Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  TOT  VEILING  VAN  BEPAALDE  VERKOOPPUNTEN  VAN   MOTORBRANDSTOFFEN

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling veiling benzinestations langs rijkswegen

 

 

WET van 16 juni 2005, houdende regels met betrekking tot het in gebruik geven van grond ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen aan wegen in beheer bij het Rijk (Wet tot veiling van bepaalde verkooppunten van  motorbrandstoffen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is overeenkomsten voor het gebruik van grond ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen aan wegen in beheer bij de Staat door middel van een veiling toe te wijzen, teneinde aldus de prijsconcurrentie op de markt van motorbrandstoffen langs wegen in beheer bij het Rijk te vergroten, de toetredingsmogelijkheden tot die markt te verruimen, en de Staat een vergoeding te bieden voor zijn bijdrage aan het tot stand brengen van die markt;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. exploitant: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die een onderneming drijft wier werkzaamheden bestaan of mede bestaan in de verkoop van motorbrandstoffen;

b. huurovereenkomst: een overeenkomst tussen de Staat en een wederpartij, de huurder, die de huurder het recht geeft een locatie te gebruiken voor de vestiging van een verkooppunt van motorbrandstoffen;

c. locatie: gedeelte van een verzorgingsplaats, bestemd voor de vestiging van een verkooppunt van motorbrandstoffen;

d. Onze Minister: Onze Minister van Financiėn;

e. verzorgingsplaats: een perceel grond dat

1°. is ingericht met een of meer voorzieningen ten behoeve van de gebruikers van een weg, en

2°. over het net van wegen die openbaar zijn in de zin van de Wegenwet, met een motorvoertuig slechts is te bereiken via de afrit van de weg naar het perceel.

Artikel 2

Deze wet is slechts van toepassing op locaties die zijn gelegen op een verzorgingsplaats

1°. aan een weg in beheer bij het Rijk, en

2°. in eigendom van de Staat.

Paragraaf 2. De huurovereenkomst

Artikel 3

1. De Staat geeft een locatie in gebruik door middel van een huurovereenkomst. Onverminderd het bepaalde in artikel 217, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek heeft aanbod en aanvaarding van de huurovereenkomst slechts plaats op de door deze wet bepaalde wijze.

2. De volgende leden zijn uitsluitend van toepassing op huurovereenkomsten die overeenkomstig artikel 5 tot stand zijn gekomen.

3. De huurder is bevoegd op de locatie gebouwen, werken en beplantingen aan te brengen, te wijzigen en te verwijderen. Hij draagt er zorg voor dat gebouwen, werken en beplantingen, voorzover aanwezig, in goede staat zijn.

4. De huurovereenkomst heeft een duur van ten hoogste vijftien jaren. Zij kan uitdrukkelijk noch stilzwijgend worden verlengd voorzover door de verlenging de overeenkomst een duur krijgt van meer dan vijftien jaren. Indien evenwel na een veiling de huurovereenkomst met degene die op de veiling het hoogste bod heeft uitgebracht niet tot stand komt ingevolge artikel 5, vijfde lid, kan de huurovereenkomst die ten tijde van de veiling van kracht was voor een korte duur worden verlengd, ongeacht de duur die die overeenkomst door die verlenging krijgt.

5. De artikelen 206, derde lid, 215, zesde lid, 226, vierde lid, en 230a en afdeling 6 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn op de huurovereenkomst niet van toepassing.

6. De huurder is bevoegd om met betrekking tot de locatie, die voorwerp is van de door hem gesloten huurovereenkomst, een overeenkomst te sluiten met een exploitant. Een zodanige overeenkomst eindigt in ieder geval op het moment waarop de huurovereenkomst eindigt. In afwijking van artikel 300, tweede en derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is daartoe geen opzegging vereist. Indien de overeenkomst met de exploitant een huurovereenkomst is in de zin van artikel 201 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op die huurovereenkomst niet van toepassing. Indien het aan de exploitant verhuurde voldoet aan de omschrijving van bedrijfsruimte in artikel 290, tweede en derde lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is, onverminderd de tweede en derde volzin van dit lid, afdeling 6 van titel 4 van dat boek op de huurovereenkomst met die exploitant van toepassing.

