Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  DE  VERBRUIKSBELASTING  VAN  ALCOHOLVRIJE  DRANKEN Ļ

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsbesluit verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
- Uitvoeringsregeling verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

 

 

WET van 24 december 1992 tot vaststelling van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten Ļ

1. Redactie: ingevolge artikel VIII, onderdeel F, van de Wet overige fiscale maatregelen 2014 is de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken met ingang van 1 januari 2014 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de aanpassing van de wetgeving inzake accijnzen aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de algemene regeling voor accijnsprodukten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (92/12/EEG van 25 februari 1992; PbEG L 76) wenselijk is een afzonderlijke wettelijke regeling in te voeren voor het stelsel van heffing van de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Belastbaar feit

Artikel 1

1.Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven:

a. een verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken;

b. een verbruiksbelasting van pruimtabak en snuiftabak.

2.Onder de naam verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt een belasting geheven ter zake van de uitslag en de invoer van alcoholvrije dranken.

3.Onder de naam verbruiksbelasting van pruimtabak en snuiftabak wordt een belasting geheven ter zake van de uitslag en de invoer van pruimtabak en van snuiftabak.

Artikel 1a

In afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, zijn deze wet en de daarop berustende bepalingen met ingang van 1 januari 2013 uitsluitend van toepassing op alcoholvrije dranken.

Artikel 2

In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:

a. vervaardigen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak: elk handelen waarbij of waardoor die goederen ontstaan of de voor de belastingheffing relevante samenstelling daarvan wordt gewijzigd;

b. inrichting: iedere plaats waar op grond van de bepalingen van deze wet alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak onder schorsing van belasting mogen worden vervaardigd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden;

c. entrepot: zowel de douanebestemming vrij entrepot als de douaneregeling douane-entrepot als bedoeld in artikel 4, onderdelen 15 en 16, van het Communautair douanewetboek;

d. plaats voor tijdelijke opslag: een plaats die als zodanig is goedgekeurd krachtens artikel 51, eerste lid, van het Communautair douanewetboek;

e. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie;

f. derde land: elke staat of elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet van toepassing is;

g. EU-douaneregeling: de EU-regelingen met betrekking tot douanevervoer, entrepots, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling en uitvoer naar een derde land (wederuitvoer daaronder begrepen);

h. schorsing van belasting: het stelsel waarin van goederen die worden vervaardigd, worden verwerkt, voorhanden zijn of worden vervoerd, op grond van de bepalingen van deze wet de belasting nog niet is geheven;

i. ondernemer: een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 3

1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder uitslag het brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak buiten een plaats die voor dat soort goed als inrichting is aangewezen.

2. Indien artikel 15a van toepassing is, wordt als uitslag mede aangemerkt het vervaardigen van vruchten- of groentesap boven een hoeveelheid van 12.000 liter per kalenderjaar.

3. Als uitslag wordt mede aangemerkt het verbruik, anders dan als grondstof, van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak binnen een plaats die voor dat soort goed als inrichting is aangewezen.

4. Als uitslag wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak vanuit een inrichting naar:

a. een andere inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;

b. een ondernemer dan wel een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat;

c. een derde land.

5. De voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van de goederen moet worden voldaan.

6. Bij ministeriŽle regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 4

1. Als uitslag wordt mede aangemerkt het voorhanden hebben van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvan de belasting niet is geheven, door:

a. een ondernemer in het kader van zijn onderneming, anders dan in een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;

b. een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer;

c. een natuurlijke persoon voor andere doeleinden dan voor persoonlijk verbruik.

2. Het eerste lid is, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, niet van toepassing met betrekking tot alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die worden vervoerd naar:

a. een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;

b. een ondernemer of een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer;

c. een natuurlijke persoon die de goederen voor andere doeleinden dan voor persoonlijk verbruik betrekt in Nederland;

d. een andere lidstaat via Nederland;

e. een derde land.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt indien sprake is van het op incidentele basis aanwenden van beperkte hoeveelheden alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak voor eigen verbruik in het kader van de onderneming of het publiekrechtelijke lichaam.

4. Bij algemene maatregel van bestuur worden, ter verzekering van de heffing, regels gesteld met betrekking tot de verplichtingen waaraan de in het eerste lid bedoelde personen of lichamen moeten voldoen.

5. Bij ministeriŽle regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 5

1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x