Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  HET  NOTARISAMBT  (WN of Wna)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Verordening beroeps- en gedragsregels 2011
- Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003
- Verordening op de kwaliteit

 

 

WET van 3 april 1999, houdende wettelijke regeling van het notarisambt, mede ter vervanging van de Wet van 9 juli 1842, Stb. 1842, 20, op het Notarisambt en de Wet van 31 maart 1847, Stb. 1847, 12, houdende vaststelling van het tarief betreffende het honorarium der notarissen en verschotten (Wet op het notarisambt)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een nieuwe wettelijke regeling te geven met betrekking tot het ambt van notaris en de kandidaat-notarissen, mede ter vervanging van de Wet van 9 juli 1842, Stb. 1842, 20, op het Notarisambt en de Wet van 1847, Stb. 1847, 12, houdende vaststelling van het tarief betreffende het honorarium der notarissen en verschotten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Titel I. Begripsbepalingen

Artikel 1

1. Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. notaris: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2;

b. toegevoegd notaris: de toegevoegd notaris, bedoeld in artikel 30b;

c. kandidaat-notaris: degene, niet zijnde toegevoegd notaris, die voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd in artikel 6, tweede lid, onder a en onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer notariėle werkzaamheden verricht, alsmede hij die geen notaris of toegevoegd notaris zijnde het notarisambt waarneemt;

d. minuut: het originele exemplaar van een notariėle akte;

e. repertorium: het register, bedoeld in artikel 7 van de Registratiewet 1970;

f. protocol: de minuten, notariėle verklaringen, registers, afschriften, repertoria en kaartsystemen die onder de notaris berusten;

g. grosse: een in executoriale vorm uitgegeven afschrift of uittreksel van een notariėle akte;

h. deeltijd: de werktijd die korter is dan de volledige arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

i. de KNB: de Koninklijke Notariėle Beroepsorganisatie, bedoeld in artikel 60;

j. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

k. verordening: een verordening als bedoeld in artikel 89;

l. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid;

m. het fonds: de Stichting Notarieel Pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a, eerste lid.

2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:

a. echtgenoot: geregistreerde partner;

b. gehuwd: geregistreerd.

Titel II. Ambt, bevoegdheid, benoeming en ontslag van de notaris

Artikel 2

1.Het ambt van notaris houdt de bevoegdheid in om authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt en andere in de wet aan hem opgedragen werkzaamheden te verrichten.

2.Tot het voeren van de titel notaris is uitsluitend bevoegd hij die als zodanig is benoemd en beėdigd en die niet geschorst of gedefungeerd is.

Artikel 3

1. De notaris wordt als zodanig bij koninklijk besluit benoemd. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven.

2. De notaris legt binnen zes maanden na de dagtekening van het benoemingsbesluit voor de rechtbank in het arrondissement waarin de kamer voor het notariaat is gevestigd waaronder hij ressorteert, de navolgende eed af:

«Ik zweer getrouwheid aan de Koning en de Grondwet en eerbied voor de rechterlijke autoriteiten.

Ik zweer, dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de verordeningen die op het notarisambt van toepassing zijn en dat ik mijn taak eerlijk, nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren; dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien van alles waarvan ik door mijn ambt kennis neem en dat ik voorts, middellijk noch onmiddellijk, onder enige naam of voorwendsel, tot het verkrijgen van mijn benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.»

Als de eed niet tijdig is afgelegd, vervalt de benoeming.

3. Wanneer de eed, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed als volgt:

«Ik swar trou oan de Kening en de Grūnwet en earbied foar de rjochterlike autoriteiten.

Ik swar, dat ik my hālde en drage sil neffens de wetten, de regleminten en de oarderingen dy’t op it notarisamt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik, sekuer en ūnpartidich śtfiere sil; dat ik geheimhālding betrachtsje sil oangeande alles dźr’t ik troch myn amt kunde oan krij en dat ik fierders, streekrjocht noch midlik, ūnder hokker namme of śtwynsel dan ek, foar it krijen fan myn beneaming oan immen eat jūn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.»

4. De griffier van de rechtbank geeft ter zitting een proces-verbaal van de eedsaflegging af aan de notaris.

5. De notaris is bevoegd met ingang van de dag na de eedsaflegging. Indien in het benoemingsbesluit een latere datum is vermeld, is hij bevoegd met ingang van die dag indien tevoren de eed is afgelegd. Is hij waarnemer van het kantoor, dan is hij terstond na de eedsaflegging bevoegd.

6. De notaris laat zich terstond na de eedsaflegging inschrijven in het register voor het notariaat, bedoeld in artikel 5, onder overlegging van het proces-verbaal van de eedsaflegging en onder deponering van zijn handtekening en paraaf.

Artikel 4

De notaris deponeert terstond na de eedsaflegging zijn handtekening en paraaf ter griffie van de rechtbank waar hij de eed heeft afgelegd.

