Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  JUSTITIňLE  EN  STRAFVORDERLIJKE  GEGEVENS

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit justitiŽle en strafvorderlijke gegevens
- Besluit OM-afdoening
- Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

 

 

WET van 7 november 2002 tot wijziging van de regels betreffende de verwerking van justitiŽle gegevens en het stellen van regels met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in persoonsdossiers (Wet justitiŽle gegevens)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is nieuwe regels met betrekking tot het verwerken van justitiŽle gegevens en het stellen van regels met betrekking tot de verwerking van justitiŽle gegevens in persoonsdossiers en de verklaring omtrent het gedrag vast te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Titel 1. Definities

Artikel 1

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. justitiŽle gegevens: bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering;

b. strafvorderlijke gegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek en die het openbaar ministerie in een strafdossier of langs geautomatiseerde wet verwerkt;

c. persoonsdossier: een dossier waarin zijn opgenomen de aan rechterlijke autoriteiten uitgebrachte rapporten over onderzoeken naar het gedrag of de levensomstandigheden van een natuurlijk persoon in verband met tegen hem aanhangige strafzaken, de tenuitvoerlegging van aan hem opgelegde straffen of maatregelen of zijn reclassering;

d. rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de daarmee gelijkgestelde organisaties als bedoeld in artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

e. justitiŽle documentatie: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende justitiŽle gegevens die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd;

f. documentatie persoonsdossiers: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsdossiers die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd;

g. persoonsgegeven, verwerken van persoonsgegevens, verantwoordelijke, betrokkene, bewerker, ontvanger, het verstrekken van persoonsgegevens en toestemming van de betrokkene: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;

h. kenmerken: het markeren van opgeslagen justitiŽle, strafvorderlijke of persoonsgegevens, zonder dat de mogelijkheid tot verwerking van die gegevens wordt beperkt;

i. markeren: het voorzien van een kenmerk aan justitiŽle, strafvorderlijke of persoonsgegevens, zonder dat de mogelijkheid tot verwerking van die gegevens wordt beperkt;

j. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

k. College bescherming persoonsgegevens: het College, bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Titel 2. De verwerking van justitiŽle gegevens

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 2

1.Onze Minister verwerkt in de justitiŽle documentatie justitiŽle gegevens ten behoeve van een goede strafrechtspleging.

2.Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens aangewezen die als justitiŽle gegevens worden aangemerkt.

Artikel 3

1. Onze Minister treft de nodige maatregelen opdat de justitiŽle gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. Hij verbetert of verwijdert de gegevens dan wel vult deze aan of schermt deze af indien hem blijkt dat deze onjuist of onvolledig zijn.

2. JustitiŽle gegevens worden slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.

3. JustitiŽle gegevens worden uitsluitend voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij zijn verkregen voor zover deze verwerking niet onverenigbaar is met het doel waarvoor deze gegevens zijn verkregen en de verwerking voor dat andere doel overigens noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat doel. De verdere verwerking is alleen mogelijk door personen en instanties die bij of krachtens de wet met het oog op een zwaarwegend algemeen belang zijn aangewezen.

4. Onze Minister treft de nodige maatregelen opdat justitiŽle gegevens worden verwijderd of vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor ze zijn verwerkt of dit door enige wettelijke bepaling wordt vereist.

Artikel 4

1. JustitiŽle gegevens van verdachten en veroordeelden wegens misdrijven worden vernietigd:

a. dertig jaar nadat een beslissing om niet te vervolgen is genomen, nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352 van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf de justitiŽle gegevens zijn verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twintig jaar na het overlijden van betrokkene,

b. twintig jaar nadat een beslissing om niet te vervolgen is genomen, nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352 van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf de justitiŽle gegevens zijn verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twaalf jaar na het overlijden van betrokkene, of

c. na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.

2. De termijn van dertig en twintig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt verlengd indien tegen de betrokkene een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352 van het Wetboek van Strafvordering in verband met een ander misdrijf is gedaan. In dat geval worden de justitiŽle gegevens vernietigd twintig dan wel dertig jaar nadat het vonnis is uitgesproken of de strafbeschikking volledig ten uitvoer is gelegd, al naar gelang op het misdrijf naar de wettelijke omschrijving minder dan zes jaar of zes jaar of meer gevangenisstraf is gesteld.

3. De termijn van dertig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt met twintig jaar verlengd indien de duur van de gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel langer is dan twintig jaar. Indien de gevangenisstraf levenslang is of de vrijheidsbenemende maatregel de duur van veertig jaar overstijgt, worden de justitiŽle gegevens na tachtig jaar vernietigd.

4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid worden justitiŽle gegevens van verdachten en veroordeelden wegens misdrijven als bedoeld in de artikelen 240b tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht na tachtig jaar vernietigd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-10-2010]

Artikel 6

JustitiŽle gegevens van verdachten en veroordeelden wegens overtredingen worden vernietigd:

a. vijf jaar nadat een beslissing om niet te vervolgen is genomen, nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352 van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een overtreding en in het kader van de overtreding de justitiŽle gegevens zijn verwerkt of een strafbeschikking wegens een overtreding volledig ten uitvoer is gelegd,

b. tien jaar nadat een beslissing om niet te vervolgen is genomen, nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352 van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een overtreding en in het kader van de overtreding de justitiŽle gegevens zijn verwerkt of een strafbeschikking wegens een overtreding volledig ten uitvoer is gelegd, en daarbij een vrijheidsstraf, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, of een taakstraf is opgelegd, dan wel aan een rechtspersoon een geldboete van de derde categorie of hoger is opgelegd,

c. twee jaar na het overlijden van betrokkene, of

d. na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.

Artikel 7

1. De verantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om justitiŽle gegevens te beveiligen tegen onbedoelde of onrechtmatige vernietiging, tegen wijziging, ongeoorloofde mededeling of toegang, met name indien de verwerking verzending van gegevens via een netwerk of beschikbaarstelling via directe geautomatiseerde toegang omvat, en tegen alle andere vormen van onrechtmatige verwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met de risicoís van de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risicoís van de verwerking en de aard van de justitiŽle gegevens.

2. Toegang tot justitiŽle gegevens is uitsluitend voorbehouden aan personen die onder het beheer van de Onze Minister ressorteren of op grond van zijn instructie, behoudens een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift.

3. De artikelen 14, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 49 en 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Het verstrekken van justitiŽle gegevens

Artikel 8

1. Ten behoeve van de rechtspleging worden justitiŽle gegevens verstrekt aan

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x