Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  TOT  BEHOUD  VAN  CULTUURBEZIT

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 1 februari 1984, houdende vaststelling van de Wet tot behoud van cultuurbezit

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het behoud van het Nederlands cultuurbezit te bevorderen door het vaststellen van bepalingen die de mogelijkheid openen te voorkomen dat voorwerpen van bijzondere cultuur-historische of wetenschappelijke betekenis teloorgaan voor het Nederlands cultuurbezit;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. beschermd voorwerp: een roerende zaak die op grond van artikel 2 is aangewezen als beschermd voorwerp, dan wel ingevolge artikel 3, derde lid, of artikel 3b, derde lid, beschermd voorwerp is;

b. verzameling: roerende zaken, die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar behoren;

c. beschermde verzameling: een verzameling die op grond van artikel 3 is aangewezen als beschermde verzameling;

d. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

e. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

f. de inspecteur: de als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.

2.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

 

Hoofdstuk II. Aanwijzing van beschermde voorwerpen

 

Artikel 2

1.Onze Minister kan, de Raad gehoord, roerende zaken van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als onvervangbaar en onmisbaar behoren te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermd voorwerp.

2.Onvervangbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, waarvan geen of nagenoeg geen andere gelijke of gelijksoortige voorwerpen in goede staat in Nederland aanwezig zijn.

3.Onmisbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, die tenminste een van de volgende functies heeft:

a. een symboolfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als duidelijke herinnering aan personen of gebeurtenissen, die voor de Nederlandse geschiedenis van overtuigend belang zijn;

b. een schakelfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijk element in een ontwikkeling, die voor de wetenschapsbeoefening, met inbegrip van de beoefening der cultuurgeschiedenis, in Nederland van overtuigend belang is;

c. een ijkfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijke bijdrage in het onderzoek of de kennis van andere belangrijke voorwerpen van kunst of wetenschap.

 

Artikel 3

1.Onze Minister kan, de eigenaar en de Raad gehoord, een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die hetzij als zodanig, hetzij door een of meer van de roerende zaken die er een wezenlijk onderdeel van uitmaken, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermde verzameling. De aanwijzing gaat vergezeld van een algemene omschrijving van de beschermde verzameling en van een opsomming van de roerende zaken die tot de beschermde verzameling behoren.

2.Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.Iedere roerende zaak die deel uitmaakt van een opsomming als bedoeld in het eerste lid is een beschermd voorwerp.

 

Artikel 3a

1.In spoedgevallen kan Onze Minister roerende zaken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een verzameling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, als beschermd voorwerp onderscheidenlijk als beschermde verzameling aanwijzen, voordat het advies van de Raad is ingewonnen. In dat geval wordt het advies van de Raad gevraagd tegelijkertijd met de aanwijzing.

2.Bij de bekendmaking van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vermeldt Onze Minister dat de Raad nog niet is gehoord.

 

Artikel 3b

1.Indien Onze Minister op grond van artikel 3a een verzameling als beschermde verzameling aanwijst, kan hij, in afwijking van artikel 3, eerste lid, tweede volzin, bij de aanwijzing volstaan met een algemene omschrijving van die verzameling.

2.Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk na een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, de eigenaar en de Raad gehoord, alsnog een opsomming vast van de tot de beschermde verzameling behorende roerende zaken.

3.Zolang nog geen opsomming van de beschermde verzameling is vastgesteld, is iedere roerende zaak die redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt, een beschermd voorwerp.

 

Artikel 3c

1.Onze Minister houdt van de beschermde voorwerpen en beschermde verzamelingen een lijst van beschermde voorwerpen bij.

2.Op de lijst wordt in ieder geval vermeld:

a. voorzover het betreft een beschermd voorwerp: een beschrijving van dat beschermd voorwerp en de reden tot aanwijzing daarvan, en

b. voorzover het betreft een beschermde verzameling: een algemene omschrijving van die beschermde verzameling, een opsomming van de beschermde voorwerpen die tot die beschermde verzameling behoren, en de reden tot aanwijzing van die beschermde verzameling.

3.Een vermelding op de lijst mag slechts met toestemming van de eigenaar een aanduiding bevatten van de naam van de eigenaar of een zijner verwanten dan wel van de verblijfplaats van het beschermd voorwerp of de beschermde verzameling.

4.Een afschrift van de lijst, zonder vermelding van eigenaren en verblijfplaatsen van de beschermde voorwerpen en beschermde verzamelingen, ligt kosteloos voor een ieder ter inzage op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Afschrift daarvan wordt tegen vergoeding van de kosten verstrekt.

 

Artikel 3d

1.Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x