Artikel 5

1. Er is een register voor het notariaat, dat wordt bijgehouden door de KNB.

2. In het register wordt iedere notaris, toegevoegd notaris en kandidaat-notaris opgenomen, onder vermelding van naam en plaats en datum van geboorte. In het register worden ten aanzien van hen, voor zover van toepassing, tevens gegevens opgenomen betreffende:

a. de benoeming van de notaris, zijn ontslag of overlijden;

b. de plaats van vestiging van de notaris;

c. het nummer als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het centraal testamentenregister;

d. een aanwijzing tot overname van een protocol als bedoeld in artikel 15;

e. de toevoeging als bedoeld in artikel 30b;

f. de waarneming als bedoeld in artikel 28;

g. de eedsaflegging, bedoeld in artikel 3, met opname in het register van handtekening en paraaf;

h. een nevenbetrekking als bedoeld in artikel 11;

i. de onherroepelijke oplegging van een tuchtmaatregel als bedoeld in artikel 103, eerste, derde en vierde lid;

j. de bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaarde bedenking zonder oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, tweede lid;

k. de oplegging van een ordemaatregel als bedoeld in de artikelen 25b, 26, 27 en 106, eerste en vijfde lid;

l. de onherroepelijke oplegging van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 111b, tweede lid.

3. Het register ligt voor een ieder ter inzage. De KNB verstrekt op verzoek een gewaarmerkt afschrift of uittreksel tegen kostprijs.

4. De registratie van de oplegging van de ordemaatregel, bedoeld in artikel 25b, van een bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaarde bedenking zonder oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 103, tweede lid, of van de onherroepelijke oplegging van een bestuurlijke boete of last onder dwangsom als bedoeld in artikel 111b, tweede lid, is niet openbaar. De registratie van de oplegging van de ordemaatregelen, bedoeld in de artikelen 26, 27 en 106, eerste en vijfde lid, is openbaar zolang deze maatregelen van kracht zijn. De registratie van de onherroepelijke oplegging van een waarschuwing of berisping als bedoeld in artikel 103, eerste lid, is niet openbaar, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 103, vijfde lid. Ditzelfde geldt voor de onherroepelijke oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel c, tenzij deze gelijktijdig is opgelegd met een tuchtmaatregel ten aanzien waarvan de openbaarheid niet is beperkt.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de toepassing van het tweede en derde lid, de inrichting van het register, de wijze waarop het wordt bijgehouden, de inzage in het register en het verstrekken van gegevens uit het register door de KNB.

Artikel 6

1. Tot notaris is slechts benoembaar hij die de Nederlandse nationaliteit bezit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat.

2. Voor de benoembaarheid tot notaris is vereist:

a. dat

1°. hem op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht zijn verleend, of

2°. hij het recht heeft verkregen om de titel meester te voeren op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit of de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,

dan wel in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van kandidaat-notaris afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

b. dat hij:

1°. een stage heeft doorlopen als bedoeld in artikel 31;

2°. met goed gevolg heeft afgelegd het examen, bedoeld in artikel 33;

3°. als toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gedurende de laatste twee jaren voorafgaand aan zijn verzoek tot benoeming, per jaar gemiddeld ten minste 21 uur per week, in het Koninkrijk in Europa onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer werkzaam is geweest of het notarisambt heeft waargenomen, dan wel als notaris gedurende die periode het notarisambt heeft vervuld;

4°. dat hij in het bezit is van een ondernemingsplan dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 7, eerste lid, alsmede van het advies als bedoeld in artikel 7, tweede lid, alsmede

c. dat hij in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiėle en strafvorderlijke gegevens;

d. dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst voor een goede uitoefening van het notarisambt.

3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, waaraan hij die de opleiding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, heeft gevolgd moet voldoen.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

Artikel 7

1. Het ondernemingsplan, bedoeld in artikel 6, is zodanig opgesteld dat daaruit in ieder geval blijkt:

a. dat de verzoeker over voldoende financiėle middelen beschikt om een kantoor te houden dat in overeenstemming is met de eisen van het ambt; en

b. dat op redelijke gronden mag worden verwacht dat na drie jaren de praktijk kostendekkend kan worden uitgeoefend.

2. Over het ondernemingsplan wordt advies uitgebracht door een door Onze Minister te benoemen Commissie van deskundigen. De KNB en het Bureau verstrekken de Commissie desgevraagd de door haar in verband met het onderzoek van het ondernemingsplan benodigde inlichtingen. Het advies wordt als bijlage bij het ondernemingsplan gevoegd.

3. Voor de advisering over het ondernemingsplan door de Commissie van deskundigen worden aan de verzoeker kosten in rekening gebracht.

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:

a. het ondernemingsplan;

b. de samenstelling en de werkwijze van de Commissie van deskundigen;

c. de wijze waarop de kosten van de advisering worden berekend.

Artikel 8

1. Degene die voor benoeming tot notaris in aanmerking wenst te komen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x