Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OVERIGE  OCW-SUBSIDIES  (WOOS)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 12 maart 1998, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Wet overige OCenW-subsidies)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het noodzakelijk maakt een wettelijk kader te scheppen voor de verstrekking van subsidies op de beleidsterreinen van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voorzover een dergelijk kader ontbreekt;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

ß 1. Subsidies

 

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder Onze Minister verstaan: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Onze Minister die belast is met de zorg voor een of meer onderdelen van het beleid, genoemd in artikel 2, eerste lid.

 

Artikel 2. Subsidiebevoegdheid

1. Onze Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:

a. het onderwijs,

b. het onderzoek,

c. de cultuur,

d. de emancipatie.

2. Bij de subsidieverstrekking aan onderwijsinstellingen wordt geen onderscheid gemaakt tussen openbaar en bijzonder onderwijs en wordt voorzien in een behandeling van die instellingen naar dezelfde maatstaf.

 

Artikel 3. Aanvullende werking

1. Onze Minister verstrekt geen subsidie op grond van deze wet, indien Onze Minister op grond van een andere wettelijke bepaling subsidie kan verstrekken.

2. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister op grond van deze wet subsidie verstrekken, indien:

a. die andere wettelijke bepaling dat uitdrukkelijk bepaalt,

b. de subsidie incidenteel van aard is, of

c. de subsidie vooruitloopt op wijziging van die andere wettelijke bepaling.

3. Onze Minister verstrekt subsidie als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, slechts:

a. in dringende gevallen,

b. op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriŽle regeling, en

c. voor ten hoogste vier jaren.

4. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur of de vaststelling van een ministeriŽle regeling krachtens het derde lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.

 

Artikel 4. Grondslag subsidieverstrekking; nadere voorschriften

1. Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriŽle regeling, tenzij het een subsidie betreft:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x