelling van een provincie Flevoland, indeling bij die provincie van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde en overgang naar die provincie van de gemeenten Noordoostpolder en Urk; tevens houdende wijziging van de Provinciewet en enkele andere wetten
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een provincie Flevoland in te stellen, de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde en een gedeelte van het Markermeer bij die provincie in te delen en de gemeenten Noordoostpolder en Urk naar die provincie te doen overgaan en de grens van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a.
de datum van instelling: de datum van inwerkingtreding van artikel 2 van deze wet;
b.
Onze Ministers: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c.
de provincie: de provincie Flevoland;
d.
ambtenaar: tenzij deze wet anders bepaalt, degene die krachtens aanstelling bij of krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderscheidenlijk het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincies Overijssel en Gelderland en de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde werkzaamheden verricht welke verband houden met de uitoefening van provincietaken op het grondgebied dat tot de provincie zal behoren;
e.
rechten en verplichtingen: tenzij deze wet anders bepaalt, alle rechten en verplichtingen behoudens die welke voortvloeien uit het dienstverband van de ambtenaren;
f.
overgaand gebied: het grondgebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk.

Artikel 2

1.
Ingesteld wordt een provincie genaamd Flevoland, welke provincie het grondgebied omvat van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde alsmede van het hierna omschreven gedeelte van het Markermeer, beginnende in het grenssnijpunt tussen de gemeente Lelystad, de gemeente Almere en het Markermeer:

X = 145962.67

Y = 494586.93

145733.81

494425.78

141644.23

492000.00

141276.47

492000.00

141050.00

492550.00

138950.00

497650.00

135550.00

502300.00

132850.00

510200.00

146200.00

517450.00

146550.00

521050.00

147500.00

521850.00

148099.31

522422.94

148190.00

522383.00

148278.40

522702.29

148542.52

522820.18

149362.81

522725.33

152371.31

521366.49

153233.97

520887.91

153692.94

520633.28

156500.00

518000.00

161313.89

509247.48

160944.43

508860.46

159720.04

508470.73

158517.09

507362.13

158160.16

506493.20

158089.75

506306.02

157859.18

505744.73

157717.06

505128.15

157696.25

504800.00

157683.20

504594.16

157687.08

504483.47

157640.58

504486.54

157586.99

504456.84

157583.61

504403.45

157641.88

504347.05

157693.41

504343.05

157666.11

504150.87

157620.84

503413.37

157434.95

502822.55

157120.11

502299.52

156884.63

502060.93

156818.47

502006.13

156494.04

501737.31

155539.52

500806.62

155350.79

500622.60

155269.72

500706.89

155000.00

500987.36

154993.07

500994.56

154957.80

501031.24

154688.17

500771.94

154630.32

500716.29

154428.16

500549.50

150800.59

497993.58


2.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken dient binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet, gehoord de betrokken provincie- en gemeentebesturen en de landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", de definitieve coördinaten van de in het eerste lid bedoelde begrenzing van het Markermeer vast te stellen.
3.
Aan het gebied van de provincie Noord-Holland wordt het niet-provinciaal ingedeelde gebied gelegen ten zuidwesten van de dijk Lelystad-Enkhuizen dat niet bij de provincie wordt ingedeeld, toegevoegd.

Artikel 3

Het gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" bestaat uit het in artikel 2 genoemde gedeelte van het Markermeer en is overeenkomstig begrensd.

§ II. Verkiezingen

Artikel 4

Ten aanzien van de eerste verkiezing van de leden van provinciale staten van de provincie zijn de bepalingen van de Kieswet inzake de verkiezing van de leden van provinciale staten van toepassing, behoudens voor zover deze paragraaf anders bepaalt.

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel B1 van de Kieswet en artikel 8 van de Provinciewet worden onder ingezetenen van de provincie verstaan degenen die hun werkelijke woonplaats hebben in het gebied dat met ingang van de datum van instelling het grondgebied van die provincie vormt.

Artikel 6

1.
Tot de datum van instelling geschiedt de benoeming van de plaatsvervangend voorzitter, de andere leden alsmede de plaatsvervangende leden van de hoofdstembureaus door Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2.
De benoemingen, bedoeld in artikel E6 van de Kieswet, geschieden voor een periode die eindigt op hetzelfde tijdstip als de eerste zittingsperiode van provinciale staten van de provincie.

Artikel 7

De kandidaatstelling en de stemming vinden plaats op door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met inachtneming van artikel I1 van de Kieswet te bepalen dagen, met dien verstande dat de stemming voor de datum van instelling plaatsvindt.

Artikel 8

De waarborgsom, bedoeld in artikel G15 van de Kieswet, moet worden gestort in of overgemaakt ten behoeve van 's Rijks kas. Een storting als bedoeld in de vorige volzin vindt plaats bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Een overmaking als bedoeld in de eerste volzin dient uiterlijk op de veertiende dag vóór die der kandidaatstelling te zijn ontvangen op de daartoe bestemde rekening bij de Postcheque- en Girodienst van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, onder vermelding van de aanduiding "waarborgsom", alsmede van de kieskring waar de lijst wordt ingediend.

Artikel 9

Bij de eerste verkiezing van de leden van provinciale staten blijft artikel H14 van de Kieswet buiten toepassing.

Artikel 10

Provinciale staten van de provincie zullen bestaan uit het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing van artikel 7, juncto artikel 3, eerste lid, van de Provinciewet te bepalen aantal leden.

Artikel 11

Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan zo nodig besluiten tot afwijking van de in artikel G2, eerste lid, van de Kieswet bedoelde termijnen inzake de registratie van namen en aanduidingen van politieke groeperingen. Een zodanig besluit wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 12

1.
In afwijking van artikel C2, eerste lid, van de Kieswet eindigt de eerste zittingsperiode van de leden van provinciale staten van de provincie op het tijdstip waarop de op de datum van instelling zittende leden van de provinciale staten van de overige provincies aftreden.
2.
Indien de datum van instelling valt binnen een jaar vóór de datum waarop de verkiezingen van de leden van provinciale staten ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden, vinden deze verkiezingen in de provincie niet plaats. De zittingsperiode van de bij de eerste verkiezing gekozen leden van de staten van de provincie wordt in dat geval verlengd. Deze leden treden dan af tegelijk met de leden van de provinciale staten van de overige provincies, gekozen bij de verkiezingen, bedoeld in de eerste volzin.

Artikel 13

Het onderzoek, bedoeld in artikel U5 van de Kieswet, van de geloofsbrieven van de benoemde leden van de staten van de provincie geschiedt door die leden.

Artikel 14

De gekozen leden van provinciale staten, tot wier toelating onherroepelijk is beslist, en de benoemde commissaris van de Koning leggen de eden (verklaringen en beloften), genoemd in artikel 11, onderscheidenlijk 53 van de Provinciewet af zo spoedig mogelijk na de verkiezing onderscheidenlijk de benoeming. Deze eden (verklaringen en beloften) zijn tot de datum van instelling tevens van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het voorbereidingslichaam, bedoeld in artikel 15, onderscheidenlijk op het voorzitterschap van dat bestuur.

Artikel 15

1.
Voor de toepassing van artikel 29 van de Provinciewet op het voorbereidingslichaam, bedoeld in artikel 16 en op de provincie tot het einde van de eerste zittingsperiode van provinciale staten van de provincie gelden in plaats van de getallen zes, zeven en acht de getallen twee, drie en vier.
2.
Het aantal gedeputeerden in de provincie kan voor de tweede

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x