Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  HET  KONINKLIJK  NEDERLANDS  METEOROLOGISCH  INSTITUUT

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling beschikbaarheid algemeen weerbericht en KNMI-gegevens, prijs KNMI-gegevens en nadere regeling KNMI-taken en -raad
- Regeling luchtvaartmeteorologische inlichtingen 2006

 

 

WET van 1 november 2001, houdende regeling van de taken voor de meteorologie en andere geofysische terreinen (Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij wet de taken van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. KNMI: Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;

c. hoofddirecteur: hoofddirecteur van het KNMI;

d. algemeen weerbericht: algemeen weerbericht als bedoeld in artikel 5, tweede en vijfde lid;

e. luchtvaartmeteorologische inlichtingen: inlichtingen ten behoeve van het luchtverkeer, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

f. KNMI-gegevens: door het KNMI uit eigen waarneming of in internationaal verband verkregen gegevens met betrekking tot meteorologische en andere geofysische feiten en omstandigheden, uitgezonderd de luchtvaartmeteorologische inlichtingen en het algemeen weerbericht;

g. onderzoek: wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen.

 

Artikel 1a

Deze wet is, met uitzondering van de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a en c, 5, 8, en 8a, mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

 

Hoofdstuk 2. Instelling en taak

 

Artikel 2

1.Er is een KNMI, dat ressorteert onder Onze Minister.

2.De leiding van het KNMI berust bij de hoofddirecteur. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de hoofddirecteur.

 

Artikel 3

1. Het KNMI heeft tot taak:

a. het beschikbaar maken, houden en stellen van een algemeen weerbericht voor de Nederlandse samenleving;

b. het beschikbaar maken, houden en stellen van KNMI-gegevens;

c. het beschikbaar maken, houden en stellen van luchtvaartmeteorologische inlichtingen;

d. het verrichten van onderzoek;

e. het adviseren van Onze Minister op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

f. deel te nemen in internationale organisaties op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

g. het onderhouden van de nationale infrastructuur voor de meteorologie en andere geofysische terreinen,

h. het ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op exclusieve basis beschikbaar maken, houden en stellen van luchtvaartmeteorologische inlichtingen, en

i. andere door Onze Minister aangewezen taken ten aanzien van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen.

2. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld inzake de inhoud en reikwijdte van de in het eerste lid genoemde taken.

 

Artikel 3a

1. Het KNMI kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de ingevolge artikel 1a en artikel 3, eerste lid, aan hem opgedragen taken ten aanzien van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na schriftelijke instemming van Onze Minister, voor de uitvoering gebruik maken van een andere dienstverlener of, voor zover het betreft de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de diensten van een andere verlener van meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie.

2. Gronden waarop instemming als bedoeld in het eerste lid kan worden onthouden zijn:

a. het niet voldoen of niet kunnen voldoen door de verlener van wiens diensten gebruik zal worden gemaakt aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid;

b. strijd met het recht, of

c. strijd met het belang van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer voor zover het betreft de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h.

 

Artikel 4

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld inzake

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x