Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  VERBETERING  RECHTSPOSITIE  VERZETSMILITAIREN

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 20 januari 1976 tot verbetering van de rechtspositie van militairen die zich gedurende de vijandelijke bezetting van Nederland aan krijgsgevangenschap hebben onttrokken en van die van hun nagelaten betrekkingen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rechtspositie te verbeteren van militairen die zich gedurende de vijandelijke bezetting van Nederland aan krijgsgevangenschap hebben onttrokken en van die van hun nagelaten betrekkingen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan en begrepen onder:

a. "militair": degene, die op 10 mei 1940 als militair onder de wapenen was;

b. "verzetsorganisatie":

1. de op de voet van het Koninklijk besluit van 5 september 1944, Stb. E 62, erkende verzetsorganisaties;

2. andere bij de Pensioen- en Uitkeringsraad dan wel de Stichting 1940-1945 als zodanig bekende verzetsgroepen;

c. "verzetsmilitair": de onder a bedoelde militair die tijdens de vijandelijke bezetting van Nederland of door daad en houding of als behorende tot een verzetsorganisatie heeft deelgenomen aan het binnenlands verzet en voor 1 januari 1947 wederom onder de wapenen is gekomen;

d. "ondergedoken militair": de onder a bedoelde militair die vanwege het zich onttrekken aan feitelijke krijgsgevangenschap is ondergedoken en voor 1 januari 1947 wederom onder de wapenen is gekomen.

2. Als verzetsmilitair onderscheidenlijk ondergedoken militair wordt eveneens aangemerkt de militair die voor 1 januari 1947 is overleden ten gevolge van de ontberingen gedurende de oorlog ondervonden, doch die overigens voldoet aan de omschrijving van verzetsmilitair onderscheidenlijk ondergedoken militair en die, ware hij niet overleden doch op het tijdstip van zijn overlijden uit militaire dienst ontslagen, aan dat ontslag een recht of een uitzicht op pensioen zou hebben ontleend aan een van de vroegere militaire pensioenwetten in de zin van de Algemene militaire pensioenwet.

Artikel 2

1. De tijd gedurende welke een verzetsmilitair aangesloten is geweest bij een verzetsorganisatie en de tijd gedurende welke hij zich tengevolge van het behoren tot een verzetsorganisatie of tengevolge van zijn deelname aan het binnenlands verzet door daad en houding in gevangenschap

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x