Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  HET  SPECIFIEK  CULTUURBELEID

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit op het specifiek cultuurbeleid

 

 

WET van 11 maart 1993, houdende regels betreffende enkele aspecten van het specifiek cultuurbeleid

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het verstrekken van specifieke uitkeringen uit 's Rijks kas ten behoeve van cultuuruitingen wettelijk dient te worden geregeld, dat het wenselijk is het cultuurbeleid van het Rijk eenmaal per vier jaar in een nota vast te leggen en het verstrekken van subsidies ten behoeve van cultuuruitingen een grondslag in de wet te geven en voorts dat het wenselijk is de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te machtigen tot het oprichten van privaatrechtelijke rechtspersonen die de verbreiding van cultuuruitingen bevorderen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemeen

 

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. cultuuruitingen: de cultuuruitingen op de terreinen van de cultuur waarover het beleid van Onze Minister zich uitstrekt;

c. fonds: een privaatrechtelijke rechtspersoon die is opgericht op grond van de machtiging van artikel 9;

d. openbare bibliotheek: een voor ieder bestemde en toegankelijke bibliotheek die in overwegende mate door het Rijk, een provincie, een gemeente of het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt bekostigd dan wel in stand wordt gehouden;

e. provinciale bibliotheekcentrale: een voorziening van bibliotheekwerk, bekostigd of in stand gehouden door een of meer provincies en werkzaam ten behoeve van openbare bibliotheken in die provincie of provincies;

f. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a.

2. De artikelen 4 tot en met 8 zijn niet van toepassing op het verstrekken van subsidies ten behoeve van cultuuruitingen voorzover daarvoor bij of krachtens een andere wet regels zijn gesteld.

 

Artikel 1a

1. Met uitzondering van de hoofdstukken IA en IVA is deze wet mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Hoofdstuk IA is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Artikel 11a is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

 

Artikel 2

Onze Minister is belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid.

 

Hoofdstuk IA. Raad voor cultuur

 

Artikel 2a

1. Er is een Raad voor cultuur.

2. De Raad voor cultuur heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk op het terrein van de cultuur.

 

Artikel 2b [Vervallen per 11-07-2007]

 

Artikel 2c

1. Onder de Raad ressorteren twee commissies ter voorbereiding van de adviezen die Onze Minister vraagt ingevolge de Monumentenwet 1988 onderscheidenlijk de Wet tot behoud van cultuurbezit.

2. De commissies, bedoeld in het eerste lid, kunnen in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges geheel of gedeeltelijk bestaan uit andere personen dan leden van de Raad.

3. Ter voorbereiding van andere adviezen dan bedoeld in het eerste lid, kan de Raad tijdelijke commissies instellen die in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges geheel of gedeeltelijk kunnen bestaan uit andere personen dan leden van de Raad.

4. Op de in het tweede en derde lid bedoelde commissieleden zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door Onze Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen.

 

Artikel 2d [Vervallen per 11-07-2007]

 

Artikel 2e [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2f [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2g [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2h [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2i [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2j [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2k [Vervallen per 21-02-1997]

 

Artikel 2l [Vervallen per 21-02-1997]

 

Hoofdstuk II. Wijziging hoofdlijnen cultuurbeleid

 

Artikel 3

1. Onze Minister bericht ten minste een keer in de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x