Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  INZAKE  DE  GELDTRANSACTIEKANTOREN

Tekst zoals deze geldt op 18 januari 2012

Vervallen m.i.v. 1 juli 2012

 

 

 

 
WET van 27 juni 2002, houdende bepalingen inzake de geldtransactiekantoren

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, ter bescherming van de integriteit van het financiŽle stelsel in Nederland en met het oog op het tegengaan van het witwassen van gelden en van het financieren van terroristische misdrijven en de uitvoering van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties, wenselijk is het huidige stelsel van registratie van en toezicht op de wisselkantoren uit te breiden tot kantoren die aanverwante geldtransacties uitvoeren;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. geldtransactiekantoor: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een derde geldtransacties uitvoert, dan wel beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming daarvan;

b. derde: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die geen onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap:

1į. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of

2į. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voorzover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep;

c. geldtransactie:

1į. het wisselen van munten of bankbiljetten;

2į. het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard, tegen inlevering van een of meer cheques of tegen inlevering van een of meer onderdelen van het couponblad van een waardepapier aan toonder tegen inlevering waarvan de rente op dit waardepapier kan worden geÔnd;

3į. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere verwante activiteit;

d. register: het openbare register van geldtransactiekantoren dat door de zorg van Onze Minister wordt gehouden;

e. Onze Minister: Onze Minister van FinanciŽn;

f. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling.

 

Hoofdstuk 2. De registratie en het toezicht

 

Artikel 2

1. Onze Minister draagt zorg voor de inschrijving in het register van ieder geldtransactiekantoor dat daarom verzoekt, tenzij Onze Minister op grond van de beoordeling van de betrouwbaarheid van een van de in het tweede lid, onder a, b, c of d, bedoelde personen of op grond van de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie:

a. van oordeel is dat hierdoor de integriteit van het financiŽle stelsel wordt aangetast of aannemelijk is dat deze zou kunnen worden aangetast. Daarvan is in elk geval sprake indien Onze Minister een redelijk vermoeden heeft dat het geldtransactiekantoor of een of meer van de in het tweede lid, onder a, b, c of d, bedoelde personen zich schuldig maken of schuldig zullen maken aan witwassen of heling van geld dan wel betrokken zijn of zullen zijn bij de financiering van misdrijven die uit hoofde van internationale verplichtingen inzake terrorismebestrijding strafbaar zijn gesteld; of

b. van oordeel is dat de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie onvoldoende is om een integere bedrijfsvoering te bevorderen en te handhaven of om aan de op het geldtransactiekantoor rustende overige wettelijke verplichtingen te voldoen.

2. Het verzoek om inschrijving bevat de volgende gegevens en bescheiden:

a. de identiteit en de antecedenten van de bestuurders van het geldtransactiekantoor;

b. de identiteit en de antecedenten van degenen die het dagelijks beleid van het geldtransactiekantoor bepalen of mede bepalen;

c. de identiteit en de antecedenten van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn de onder a en b bedoelde personen te benoemen of te ontslaan;

d. de identiteit van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in het geldtransactiekantoor, alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;

e. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het geldtransactiekantoor en, indien van toepassing, het adres en de vestigingsplaats van diens bijkantoren;

f. de voorziene bedrijfsvoering, waaronder begrepen de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, en de voorziene administratieve organisatie van het geldtransactiekantoor;

g. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

h. de geldtransacties, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c, die het geldtransactiekantoor uitvoert of voornemens is uit te voeren;

i. overige gegevens en bescheiden die Onze Minister nodig heeft in het belang van de beoordeling van de aanvraag.

3. In het register worden opgenomen de naam, het adres en de vestigingsplaats van het geldtransactiekantoor, het adres en de vestigingsplaats van de bijkantoren, de datum van inschrijving van het geldtransactiekantoor in het register, het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het soort geldtransacties dat het geldtransactiekantoor uitvoert of voornemens is uit te voeren.

4. Een geldtransactiekantoor dat is ingeschreven in het register meldt iedere voorgenomen wijziging die optreedt in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a, b of c, voor zover deze het aantal of identiteit van de daar genoemde personen betreft, of in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder h, vooraf aan Onze Minister.

5. Een wijziging als bedoeld in het vierde lid wordt niet doorgevoerd, indien Onze Minister het voornemen daartoe afwijst binnen zes weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het vierde lid, of, indien Onze Minister om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens of inlichtingen.

6. Indien zich een wijziging voordoet in de antecedenten, bedoeld in het tweede lid, onder a, b of c, dan wel in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder d, e, f, g of i, meldt het geldtransactiekantoor deze onverwijld schriftelijk aan Onze Minister.

 

Artikel 3

1. Het is verboden als geldtransactiekantoor werkzaam te zijn.

2. Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op:

a. degene die als geldtransactiekantoor is ingeschreven in het register als bedoeld in deze wet;

b. De Nederlandsche Bank N.V.;

c. financiŽle ondernemingen die ingevolge artikel 2:11 of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen;

d. financiŽle ondernemingen die ingevolge 2:15 of 2:18 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 3:39 is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten;

e. financiŽle instellingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 2:25, 2:26, onderscheidenlijk 3:110, van die wet is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten.

 

Artikel 4

1. Onze Minister kan vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen van het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x