Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  DE  JEUGDZORG  (Wjz)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit maatschappelijke ondersteuning
- Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg

 

 

WET van 22 april 2004, houdende regeling van de aanspraak op, de toegang tot en de bekostiging van jeugdzorg (Wet op de jeugdzorg)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is een wettelijke aanspraak op jeugdzorg voor zover daarop geen aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen, te vestigen, een samenhangend aanbod van jeugdzorg te realiseren, dat aansluit op de behoefte, de toegang tot de jeugdzorg alsmede de bekostiging van de jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat opnieuw te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aanbieder van andere zorg: natuurlijke persoon of rechtspersoon, die zorg verleent als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b of c;

accommodatie: een accommodatie als bedoeld in artikel 29k, eerste lid;

bureau jeugdzorg: een bureau als bedoeld in artikel 4;

burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

cliŽnt: jeugdige, zijn ouders of stiefouders of anderen die een jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden, met uitzondering van pleegouders;

experiment: het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van nieuwe en het verbeteren van bestaande methoden, werkvormen of hulpmiddelen ten behoeve van het functioneren van bureaus jeugdzorg en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat;

huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;

hulpverleningsplan: het plan, bedoeld in artikel 24, tweede lid;

inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 47;

jeugdige: een persoon die:

1ļ. de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt,

2ļ. de meerderjarigheidsleeftijd heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of

3ļ. de meerderjarigheidsleeftijd doch niet de leeftijd van drieŽntwintig jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van jeugdzorg, die was aangevangen of waarvan de aanvraag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, was ingediend vůůr het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, noodzakelijk is of voor wie, na beŽindiging van jeugdzorg die was aangevangen vůůr het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, binnen een termijn van een half jaar hervatting van jeugdzorg noodzakelijk is;

jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders of anderen die een jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, met uitzondering van pleegouders, bij opgroei- of opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen;

kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel;

landelijk beleidskader: het landelijke beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 34, eerste lid;

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen;

machtiging: een machtiging als bedoeld in artikel 29b, eerste lid;

Onze Ministers: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Veiligheid en Justitie tezamen;

ouderbijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 69;

pleegouder: degene die een pleegcontract als bedoeld in artikel 28b, eerste lid, met een zorgaanbieder heeft gesloten;

provinciaal beleidskader: het provinciale beleidskader jeugdzorg, bedoeld in artikel 31, eerste lid;

steunfunctie: een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de stichting en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat;

stichting: een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt;

uitvoeringsprogramma: het provinciale programma, bedoeld in artikel 32, eerste lid;

vertrouwenspersoon: persoon werkzaam bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die cliŽnten of pleegouders onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van de stichting of de zorgaanbieder, ondersteunt in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de geboden jeugdzorg;

verwerken van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

voortgangsrapportage: de voortgangsrapportage jeugdzorg, bedoeld in artikel 36, eerste lid;

zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die jeugdzorg verleent, waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat;

zorgeenheid: een organisatie-eenheid, waarbinnen een zorgaanbieder een afgebakend geheel aan jeugdzorg verleent;

zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

2. Het begrip jeugdige, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de hoofdstukken IA en IVB.

3. Deze wet is van toepassing op in Nederland verblijvende jeugdigen.

Artikel 2

Indien een provinciebestuur de bevoegdheden inzake de uitvoering van zijn taken in het kader van de jeugdzorg heeft overgedragen aan het bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvan de gemeente Amsterdam, Rotterdam, onderscheidenlijk Ďs-Gravenhage deel uit maakt, wordt dat bestuur voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met het provinciebestuur.

Hoofdstuk Ia. Landelijke verwijsindex

ß 1. Algemeen

Artikel 2a

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. jeugdige: persoon die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt;

b. hulp, zorg of bijsturing: werkzaamheden die een meldingsbevoegde op grond van de voor hem geldende regelgeving ten behoeve van een jeugdige verricht.

Artikel 2b

1. Meldingsbevoegde is een functionaris die werkzaam is voor een instantie die:

a. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van instanties die werkzaam is in een of meer van de domeinen jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, of politie en justitie,

b. afspraken als bedoeld in artikel 2g heeft gemaakt met het college van burgemeester en wethouders, en

c. de functionaris als zodanig heeft aangewezen.

2. Meldingsbevoegde is voorts een functionaris die niet werkzaam is voor een instantie en die:

a. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van functionarissen die werkzaam is in een of meer van de in het eerste lid, onder a, genoemde domeinen, en

b. afspraken als bedoeld in artikel 2g heeft gemaakt met het college van burgemeester en wethouders.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de functionaris, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de instanties, bedoeld in het eerste lid, onder a. Deze regels kunnen verschillen per categorie van instanties of functionarissen.

Artikel 2c

Met het oog op de goede uitvoering van dit hoofdstuk kan

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x