Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OVERGANG  BIJZONDERE  RECHTSPLEGING

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 13 mei 1948 tot opheffing van de bijzondere gerechtshoven, de Bijzondere Raad van Cassatie en de tribunalen

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de berechting van politieke delinquenten en het opleggen van bijzondere maatregelen krachtens het Tribunaalbesluit zo spoedig mogelijk aan de organen van de gewone rechterlijke macht over te dragen door de bijzondere gerechtshoven, de Bijzondere Raad van Cassatie en de tribunalen op te heffen en de rechtsmacht dezer colleges te doen overgaan op de organen der gewone rechterlijke macht, alsmede enige andere met de bijzondere rechtspleging verband houdende voorzieningen te treffen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Afdeling I. Opheffing van de bijzondere gerechtshoven en overgang van hun rechtsmacht.

Artikel 1

Een bijzonder gerechtshof wordt - gehoord de president daarvan - opgeheven op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

Artikel 2

Indien een bijzonder gerechtshof is opgeheven, nemen de arrondissements-rechtbanken binnen zijn voormalig rechtsgebied kennis van de misdrijven, waarop het Besluit Buitengewoon Strafrecht van toepassing is.

Artikel 3

Voor het bij uitsluiting behandelen en beslissen van de misdrijven waarop het Besluit Buitengewoon Strafrecht van toepassing is, vormen en bezetten de besturen van de rechtbanken één of meer bijzondere strafkamers.

De bijzondere strafkamers bestaan uit drie rechters.

Artikel 4

Wij behouden Ons voor in verband met de instelling van bijzondere strafkamers meer vice-presidenten, rechters, substituut-officieren van justitie en substituut-griffiers te benoemen dan is toegelaten volgens de wet van 18 December 1947 (Staatsblad no. H 430).

Artikel 5

Eenzelfde persoon kan bij meer dan één arrondissements-rechtbank als lid van een bijzondere strafkamer werkzaam zijn.

Artikel 6

1. De op het tijdstip van opheffing van een bijzonder gerechtshof bij dat hof aanhangige zaken - daaronder begrepen de zaken, waarin een bevel, als bedoeld bij artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht, is gegeven - worden op de wijze, door de Minister van Justitie te regelen, overgebracht bij de door de president van het bijzonder gerechtshof aangewezen, of - mocht zodanige aanwijzing op het tijdstip van opheffing niet hebben plaats gehad - door de Minister van Justitie aan te wijzen arrondissements-rechtbanken binnen het rechtsgebied van het hof. In afwijking van de geldende regelen betreffende de betrekkelijke bevoegdheid is iedere aangewezen rechtbank bevoegd van de bij haar overgebrachte zaak kennis te nemen.

2. In de gevallen, waarin de wet een taak opdraagt aan het bijzonder gerechtshof, dat een sententie heeft gewezen, treedt in de plaats van het opgeheven hof de arrondissements-rechtbank ter plaatse, waar de kamer van het hof, die de sententie heeft gewezen, placht zitting te houden.

3. De overbrenging der bescheiden van de parketten en griffies wordt door de Minister van Justitie nader geregeld.

Artikel 7

Op de rechtspleging in zaken, waarop de bepalingen van het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x