Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OVERDRACHT  TENUITVOERLEGGING  STRAFVONNISSEN  (Wots)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Reclasseringsregeling 1995
- Uitvoeringsbesluit artikel 58 Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
- Uitvoeringsregeling reclassering 2005

 

 

WET van 10 september 1986, houdende regelen betreffende de overname van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen en de overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse strafrechtelijke beslissingen naar het buitenland

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het mede met het oog op de uitvoering door Nederland van het Benelux-verdrag inzake de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken van 26 september 1968 (Trb. 1969, 9), het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen van 28 mei 1970 (Trb. 1971, 137), het Europees Verdrag inzake het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden of voorwaardelijk in vrijheid gestelden van 30 november 1964 (Trb. 1965, 55) en het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen van 21 maart 1983 (Trb. 1983, 74) wenselijk is te voorzien in een algemene regeling betreffende de overname en overdracht van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen van en aan vreemde Staten, alsmede enkele wetten in verband daarmede te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I

Afdeling A. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.In deze wet wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

Rechterlijke beslissing: een bij vonnis of arrest gewezen rechterlijke beslissing naar aanleiding van een strafbaar feit;

Sanctie: elke bij rechterlijke beslissing opgelegde straf, met inbegrip van elke naast of in plaats van een straf opgelegde maatregel;

Veroordeelde: degene aan wie een sanctie is opgelegd.

2.Onder rechterlijke beslissing wordt mede begrepen een door een bestuurlijke autoriteit ter zake van een strafbaar feit genomen beslissing, houdende oplegging van een niet tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel, waartegen beroep op de rechter is opengesteld.

Afdeling B. Voorwaarden voor de overname van de tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen in strafzaken

Artikel 2

Tenuitvoerlegging in Nederland van buitenlandse rechterlijke beslissingen geschiedt niet dan krachtens een verdrag.

Artikel 3

1.Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland slechts worden ten uitvoer gelegd voor zover:

a. de rechterlijke beslissing in die Staat voor tenuitvoerlegging vatbaar is;

b. de sanctie niet bestaat uit de betaling van proceskosten of uit een veroordeling tot schadevergoeding aan een benadeelde partij;

c. de rechterlijke beslissing is gewezen ter zake van een feit dat naar Nederlands recht eveneens strafbaar is;

d. in geval van veroordeling, de dader naar Nederlands recht eveneens strafbaar zou zijn geweest.

2.Voor de toepassing van het vorige lid wordt een feit naar Nederlands recht strafbaar geacht, indien krachtens de Nederlandse wet eenzelfde inbreuk op de Nederlandse rechtsorde, als blijkens de in de vreemde Staat gewezen rechterlijke beslissing op de rechtsorde van die Staat is gemaakt, strafbaar is.

Artikel 4

Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd indien deze betrekking heeft op een vreemdeling, die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, of op een rechtspersoon waarvan het bestuur geen zitting of kantoor houdt in Nederland, of waarvan het hoofd van het bestuur geen vaste woonplaats in Nederland heeft. Deze voorwaarde is niet van toepassing voor zover de in de vreemde Staat opgelegde sanctie strekt tot de betaling van een geldboete of tot een verbeurdverklaring of vermogensontneming van vergelijkbare strekking.

Artikel 5

Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd indien naar het oordeel van Onze Minister een gegrond vermoeden bestaat dat de beslissing tot vervolging of de oplegging van de sanctie is ingegeven door overwegingen van ras, godsdienst, levensovertuiging, nationaliteit of politieke overtuiging van de veroordeelde of deswege ongunstig is benvloed.

Artikel 6

1.Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd indien het recht tot uitvoering van de straf naar Nederlands recht zou zijn verjaard.

2.Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd indien de veroordeelde ten tijde van het feit waarvoor de sanctie werd opgelegd de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt.

Artikel 7

1.Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland niet worden ten uitvoer gelegd voor zover de veroordeelde ter zake van het zelfde feit in Nederland wordt vervolgd.

2.Een in een vreemde Staat opgelegde sanctie kan in Nederland evenmin worden ten uitvoer gelegd voor zover een vervolging in Nederland onverenigbaar zou zijn met het aan artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 255, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ten grondslag liggende beginsel.

Hoofdstuk II. Voorlopige maatregelen

Afdeling A. Voorlopige aanhouding

Artikel 8

Voor zover een verdrag daarin voorziet kan de veroordeelde die zich in Nederland bevindt en aan wie een tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie is opgelegd, waarvan blijkens de in de vreemde Staat uitgesproken rechterlijke beslissing nog ten minste drie maanden moeten worden ten uitvoer gelegd, voorlopig worden aangehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat op korte termijn deze sanctie in Nederland zal worden ten uitvoer gelegd.

Artikel 9

1.Iedere officier van justitie en hulpofficier is bevoegd de voorlopige aanhouding overeenkomstig artikel 8 te bevelen.

2.De veroordeelde wordt na zijn voorlopige aanhouding binnen vierentwintig uur geleid voor de officier van justitie of hulpofficier die het bevel tot de voorlopige aanhouding heeft gegeven.

3.De officier van justitie of hulpofficier kan, na de veroordeelde te hebben gehoord, bevelen dat deze gedurende achtenveertig uur, te rekenen van het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De hulpofficier geeft van zijn bevel ten spoedigste schriftelijk kennis aan de officier van justitie.

4.De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie eenmaal met achtenveertig uur worden verlengd.

5.De veroordeelde kan te allen tijde door de officier van justitie in vrijheid worden gesteld. Zolang de termijn van inverzekeringstelling nog niet is verlengd, komt deze bevoegdheid mede toe aan de hulpofficier die het bevel tot de voorlopige aanhouding heeft gegeven.

Artikel 10

1.De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank van het arrondissement waarin de veroordeelde overeenkomstig artikel 9 in verzekering is gesteld, kan, op vordering van de officier van justitie bij die rechtbank, de bewaring van de veroordeelde bevelen.

2.Alvorens een bevel ingevolge het vorige lid te geven, hoort de rechter-commissaris zo mogelijk de veroordeelde.

Artikel 11

1.De bewaring kan worden gelast voor een termijn van ten hoogste veertien dagen. Zij kan op vordering van de officier van justitie telkens met een termijn van ten hoogste dertig dagen worden verlengd, totdat de rechtbank ingevolge artikel 29, tweede lid, over de gevangenhouding beslist.

2.De veroordeelde wiens bewaring is gelast wordt, behoudens de mogelijkheid van vrijheidsbeneming uit anderen hoofde, in vrijheid gesteld:

a. zodra zulks door de rechtbank, de rechter-commissaris of de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde of diens raadsman wordt gelast;

b. zodra de bewaring veertien dagen heeft geduurd en de officier van justitie de in de artikelen 15 of 17 bedoelde stukken niet heeft ontvangen;

c. indien de duur van de inverzekeringstelling en de bewaring die van het voor tenuitvoerlegging vatbare gedeelte van de in de vreemde Staat opgelegde sanctie zou overtreffen.

Artikel 12

Van elke beslissing naar aanleiding van een verzoek van een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x