Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  ONDERSTANDSREGELING  INGEVOLGE  ARTIKEL  2  VAN  DE  GARANTIEWET  BURGERLIJK  OVERHEIDSPERSONEEL  INDONESIň

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 21 December 1951, houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 van de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel IndonesiŽ
 
 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ingevolge artikel 2, achtste lid, van de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel IndonesiŽ nodig is Ons besluit van 27 Juni 1950 (Staatsblad No. K 268) tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van die wet, te bevestigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

"Garantiewet": de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel IndonesiŽ;

"overheidsdienaren": hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Garantiewet;

"activiteitswedde": de nominale activiteitswedde, vermeerderd met voor pensioen medetellende toelagen, welke op het tijdstip van dienstbeŽindiging wordt dan wel zou zijn genoten op basis van de op 5 Augustus 1949 bestaande bezoldigingsregeling;

"normaal pensioen": het pensioen, waarop recht wordt verkregen bij het bereiken van een diensttijd van 20 en een leeftijd van 50 jaar onderscheidenlijk van een diensttijd van 25 en een leeftijd van 55 jaar, naar gelang de betrokken overheidsdienaar volgens de op 5 Augustus 1949 voor hem van kracht zijnde pensioenregeling behoort tot pensioengroep I onderscheidenlijk pensioengroep II.

Hoofdstuk II. Van de onderstand, bedoeld in artikel 2, lid 4 van de Garantiewet

Afdeling I. Van de onderstand aan overheidsdienaren in vaste dienst

ß 1. Aflopende onderstand

Artikel 2

Aan overheidsdienaren in vaste dienst, die nog geen recht hebben op normaal pensioen, wordt bij dienstbeŽindiging als bedoeld in artikel 2, lid 4 van de Garantiewet een aflopende onderstand toegekend volgens het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 5.

Artikel 3

1. De onderstand, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor hem, die ten tijde van het ontslag kostwinner is en voorzolang hij deze hoedanigheid behoudt:

a. gedurende twee jaren 60 ten honderd van de eerste f 500.- en 40 ten honderd van het restant,

b. gedurende de resterende termijn 40 ten honderd van de eerste f 500.- en 30 ten honderd van het restant, a. en b. van de activiteitswedde, voorzover deze een bedrag van f 1250.- 's maands niet te boven gaat.

2. Voor een niet-kostwinner bedragen de percentages, bedoeld in lid 1, onder:

a. onderscheidenlijk 50 en 30,

b. onderscheidenlijk 35 en 25.

Artikel 4

1. Behoudens het bepaalde in artikel 7 wordt de in artikel 3 bedoelde onderstand toegekend, uiterlijk tot het tijdstip, waarop bij doordienen recht op normaal pensioen zou zijn verkregen, voor de duur van:

bij een diensttijd van minder dan 6 jaren: 2 jaren

bij een diensttijd van 6 tot aan 7 jaren: 2 jaren en 3 maanden

bij een diensttijd van 7 tot aan 8 jaren: 2 jaren en 6 maanden

bij een diensttijd van 8 tot aan 9 jaren: 2 jaren en 9 maanden

bij een diensttijd van 9 of meer jaren: 3 jaren.

2. Indien daartoe in bijzondere gevallen in verband met de noodzakelijk te achten

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x