Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  HET  LSOP  EN  HET  POLITIEONDERWIJS

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit LSOP

 

 

WET van 23 januari 2003, houdende regels met betrekking tot het LSOP Politie onderwijs- en kenniscentrum, de landelijke werving, de selectie, het onderwijs voor de politie, alsmede het overdragen van kennis aan de politie (Wet op het LSOP en het politieonderwijs)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een Wet op het LSOP en het politieonderwijs vast te stellen ter vervanging van de LSOP-wet in verband met de evaluatie van de LSOP-wet, de aanpassing aan de Aanwijzingen voor de regelgeving inzake de zelfstandige bestuursorganen, de concentratie van beheersbevoegdheden op rijksniveau met betrekking tot de regionale politiekorpsen bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de wijziging van de bestuursstructuur en het financieringsstelsel van het LSOP, alsmede de vernieuwing van het politieonderwijs;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemeen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum;

b. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

c. initiŽle opleidingen: de door Onze Minister aangewezen opleidingen voor ambtenaren van politie, gericht op de voorbereiding van de uitoefening van algemene politietaken, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;

d. postinitiŽle opleidingen: de door Onze Minister aangewezen opleidingen voor ambtenaren van politie of andere door Onze Minister aan te wijzen categorieŽn van personen, gericht op de voorbereiding van de uitoefening van specialistische en leidinggevende politietaken, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;

e. college van bestuur: het college van bestuur, bedoeld in artikel 5;

f. raad van toezicht: de raad van toezicht, bedoeld in artikel 7;

g. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de studenten de politietaak bij de politie uitoefenen in het kader van de initiŽle en postinitiŽle opleidingen;

h. politieonderwijsraad: het advies- en afstemmingsorgaan, bedoeld in artikel 19;

i. competentiegerichte eindtermen: als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring waarover degene die de opleiding voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs;

j. deelkwalificatie: een combinatie van competentiegerichte eindtermen, vastgesteld voor een initiŽle of postinitiŽle opleiding, die in het licht van de uitoefening van de politietaak waarop de opleiding is gericht een zelfstandige betekenis heeft.

 

Artikel 2

1.Er is een Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, belast met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde taak.

2.Het LSOP bezit rechtspersoonlijkheid.

 

Hoofdstuk II. Taken van het LSOP

 

Artikel 3

1. Het LSOP heeft tot taak:

a. het ondersteunen van de landelijke werving en het uitvoeren van de selectie van de studenten voor de initiŽle opleidingen;

b. het ontwikkelen en het verzorgen van de initiŽle opleidingen;

c. het ontwikkelen en het verzorgen van de postinitiŽle opleidingen;

d. het examineren van de studenten die de initiŽle en postinitiŽle opleidingen hebben gevolgd;

e. het overdragen van kennis aan de Nederlandse politie en het bijdragen aan de ontwikkeling van de uitoefening van de politietaak waarop het onderwijs is gericht, onder meer door het verrichten van onderzoek, en

f. het ontwikkelen of het verzorgen van andere dan de in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde opleidingen van een door Onze Minister aan te wijzen categorie van personen.

2. Het LSOP kan andere werkzaamheden uitvoeren, dan die welke rechtstreeks voortvloeien uit de in het eerste lid bedoelde taken, mits die werkzaamheden:

a. samenhangen met de in het eerste lid bedoelde taken;

b. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten, en

c. tegen ten minste kostendekkende prijzen worden verricht.

3. Bij ministeriŽle regeling worden nadere regels over de uit te voeren andere werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, gesteld.

 

Hoofdstuk III. De organen van het LSOP

 

Artikel 4

De organen van het LSOP zijn het college van bestuur en de raad van toezicht.

 

Artikel 5

1.Het college van bestuur is belast met het bestuur en het beheer van het LSOP. Daartoe oefent het college van bestuur de taken en bevoegdheden uit die niet zijn voorbehouden aan de raad van toezicht.

2.Het college van bestuur vertegenwoordigt het LSOP in en buiten rechte.

3.Het college van bestuur stelt een bestuursreglement vast. In het bestuursreglement worden ten minste vastgelegd:

a. de werkwijze van het college van bestuur,

b. de samenstelling en de werkwijze van de leiding van de instellingen en vestigingen van het LSOP,

c. de wijze waarop het college van bestuur de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden afstemt met die van de raad van toezicht, en

d. de wijze waarop de leden van het college van bestuur en van de raad van toezicht het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van hun functie aan Onze Minister melden.

4.Het bestuursreglement, alsmede de wijzigingen daarvan behoeven de instemming van Onze Minister. Het college van bestuur legt daartoe het bestuursreglement en een document waaruit de opvatting van de raad van toezicht hierover blijkt, voor aan Onze Minister.

5.Het bestuursreglement, alsmede de wijzigingen daarvan worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

6.Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen en andere gegevens.

 

Artikel 6

1. Het college van bestuur bestaat uit

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x