7. In afwijking van de eerste volzin van het eerste lid kan de Staat op verzoek van degene, met wie overeenkomstig artikel 5 een huurovereenkomst is gesloten, de locatie aan hem in gebruik geven door vestiging van een recht van erfpacht. Het recht van erfpacht vervangt de huurovereenkomst. Het verzoek wordt uiterlijk gedaan op de derde werkdag na de veiling, bedoeld in artikel 5. Alle kosten en lasten van de erfpacht zijn ten laste van de verzoeker. Op de erfpacht onderscheidenlijk de erfpachter zijn de bepalingen van deze wet inzake de huurovereenkomst onderscheidenlijk de huurder van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 3, vijfde lid. Artikel 98 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op de erfpacht evenmin van toepassing.

Artikel 4

Na afloop van de huurovereenkomst die overeenkomstig artikel 5 tot stand is gekomen vergoedt de Staat aan de huurder de waarde van de gebouwen, werken en beplantingen, die de huurder op de locatie heeft achtergelaten. Deze waarde is gelijk aan de gecorrigeerde vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken, berekend krachtens artikel 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Paragraaf 3. De veiling

Artikel 5

1. De Staat sluit een huurovereenkomst met betrekking tot een locatie met degene, die op een door de Staat uitgeschreven, openbare veiling het hoogste bod heeft uitgebracht.

2. De opbrengst van de veiling komt ten goede aan de Staat.

3. Bij ministeriėle regeling van Onze Minister worden terzake van de veiling en de toelating tot de veiling nadere regels gesteld. Onze Minister kan daarbij bepalen, dat toegang tot de veiling slechts tegen betaling wordt verleend.

4. Voorafgaande aan een veiling wordt aan belangstellenden tegen betaling een biedboek ter beschikking gesteld, waarin de betrokken locatie en de daarbij behorende huurovereenkomst worden beschreven.

5. Indien de Staat niet binnen twee weken na de dag van de veiling het geboden bedrag heeft ontvangen, komt de huurovereenkomst niet tot stand, onverminderd de verplichting van degene die het hoogste bod deed tot vergoeding van de schade die de Staat door diens handelen lijdt. In het geval er geen huurovereenkomst tot stand komt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe veiling uitgeschreven.

6. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de Staat, in afwijking van het eerste lid, een huurovereenkomst met betrekking tot een locatie sluiten zonder een veiling uit te schrijven.

7. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in het zesde lid is uitsluitend sprake, indien:

a. het wegens reconstructie van een locatie of wegens werkzaamheden aan de weg waaraan een locatie is gelegen naar het oordeel van de Staat noodzakelijk is die locatie te vervangen door een nieuwe locatie;

b. de locatie voor een periode korter dan 15 jaar in gebruik wordt gegeven, waarbij het naar het oordeel van de Staat niet doelmatig is voor deze kortere periode een veiling uit te schrijven;

c. het beheer van een weg aan het Rijk wordt overgedragen, waarbij naar het oordeel van de Staat met de gebruiker van een locatie aan die weg een nieuwe overeenkomst gesloten moet worden;

d. in andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.

Paragraaf 4. Overgangsbepalingen

Artikel 6

1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. bestaande overeenkomst: een overeenkomst, hoe ook genaamd, gesloten met de Staat voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, die het recht geeft een locatie te gebruiken ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen, en die van kracht is op het tijdstip waarop met betrekking tot de locatie een veiling plaats heeft;

b. bestaande exploitatieovereenkomst: een overeenkomst, gesloten voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt tussen een wederpartij van de Staat bij een bestaande overeenkomst en een exploitant, en die van kracht is op het tijdstip waarop met betrekking tot de locatie die voorwerp is van de exploitatieovereenkomst een veiling plaats heeft;

c. bestaande exploitant: de exploitant die partij is bij een bestaande exploitatieovereenkomst.

2. Overeenkomsten die het recht geven een locatie te gebruiken ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen, gesloten met de Staat als gevolg van een veiling voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, zijn geen bestaande overeenkomsten in de zin van deze wet.

3. Aanvaarding van een toezegging als bedoeld in artikel 18, eerste lid, leidt niet tot een bestaande overeenkomst.

Artikel 7

1. De Staat schrijft met betrekking tot een locatie die voorwerp is van een bestaande overeenkomst een veiling uit als bedoeld in artikel 5 volgens een tijdschema, dat door Onze Minister jaarlijks wordt vastgesteld voor een periode van zeven en een half jaar, volgend op het moment van vaststelling. Het tijdschema wordt bekend gemaakt in de Staatscourant voor het eerst bij het inwerkingtreden van deze wet en vervolgens telkens in de laatste maand van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin volgens het schema de eerstvolgende veiling plaats heeft.

2. Een bestaande overeenkomst met betrekking tot een locatie, die na een veiling als bedoeld in het eerste lid in gebruik wordt gegeven, eindigt op het tijdstip waarop

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x