Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  SCHADELOOSSTELLING,  UITKERING  EN  PENSIOEN  LEDEN  EUROPEES  PARLEMENT

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 5 juli 1979 inzake de schadeloosstelling en de toekenning van uitkering en pensioen aan de leden en de gewezen leden van het Europees Parlement, alsmede van pensioen aan hun weduwen en wezen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling te treffen voor de schadeloosstelling van de in Nederland gekozen leden van het Europese Parlement en voor toekenning van een uitkering en een pensioen aan de gewezen leden van het Europese Parlement, alsmede van een pensioen aan hun weduwen en wezen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

Deze wet verstaat onder:

a. het Europese Parlement: de Vergadering bestaande uit de vertegenwoordigers van de volkeren van de in de Europese Gemeenschappen verenigde staten;

b. lid van het Europese Parlement: de in Nederland gekozen vertegenwoordiger in de onder a bedoelde vergadering;

c. schadeloosstelling: de schadeloosstelling voor de leden van het Europese Parlement, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

 

Artikel 1a

1.Deze wet is niet van toepassing op de leden van het Europees Parlement die volledig vallen onder de werking van het Statuut van de leden van het Europees Parlement (besluit nr. 2005/684/EG van het Europees Parlement van 28 september 2005, PbEU L 262).

2.Het eerste lid geldt niet zover het betreft de door die leden op grond van deze wet opgebouwde pensioenaanspraken.

 

Artikel 2

1. De schadeloosstelling komt overeen met de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

2. Op de schadeloosstelling wordt een bedrag van Ä 11 530,10 ingehouden.

 

Artikel 2a

1.Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige uitkering wordt toegekend en wordt bepaald dat deze uitkering een algemeen karakter draagt, ontvangen de leden van het Europese Parlement een uitkering op gelijke voet.

2.De leden ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld.

3.Indien de hoogte van een uitkering afhankelijk is van de hoogte van de schadeloosstelling, blijft bij de berekening van de hoogte van die uitkering de inhouding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, buiten beschouwing.

 

Artikel 2b [Vervallen per 26-06-1997]

 

Artikel 2c [Vervallen per 27-04-2007]

 

Artikel 3

1. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de schadeloosstelling verminderd met de helft van het bedrag waarmee de neveninkomsten van het lid van het Europese Parlement per jaar een bedrag gelijk aan 14% van de schadeloosstelling te boven gaan, met dien verstande dat deze vermindering maximaal 35% van de schadeloosstelling bedraagt. Indien het lid een gedeelte van het kalenderjaar lid van het Europese Parlement is, gelden de bedragen naar evenredigheid.

2. Onder neveninkomsten wordt verstaan het gezamenlijke bedrag dat het lid wegens het verrichten van nevenactiviteiten tijdens het lidmaatschap geniet als:

a. winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

b. belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid en

c. belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

3. De neveninkomsten worden bepaald overeenkomstig de regels van de Wet inkomstenbelasting 2001 en worden verrekend in het jaar waarin deze zijn genoten in de zin van die wet, met dien verstande dat geen verrekening meer plaats heeft, indien de neveninkomsten worden genoten na 31 december van het jaar waarin het lidmaatschap wordt beŽindigd.

4. Indien een lid van het Europese Parlement tevens lid is van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangt hij voor zijn lidmaatschap van het Europese Parlement geen schadeloosstelling. De artikelen 4 en 7 zijn op hem niet van toepassing.

 

Artikel 4

1. Ieder jaar voor 1 april of binnen twee maanden na de dag van zijn eerste deelname aan de vergadering van het Europese Parlement verstrekt een lid van het Europese Parlement aan de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden een opgave van de neveninkomsten, welke het lid verwacht over het betreffende kalenderjaar of een gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de schadeloosstelling aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het betreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.

2. De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden deelt aan de Minister van Binnenlandse Zaken het bedrag van de voorlopige aftrek van de schadeloosstelling mede en verstrekt een afschrift van deze mededeling aan het lid.

3. Indien een lid van het Europese Parlement een verklaring inzendt dat een opgave van neveninkomsten achterwege blijft of indien geen opgave of verklaring is ingezonden binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de toepassing van artikel 3 uitgegaan van de maximale vermindering.

4. Zo spoedig mogelijk na afloop van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x