Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  TOT  OPRICHTING  VAN  DE  NAAMLOZE  VENNOOTSCHAP  DE  NEDERLANDSE  MUNT  NV

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 27 april 1994, houdende regelen met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap De Nederlandse Munt N.V. en tot wijziging van de Muntwet 1987

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de Staat der Nederlanden overgaat tot oprichting van De Nederlandse Munt N.V. waarin de vermogensbestanddelen van de Staat die kunnen worden toegerekend aan 's Rijks Munt worden ingebracht en van de Stichting Nederlands Muntmuseum die het beheer zal voeren over de niet in de op te richten vennootschap onder te brengen collectie van het Muntmuseum van 's Rijks Munt en dat ingevolge artikel 29 van de Comptabiliteitswet voor de oprichting van deze beide rechtspersonen machtiging bij wet vereist is, en voorts dat het wenselijk is in verband met oprichting van De Nederlandse Munt N.V. en de beleidswijziging inzake de uitgifte van zilveren dukaten de Muntwet 1987 te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van FinanciŽn;

b. De Nederlandse Munt N.V.: de naamloze vennootschap, bedoeld in artikel 2;

c. 's Rijks Munt: het staatsbedrijf, bedoeld in de Aanwijzingswet 's Rijks Munt (Stb. 1928, 483);

d. Stichting Het Nederlands Muntmuseum: de stichting, bedoeld in artikel 2;

e. de overgangsdatum: de datum van oprichting van De Nederlandse Munt N.V.;

f. personeelslid: degene die op de dag voorafgaand aan de overgangsdatum in dienst is bij het Ministerie van FinanciŽn en werkzaam is bij 's Rijks Munt te Utrecht, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Hoofdstuk 2. Machtiging

Artikel 2

1. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden op te richten de naamloze vennootschap De Nederlandse Munt N.V., op welke vennootschap de artikelen 158 tot en met 164 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn en welke vennootschap ten doel heeft het vervaardigen en verkopen van munten, penningen, eretekenen en soortgelijke produkten, zomede al hetgeen met het bovenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

2. De vennootschap kan ingevolge het eerste lid worden opgericht zonder dat op de datum van oprichting een ondernemingsraad is ingesteld. Tot het tijdstip waarop De Nederlandse Munt N.V. een ondernemingsraad heeft ingesteld, waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn, worden de commissarissen benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.

3. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden deel te nemen in het bij oprichting van De Nederlandse Munt N.V. door hem vast te stellen kapitaal.

4. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden op te richten de Stichting Het Nederlands Muntmuseum, welke stichting ten doel heeft het oprichten, het beheren of doen beheren en het exploiteren van een museum dat betrekking heeft op het muntbedrijf en het muntwezen in het algemeen en het namens de Staat der Nederlanden verwerven en doen verwerven van objecten en documenten die betrekking hebben op de bedrijfsuitoefening van de Nederlandse Munt N.V., op de door De Nederlandse Munt N.V. voortgebrachte produkten en op het muntbedrijf in het algemeen, alsmede op de historie van het muntwezen in Nederland.

Artikel 3

1. Alle vermogensbestanddelen van de Staat die aan 's Rijks Munt kunnen worden toegerekend, gaan op de overgangsdatum onder algemene titel over op De Nederlands Munt N.V. tegen de waarde te bepalen met inachtneming van het bepaalde in artikel 94a, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd.

2. Van de in het eerste lid bedoelde overgang zijn uitgezonderd de voor overdracht vatbare auteursrechten op de beeldenaars van munten, de stempels en de ontwerpen van stempels voor de munten, de museale verzamelingen en voorwerpen die deel uitmaken van de collecties van het in artikel 2, vierde lid, bedoelde muntmuseum. Onze Minister kan andere vermogensbestanddelen van de in het eerste lid bedoelde overgang uitzonderen.

3. Artikel 4 van de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten is ten aanzien van de in het tweede lid genoemde museale verzamelingen en

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x